Ben Iven en Pierre Lucas speelden vaak op De Kluis.

In de foyer van Dommelhof (Neerpelt) zitten ze weer eens gebroederlijk naast elkaar: Pierre Lucas (*Hamont 1955) en Ben Iven (*Hamont 1956).Ben Iven en Pierre Lucas speelden vaak op De Kluis.

22-04-2018 11:11 – Ingezonden door Evert Meijs – foto’s collectie Ben Iven

In de foyer van Dommelhof (Neerpelt) zitten ze weer eens gebroederlijk naast elkaar: Pierre Lucas (*Hamont 1955) en Ben Iven (*Hamont 1956). Samen spendeerden ze vele uren in en om de cistercianzer abdij St.-Benedicus, ofwel De Achelse Kluis.’Want mijn vader werkte bij Philips in ploegendienst. Hij wilde naar CSM (géén ploegendienst), maar moest daarvoor twee maanden wachten. Die tijd vulde hij op door te gaan werken op De Kluis. Uiteindelijk is hij er nooit meer weggegaan. Ik mocht dikwijls met hem mee, en mijn vriend Ben vergezelde me vaak‘. De vader van Pierre werd te werk gesteld in de varkensstallen van de abdij. Pierre:’Er waren wel 400 tot 500 zeugen en wel 1000 varkens om vet te mesten‘. Broeder Martinus was volgens hem het “hoofd van de varkens’. Hij werd geholpen door één van zijn twee broers (allebei ook kloosterling) en door broeder Bonaventura.’Het was een bijna volledige dagtaak. Varkens voeren, laden, verzetten in andere hokken, mee naar de beer, hokken schoonmaken en noem maar op‘. Pierre vond het heerlijk om op de kloosterboerderij te vertoeven. Ben:’In de vakanties ging ik bijna elke dag met Pierre mee. Ik vond het er geweldig. Wat heb ik genoten. In de voormiddag regelmatig mee naar de mis in de abdijkerk. We zaten dan achter in de kerk, op de koorzolder. Ik zie de monniken nog zitten in de koorbanken‘.

Landerijen en stallen
De jongelui leerden enkele kloosterlingen wat beter kennen. Zo was er pater Angelus, die postzegels verzamelde.’Appelsienenkistjes vol. Ik mocht er regelmatig wat uitzoeken‘. Ben glundert nóg als hij er over vertelt.’Angelus was ook de fotograaf van het klooster. Van hem leerde ik wat over fotografie. Hij ontwikkelde ook foto’s in de donkere kamer‘. Dan haalt hij een hele mooie foto tevoorschijn:’Waarschijnlijk wel door Angelus gemaakt‘. De foto laat een paard zien met op de achtergrond de koeienstallen. Het dier wordt vastgehouden door broeder Bonaventura in typische werkkleding. Op het paard zitten de twee vriendjes Pierre en Lucas.’Kijk, die schuur rechts werd gebruikt voor de opslag van hooi‘. Bonaventura verzorgde het paard, ging er mee ploegen en eggen en hielp regelmatig ook bij de varkens.
Van vroeger uit zorgden de monniken voor hun eigen onderhoud en daarom waren er grote landerijen waar aardappelen groeiden.’Ook werkte men tussen de porei, de rodekool en de bieten‘, aldus Pierre, die zich de kippenkooien en de koeienstallen ook nog goed herinnert. De twee knapen genoten van de gemoedelijke sfeer die er heerste.’Er was nauwelijks stress‘. Broeder Stephanus was portier, en soms mocht één van de twee jongens de poort openmaken als er werd aangebeld. Er stond ook een typmachine bij de portier. Ben:’Ik vond het geweldig om er op te mogen typen als manneke van tien / elf jaar. Eén keer mocht ik van Stephanus iemand rondleiden: Freddy Kelly. Hij kwam op retraite. Mijn moeder heeft nadien nog lang met hem gecorrespondeerd‘.

Ansichtkaarten en rozenkransen
Pierre weet nog goed dat de aardappelen werden verdeeld in de buurt.’Ze waren altijd goedkoper dan in de winkel‘, volgens hem. Er was een heuse camion om de patatten mee rond te brengen.’Ja, mijn vader ging ze zelf kopen aan De Kluis‘, vult Ben aan. Heel af en toe mocht het gezin van Ben blijven eten.’Aangezien er zelden vlees werd was, waren het meestal droge patatten en roerei‘. Pierre vertelde daarna over de zolder, waar tabaksbladeren te drogen hingen.’Daar werd poeder van gemaakt, om sigaren een speciale kleur te geven‘. Hij herinnert zich ook nog dat er wel eens een broeder of pater bij hem thuis kwam.’En weet je nog dat je bij de hoofdingang ansichtkaarten kon kopen? En een rozenkrans en zo? Ik weet ook nog goed dat de broeders zelf papier maakten. Dat schepten ze uit het water. En niet te vergeten het aparte fabriekje waar haarshampoo werd gemaakt‘. En zo komt van lieverlee ook het winkeltje van Martinus ter sprake.
Dan mengt de uitbater van Dommelhof zich in het gesprek en vertelt dat de abt van Westmalle samen met de nieuwe site-manager op zoek is naar een uitbater van de winkel.’Je hoeft geen katholiek te zijn, als je je werk maar goed doet‘, zou de abt gezegd hebben. De Dommelhof-uitbater was uitgenodigd om een kijkje in de abdij te komen nemen.’In 1998 werd gestart met het brouwen van trappistenbier‘, vult hij aan.
Ben rondt het gesprek af door te vertellen over zijn bezoeken aan de kelder, waar veel beelden stonden.’Ik vond dat wel een beetje akelig, daar beneden in het duister, met al die grote beelden‘. Pierre lacht er nog mee als hij zich herinnert dat hij achter op een mobylette met zijn vader naar De Kluis reed.’De harde weg was er nog niet, het was een karrespoor van Hamont naar Achel, meer niet‘.

In het kort
In de afgelopen maanden schreef Evert Meijs regelmatig een artikel over raakvlakken met de Achelse Kluis, nu daar grote veranderingen op stapel staan. Over het voegen van de abdijmuur, over de abdij-avond, de voorlopig laatste hoogmis en over postzegels met een afbeelding van De Kluis. Deze week laat hij twee mannen terugkijken naar de tijd dat ze als maatjes vaak te vinden waren bij de broeders en de paters

Powered by Blog Grabber