Koorleden kijken terug en vooruit –I-

Veel van de huidige zangers van de Schola Cantorum Achel hebben de kerkmuziek in het algemeen en het gregoriaans in het bijzonder met de paplepel ingegoten gekregen. De bakermat lag meestal in het gezin….Koorleden kijken terug en vooruit –I-

27-01-2019 20:04 – Ingezonden door Evert Meijs

Veel van de huidige zangers van de Schola Cantorum Achel hebben de kerkmuziek in het algemeen en het gregoriaans in het bijzonder met de paplepel ingegoten gekregen. De bakermat lag meestal in het gezin. De rooms-katholieke families verplichtten zich om minimaal eens per week naar de kerk te gaan. Het bedehuis was voor de jonge kinderen een rustpunt in de week. Kort na de eerste communie kwam heel vaak de vraag of misdienaar of koorknaap niet iets voor hen was. In dit artikel in gesprek met enkele koorleden over hun kennismaking met het gregoriaans.

“Ik kwam in Budel als negenjarige jongen bij het kerkkoor; een jongens- en herenkoor. Jaren lang heb ik de missen muzikaal mee opgeluisterd. Zelfs tijdens mijn militaire dienst zong ik op de kazerne in een kerkkoor. Met name op Goede Vrijdag”, aldus één van de koorleden. Soms ook had de meester, of het hoofd der school, buiten schooltijd een koortje. Met plezier gingen de jongens naar de repetities, om de eerste beginselen van koorzang bijgebracht te krijgen. De lagere school speelde daarbij vaak een belangrijke rol. “Als je eenmaal bij het kerkkoor was, was het  zingen van rouw- en trouwmissen onder schooltijd natuurlijk altijd een klein feestje”.
“Ik had een heeroom, een broer van mijn vader, die monnik was in de Achelse Kluis. Hij sprak regelmatig over de kerkmuziek en stimuleerde me om te gaan zingen”. De Ward-methode was voor diverse zangertjes het begin van methodisch zingen. Kinderen beleefden het gregoriaans extra door met handen en armen de melodieën te volgen. Jos Lennards was één van de pioniers van deze zangmethode. Eén van zijn eerste leerlingen was Theo Driessen, van wie diverse cantores later nog les gehad hebben. Ook van Jos Lennards leerden sommige leden nog extra kneepjes van de eeuwenoude kerkmuziek.
Misdienaars raakten ook vertrouwd met de Romeinse ritus van de eucharistie en de bijbehorende gregoriaanse gezangen. “Ik kan verschillende gebeden nog zó opzeggen in het latijn”, aldus één van de oudere leden, die later op de kweekschool opnieuw in contact kwam met de Ward-methode. “Als je het diploma behaalde, kreeg je nadien een extra bonus bovenop je salaris. Hoe meer acten, hoe hoger het onderwijzers-inkomen”.

Doorstromen via het herenkoor naar de Achelse Kluis
Op het moment dat de baard in de keel kwam, volgde vaak een muzikale rustperiode. In de meeste gevallen traden de jongemannen daarna toe tot het herenkoor van de parochie. “Wij mochten er pas bij als we zestien waren. In Budel moest je dan vóórzingen voor de pastoor en het koorbestuur. Pas daarná werd besloten of je kon toetreden tot het koor”. Zondag na zondag waren de zangers present in de kerk. Aanvankelijk op het oksaal, later op het priesterkoor, vóór in de kerk. Markant om te horen hoeveel heren in de loop der tijd van koor of parochie gewisseld zijn. “Bij ons kwam een nieuwe parochie, en daar ben ik toen naar toe gegaan”. Een collega-zanger meldde: “Ik ging via Veldhoven naar Eindhoven, omdat mijn broer me dat vroeg. Ik heb gezongen tot er nog maar drie leden over waren en de pastoor zei dat we maar moesten stoppen. Daarna kwam ik terecht in de St.-Nicolaaskerk in Valkenswaard”. “Toen ónze parochie stopte, was dat ook voor mij het einde van een zangperiode. Na enkele jaren begon het toch weer te kriebelen, en sloot ik me aan bij de Schola Cantorum Achel”.  En tenslotte was iemand geïnspireerd geraakt door de vingerzetting van organist broeder Michaël, tijdens de hoogmissen. De stap naar het koor van de Achelse abdij was gauw gezet.
De meeste informanten traden toe tot de Schola doordat ze gevraagd werden door iemand die al lid was. “Ik kreeg te horen dat het Achelse koor op een hóger niveau zong dan wij in de parochiekerk. Achel leek me een mooie uitdaging”. Verschillende leden van het jubilerende koor bleven hun parochiaal koor trouw, tot op de dag van vandaag.

Lieve redactie, vanwege een driedelige serie, wellicht onderstaande tekst (weer) in een apart kader?
In juni 2018 kreeg Evert Meijs van de Schola Cantorum Achel het verzoek om mee te werken aan een jubileumboek vanwege het vijftigjarig bestaan van het roemrijke koor. Naast allerlei andere aspecten zouden in de uitgave ook zangers aan het woord moeten komen om te laten vertellen over hun opleidingen, ervaringen, belevingen en kameraadschap.
In drie delen verslaat hij de interviews met zes verschillende koorzangers.
Deze week deel 1 over de kennismaking met het gregoriaans en de aanmelding bij de Schola Cantorum Achel.
Gregoriaans gezang
Kunstwerk op de binnenplaats van de Achelse Kluis
Uitleg over het kunstwerk van de Schola

Powered by Blog Grabber