Nieuwe ereplaats voor overleden mijnwerker

Haar vader, Henk Dielesen, pendelde dagelijks, zoals zoveel grensarbeiders, op en neer tussen zijn woonplaats Duizel en de mijnen in Belgisch-Limburg. In dit geval de kolenmijn van Zwartberg in Genk. Daar…Nieuwe ereplaats voor overleden mijnwerker

13-01-2019 08:58 – Ingezonden door Roy de Leijer

Haar vader, Henk Dielesen, pendelde dagelijks, zoals zoveel grensarbeiders, op en neer tussen zijn woonplaats Duizel en de mijnen in Belgisch-Limburg. In dit geval de kolenmijn van Zwartberg in Genk. Daar overleed hij in 1960 door een tragisch ongeluk bij zijn werk.
Het stoffelijk overschot werd na een hele berg papierwerk in een verzegelde, zinken kist naar de begraafplaats in Duizel overgebracht. De burgemeester van de gemeente Eersel gaf destijds geen toestemming om de hermetisch afgesloten kist te openen voordat ze ter aarde werd besteld.
“Mijn moeder Catharina heeft dit nooit kunnen verkroppen. Ze heeft het lichaam van mijn vader nooit meer gezien. Daar heeft ze veel verdriet van gehad. Het heeft voor veel onrust in haar leven gezorgd. Ze heeft nooit de bevestiging gekregen dat haar man was overleden, of dat er überhaupt iemand in de kist lag”, vertelt dochter Christien Dielesen.
Hoewel ze net vijf jaar was geworden toen haar vader overleed, was de herinnering aan hem er altijd in haar jeugd. “Al weet ik zelf heel weinig van mijn vader, van de mensen uit de omgeving die hem goed gekend hadden hoorde ik niets dan goeds.” Verder was er het grote verdriet van haar moeder en oudere zussen. Dielesen: “En als er later op school verrassingen werden gemaakt voor Vaderdag, dan werd ik steeds weer met m’n neus op de feiten gedrukt.”

Een kleine 60 jaar na de dood van haar vader kan zijn grafsteen in volle glorie worden bewonderd in museum Het Mijndepot in Genk. De steen, met de afbeelding van een mijnwerker, is geschonken aan VZW Het Mijn-Verleden in Genk. Deze vereniging is een initiatief van oud-mijnwerkers, die de herinneringen aan het mijnwerkersverleden levend houden. Leden hebben de verweerde grafsteen eind vorig jaar opgeknapt en hem een mooi plekje in het museum gegeven.
“Mijn vader is herbegraven en bijgezet in het graf van mijn moeder. Zij is in 2002 overleden. Daarmee is ook een belofte aan mijn moeder ingelost. Eindelijk, na 58 jaar, zijn ze met elkaar herenigd”, vertelt Dielesen.
Ze is blij en trots dat de grafsteen van haar vader óók een ereplaats heeft gekregen. “Als mijn drie kleinkinderen wat ouder zijn, dan neem ik ze mee naar het museum.”

Dielesen was zelf aanwezig toen het graf van haar vader werd geruimd. “Het was eigenlijk een heel mooi moment dat voor veel opluchting heeft gezorgd. De vraag wat er in de zinken kist zou zitten heeft me lange tijd enorm beziggehouden. Het lichaam van mijn vader verkeerde na al die jaren nog in een opvallend goede staat. Hij droeg oranje sokken. Ook had hij zijn linkerschoen nog aan.”

De afgelopen jaren heeft ze ervaren hoe het mijnwerkersverleden nog altijd enorm leeft in Belgisch-Limburg. In plaatsen als Genk, Heusden-Zolder, Beringen en Houthalen, hebben veel gebouwen van de oude steenkoolmijnen de sloopkogel overleefd en een nieuwe toekomst gekregen. Daarnaast herinneren onder meer meters hoge steenbergen aan de mijnbouwindustrie van weleer.
In deze omgeving herleefde vier jaar geleden de interesse in het mijnwerkersverleden van haar vader. “Ik moest voor een volksdansles naar Opglabbeek. Mijn man en ik besloten op een zondagmiddag alvast eens te kijken waar we moesten zijn. Het straatnaambordje ‘Weg naar Zwartberg’ intrigeerde me, helemaal toen in de verte daadwerkelijk een zwarte berg opdoemde.” Van het een kwam vervolgens het ander, aldus Dielesen: “Via het internet en later ook concreet kwam ik in contact met Mijn-Verleden en hun goede werk.”
In september was ze aanwezig bij een huldigingsdag voor mijnwerkersmoeders en -vrouwen. “Bij deze indrukwekkende bijeenkomst mocht ik namens mijn moeder de oorkonde voor sterke vrouw achter de mijnwerkers in ontvangst nemen. Bij de rede van gouverneur Herman Reynders bij die herdenking brak ik toen hij sprak over de angst die ook kinderen hadden of hun vader zou terugkeren van zijn gevaarlijke werk. Ik had het me nooit beseft maar ik was toen wél een van die kinderen.”
Haar moeder is onlangs opgenomen in een lijst met namen van vrouwen waarnaar mogelijkerwijs een straatnaam wordt vernoemd. Dielesen: “Daarmee wil de gemeente Genk de vrouwen achter de mijnwerkers eren.”
Haar moeder stond er na het overlijden van haar man alleen voor, met zes kinderen waarvan de oudste 9 jaar en de jongste 1 jaar oud was. De ondersteuning van het steenkolenbedrijf Cockerill-Ougree, onder meer in de vorm van gratis kolen voor de kachel, was zeer welkom en werd gewaardeerd, maar maakte het gemis vanzelfsprekend niet goed.
“Mijn moeder heeft tot aan haar dood in 2002 de mijnwerkershelm van mijn vader gekoesterd als fysieke herinnering en zijn aluminium drinkfles, compleet met de sleutel van zijn kledingkast, staat bij óns op een ereplaatsje.” Dat geldt straks ook voor de gevonden werkschoen. Dielesen: “Ik wil er iets mee doen. Aan de vorm van de schoen herken ik namelijk waar mijn jubeltenen vandaan komen.”

Powered by Blog Grabber