Het enige trappistenbier van Oostenrijk

Het is misschien wel vijfentwintig graden. Heerlijk. Ik zit –genietend van de septemberwarmte, de rust en het mooie uitzicht- op het bovendek van een cruiseschip op de Donau in Oostenrijk. Terwijl ik dit…Het enige trappistenbier van Oostenrijk

15-10-2018 10:23 – Ingezonden door Evert Meijs – foto’s Evert Meijs

Het is misschien wel vijfentwintig graden. Heerlijk. Ik zit –genietend van de septemberwarmte, de rust en het mooie uitzicht- op het bovendek van een cruiseschip op de Donau in Oostenrijk. Terwijl ik dit artikel schrijf, ligt de ‘Carissima’ stil en is ze aangemeerd bij het dorpje Aschach. Over anderhalf uur varen we weer verder, naar Devin. Vanochtend meerde de boot ook al aan in Engelhartszell  voor een bezoek aan het trappistenklooster Engelszell, het enige Cisterciënzerklooster van het land. Hier wordt ook trappist gebrouwen en het doet mijn vrouw Trudy en mij natuurlijk sterk denken aan Achel!

Het trappistenklooster ‘Stift Engelszell’  ligt midden in het kleine dorpje, óók aan de Donau. Vanaf de boot tien minuutjes wandelen, en je bent er. Langs de toegangsweg naar de abdij groeien de wietplanten, bestemd voor medicinaal gebruik. Een geestelijke in lange zwarte toog staat ons al op te wachten, rammelend met een indrukwekkende bos sleutels. “Herzlich willkommen”, zo begint hij zijn verhaal met de typische Oostenrijkse tongval. Aan de voorkant van het kloostercomplex staat de grote kerk, wit geschilderd en rijk versierd met gele strepen en omlijstingen. De fraaie witte toren –als van porselein- heeft een spits in de vorm van drie uien op elkaar. Deze is van heinde en ver te zien. Trappistenabdij De Kluis in Achel verbleekt bij al deze pracht en praal.
De gastheer vertelt ons reisgezelschap (vanochtend ’n man of tien) dat er afgelopen week nog een uitvaart was en het klooster daardoor nog maar vier trappisten telt, die permanent achter slot wonen. Hij zelf is belast met het management van Engelszell, komt daardoor wel buiten de slotmuren en is geen echte Cisterciënzer monnik, maar behoort wel tot de orde. Het klooster schijnt gesticht te zijn in 1293 door de Bisschop van de stad Passau en werd gebouwd in gotische stijl. Na een brand in 1699 werd de abdij weer hersteld, maar nu in barokstijl. In 1786 werden de bewoners verjaagd en pas in 1925 bliezen trappisten vanuit de Elzas  nieuw monastiek leven in het klooster, onder leiding van pater Gregor. Tijdens de tweede wereldoorlog werden de 73 monniken door de Duitsers verjaagd (net als in Achel) en na deze oorlog kwamen slechts 23 monniken terug. En om in het eigen onderhoud te voorzien, werd begonnen met het brouwen van …. Trappistenbier.

Eenvoud van De Kluis
De geestelijke neemt ons mee, de kerk in. De overvloedige en kunstig gesneden rococo-versieringen komen je tegemoet. Prachtige plafondschilderingen, hagelwitte pilaren, veel marmer-lijkende zuilen, overdadig pleisterwerk en een hoofdaltaar met beelden, goudversieringen en een schildering van Maria Tenhemelopneming, patrones van deze kerk. “De koepel vertoont een eerste scheur, daarom hebben we er een ijzeren ring om laten leggen, wat ons al 1,4 miljoen euro kostte”. Geen wonder, dat de kloosterlingen er alles aan doen om inkomen te genereren om de gebouwen te behouden. “Wij zijn tevreden, als veel mensen veel alcohol gebruiken”, gniffelt de spreker, die ons vervolgens via een soort van ’nep-biechtstoel’  meeneemt naar een andere ruimte, die beduidend soberder is. Hier komt de eenvoud van De Achelse Kluis weer terug; kloostergangen met lage plafonds simpele togen en geen versieringen. Er hangen schilderijen van abten, groepsfoto’s van de monniken in habijt en enkele tekeningen van de abdijkerk. In de donkere kapittelkerk springt de abt-zetel in het oog en horen we het verhaal over de dagorde van de kloosterlingen. Niet anders dan ‘bij ons’.

Druiven
We krijgen na afloop van de informatie voorwaar de zegen, met de wens dat we verder een goede reis mogen hebben en behouden thuis zullen arriveren. Daarna loodst hij ons naar de kloosterwinkel, waar natuurlijk de eigengemaakte bieren verkrijgbaar zijn. We worden getrakteerd op een klein flesje likeur van eigen makelij: ‘ Magenbitter’ .
Er blijken drie soorten trappist gebrouwen te worden, genoemd naar drie verschillende abten: ‘Gregorius’, ‘Benno’ en ‘Nivard’. De meeste kruiden van de trappistenbieren worden geteeld op het landgoed van Engelszell, en daardoor krijgt het bier een speciaal karakter. Er worden noten gebruikt als ingrediënten, en honing, evenals aroma’s van tropisch fruit en amaretto. Witte druiven en grapefruit maken bijvoorbeeld van de ‘Benno’ een karakteristiek trappistenbier met een herfstachtige roodgele kleur. Je kunt de flessen apart kopen, maar ook six-pacs worden aangeboden. Enkele folders liggen voor het meenemen. Heeft Achel een indrukwekkende winkel met devotionalia, boeken en allerlei andere snuisterijen, in dit klooster beperkt men zich vooral tot verkoop van het bier, rozenkransen, zilveren hangertjes en cd’s.

Afscheid
Het blijkt overigens dat er méér dranken worden gemaakt in het klooster aan de Donau. Verschillende soorten likeuren staan prominent in een glazen vitrine om de bezoeker te verleiden. “Ik koop een pak-van-drie voor onze schoonzoon”, zegt een heer uit Amersfoort, terwijl een man uit Nieuw-Zeeland een fles van het sterkste trappistenbier wil meenemen voor vrienden in België. Er wordt ook trappistenkaas gemaakt in de stift, maar die is in de winkel niet te vinden. Onze gastheer heeft inmiddels al afscheid genomen en wenst ons andermaal ‘gute Fahrt’ om zijn ‘commerce’ weer gauw voort te zetten. Even later staan we weer buiten en zoeken via een pin-automaat onze weg weer terug naar ons cruiseschip Ms. Carissima, terugdenkend aan onze Achelse trappist. ’n Wandelroute in Achel (de Engelszell-route met zeshoekige naambordjes)  is voor ons een mooie blijvende herinnering aan de Oostenrijkse trappist.

Powered by Blog Grabber