Jean-Paul vertelt boeiend over postzegels

Menigeen zal jaloers zijn bij het zien van zo’n grote hobbyruimte als bij Jean-Paul Groenen (*1963 Bree). Je ziet meteen waar het hier om draait: om postzegels. De wandmeubels staan vol met kisten en kratten…Jean-Paul vertelt boeiend over postzegels

06-05-2018 10:12 – Ingezonden door Evert Meijs – foto’s Evert Meijs

Menigeen zal jaloers zijn bij het zien van zo’n grote hobbyruimte als bij Jean-Paul Groenen (*1963 Bree). Je ziet meteen waar het hier om draait: om postzegels. De wandmeubels staan vol met kisten en kratten en dozen, die allemaal gevuld zijn met postzegels, poststukken en postzegelalbums. Aan het bureau is wel plaats voor acht personen. “Ik ben bezig om deze tafel eens op te ruimen, anders heb je nog eens geen plek om te zitten”. Jean-Paul zet zijn bril af, schuift aan en steekt van wal.

“Onze pa had een sigarenkistje met postzegels. Toen ik daar eens in keek, was ik vastbesloten; ik ga postzegels verzamelen. De eerste zegel die ik er uit haalde was déze”, en hij opent een catalogus en wijst ‘de’ zegel aan. “Nog eens niet zo’n hele mooie plakzegel, maar wel een met een loep erop getekend, met een waarde van 6,5 Bfr, uitgegeven in 1975. Een thematische zegel, uitgegeven bij gelegenheid van de Eerste Wereldtentoonstelling over de Thematische Filatelie”.  Als je geen verstand van postzegels hebt, gaat er al snel een nieuwe wereld voor je open. Op de vraag hoe Groenen aan al die zegels is gekomen, antwoordt hij: “Vader ging met me naar de Post in Hamont. Die hadden niks, en naar Neerpelt gaan was te ver. Daarom was er één persoon die op verschillende plaatsen zegels inkocht, en van die meneer kon ik dan weer kopen. Pas op: in die tijd was het een rage. Mensen kochten niet alleen één zegels, maar vaak ook hele vellen. Het werd toen veelal gezien als een belegging. Nu is die tijd voorbij. Zegels zijn nog maar de helft waard van hetgeen er op staat gedrukt”.

Postfris
Jean-Paul sloot zich als tiener aan bij een club in Bree. Daar leerde hij verschillende kneepjes van de filatelie. “De hoogste waarde van een zegel is een speciale voor ‘aantekenpost’. Dus als je iets aangetekend wilt verzenden, moet je zo’n zegel plakken, soms wel ter waarde van 200 B.fr. (bijna € 5).  Ik begon in die tijd met een landenverzameling: zo veel mogelijk exemplaren uit zo veel mogelijk verschillende landen. In de pubertijd kwam mijn hobby helemaal stil te liggen, maar –zoals zo vaak- , rond mijn dertigste begon het weer te kriebelen, want de microbe had me tóch gebeten”. Begin negentiger jaren kwam er een speciale kerstzegel uit, waar de verzamelaar interesse in had. Hij ging op informatie uit, kocht een catalogus en zo bloeide de belangstelling weer op. De gastheer strooide af en toe vaktermen door zijn enthousiaste betoog, zoals ‘postfris’; een zegel die nog niet gestempeld is, en met de originele gom. ‘Roodfrankering’ betekent dat er geen echte plakzegel is gebruikt, maar dat een machine een stempel heeft gezet op het poststuk, soms ook nog met wat reclame erbij.  “Een poststuk heeft een zegel en een postwaardestuk heeft een gedrukte zegel.” Telkens schiet hij van zijn stoel, duikt weer in een kratje en tovert een voorbeeld voor den dag.

Botert ’t nog?
“Wist je dat de oudste postzegel die je nog mag plakken, uit 1934 dateert? Da’s nog uit de tijd van Leopold III en is één oude B.fr. waard. Daar krijg je nu nog € 2 voor”. Verzamelaar Groenen vertelt dat hij langzaamaan ruilbeurzen ging bezoeken, in de parochiezaal van ’t Lo. Soms lag er niks voor hem bij. “Je kunt niet elke maand succes hebben”, lacht hij, en kreeg het idee om voorlichting te gaan geven op de lagere school in Hamont, om jeugd enthousiast te maken voor de filatelie. Met vallen en opstaan, en met hulp van anderen werd een jeugdclub opgericht: ‘De jeugdige Grensvrienden’. Plaats van samenkomst: jeugdlokaal De Burg in Hamont. De groep werd aangemeld bij de landelijke bond KLBP en het voornaamste doel was het motiveren van jeugd door het samenstellen van thema-werkstukken, en het leren van de kneepjes van de filatelie. “Kijk, hier een werkstuk van een kind; allerlei zegels, poststukken en postwaardestukken met als onderwerp ‘speelgoed’. Hier het thema ‘molens’ en daar gaat het over ‘het sneeuwluipaard’. Binnenkort (1 juli a.s.) is er het festival ‘Botert het nog?’ op de grens met Budel. Daar staan we met een grote tent. Als voorbereiding gaan we met de hele groep een collectie maken met zegels en stukken die te maken hebben met boter. We zoeken dan zegels over koeien, gras, boerderijen, melkerijen, geiten, kaas, kortom; alles wat raakvlakken heeft met boter”. Weer duikt Jean-Paul in een kist en laat een album zien, waarin al verschillende  zegels zitten voor dit thema.

T-shirt
Ook de senioren-ruilclub ‘De Grensvrienden’ komt ter sprake. Met ruim honderd leden zijn ze in de verre omtrek bekend en organiseren maandelijks de ruildag in parochiezaal Hamont-Lo. Maar de jeugdwerking van Jean-Paul Groenen heeft in het gesprek toch duidelijk de overhand. Op het einde van zijn betoog laat de filatelist een blauw t-shirt zien met daarop aan de voorzijde een Thaise postzegel met de afbeelding van drie zware treinlocomotieven en de tekst ‘Hua-Hin in love..’. “Ieder lid van de jeugd krijgt zo’n shirt. Gekocht in Thailand. Op elke bijeenkomst dragen de leden dit shirt en verdienen daarmee ’n punt. Overigens betaalt de jeugd géén lidgeld. Maar kom dit weekend eens kijken”, nodigt hij vriendelijk uit. Maar de Napoleonsmolen en de beiaard hebben dit weekend voorrang.

Powered by Blog Grabber