‘Ik blijf altijd in mijn rol’

03-12-2018 20:37 - Ingezonden door Redactie - Foto Jos Meusen

Adams (75) was 26 toen hij voor het eerst de rol van hulpsinterklaas speelde. Adams: “Ik ben in 1969 begonnen. Toen werd ik gevraagd om bij de KPJ in Soerendonk in te vallen voor een zieke sint.” Het optreden werd een groot succes. Adams: “Ik heb mijn baard regelmatig vast moeten houden anders was hij van het lachen van mijn gezicht geschoven.” Daarna kwamen er steeds meer aanvragen van andere verenigingen en buurtschappen, niet alleen uit Soerendonk, maar ook uit Budel, Dommelen, Eindhoven, Son en nog veel meer plaatsen.

Vanaf het begin van de jaren tachtig geeft hij acte de présence bij intochten. Eerst in Soerendonk. Een jaar later begon hij als invaller van een zieke collega in Budel, het dorp waar hij inmiddels woonde. Ook daar zat de mijter hem als gegoten. Het vergde echter wel enkele leugentjes om bestwil. “Mijn eigen kinderen waren toen nog gelovig. Daarom had ik tijdens de intocht in Budel altijd een vergadering met de pastoor”, aldus Adams.
Hij kwam even in een lastig parket toen een van zijn kinderen en een buurjongetje ontdekten dat de schoenen van de Sint van hem waren. "Ik heb meteen andere zwarte schoenen gekocht, die alleen voor mijn rol als hulpsinterklaas voor de dag werden gehaald", vertelt Adams.

Waar hij tegenwoordig zijn entree per koets maakt, gebeurde dat vroeger op de rug van een paard. Adams: “Ik ben echter geen ruiter. Ik kan op een paard zitten, maar daar is alles mee gezegd. Een keer is mijn paard op hol geslagen omdat ze schrok van de pieten. Ook heb ik een keer op een heel klein paardje gezeten. Toen kwam ik met mijn voeten bijna op de grond.”

Adams gaat helemaal op in zijn rol als hulpsinterklaas. “Als ik het sinterklaaspak aantrek dan ben en voel ik me ook echt Sinterklaas. Adams: “Ik blijf altijd in mijn rol. Ook mijn eigen kleinkinderen herkennen me niet. Ik zorg er altijd voor dat ze me eerst zien, voordat ik ga praten.”
Een van de voordelen van het ouder worden is dat hij niet meer hoeft te worden geschminkt. “De echte rimpels en het grijze haar heb ik inmiddels van mijzelf. Je kunt ook niet zomaar voor hulpsinterklaas spelen”, zegt Adams, “om te beginnen moet je ongeveer 1 meter 80 lang zijn. Je moet in het openbaar durven te spreken en op de hoogte zijn, daarom kijk ik altijd trouw naar het Sinterklaasjournaal.”

Na dit jaar stopt hij met de intochten in Budel en Soerendonk. Adams: “Het wordt te zwaar. Vooral omdat ik steeds meer problemen met mijn gehoor krijg. Het zijn bovendien lange dagen.” Hij hangt zijn staf nog niet aan de wilgen. Sinterklaas kan nog wel een beroep op hem doen voor het bezoeken van onder meer scholen en zorgcentra.
De Budelnaar geeft aan dat er in de loop der jaren veel is veranderd. “Aan de snoetjes van de kinderen als ze bij Sinterklaas komen is echter niets veranderd. Dat blijft schitterend om te zien. Wel zijn kinderen wat vrijer geworden. Ze durven van alles te vragen. De afstand is kleiner geworden. Ouders vragen me weleens of ik hun kind een standje kan geven. Maar daar begin ik niet aan. Ik wil het spel best een beetje meespelen, maar gekke dingen doe ik niet.”
Ook de zwarte pieten zijn veranderd. “De oorbellen en roe zijn al jarenlang verdwenen. Ook zijn de pieten vriendelijker geworden.” Eén keer speelde Adams voor Kerstman. Adams: “Dat was meteen de eerste en laatste keer. Ik miste de wisselwerking met mijn pieten.”
Met veel plezier kijkt hij terug op de jaren waarin het Schepenhuis in Budel was ingericht als logeeradres van Sinterklaas. Adams: “Leuk waren ook de sinterklaasmusicals met bigband Triple-B. Daarmee traden we overal in de regio op.”