2017, eigenlijk te gek

Belachelijk gewoon dat het al 2017 wordt over een paar dagen. Ik weet nog als de dag van gister dat het 2000 werd en ik dacht, goh zeg, het jaar 2000 al, veel gekker moet het toch niet worden. Maar het…2017, eigenlijk te gek

30-12-2016 07:27 – ’t Vlees is zwak

Belachelijk gewoon dat het al 2017 wordt over een paar dagen. Ik weet nog als de dag van gister dat het 2000 werd en ik dacht, goh zeg, het jaar 2000 al, veel gekker moet het toch niet worden. Maar het is sindsdien alleen maar sneller gegaan. En gekker geworden. Ik weet nog dat ik rond die tijd, het jaar 2000, dacht, nee hoor, ik neem nooit een mobiele telefoon, met al die fratsen en toestanden en ringtonen. En nog geen jaar later had ik er een en weer een paar jaar later een appapparaatje. Een app-machientje. En ik app als een gek, verstuur foto’s, ben bij groepsappen aangesloten, zoveel dat ik er simpel van word. Soms vergeet ik mijn apper, ik beschouw dat als een goed teken. Het sein dat ik nog niet helemaal verknipt ben. Ik loop ook nooit op straat of zo, of in het openbaar te sms-sen of te bellen. Ook dat beschouw ik als een teken van goede gezondheid. Maar vanmorgen betrapte ik me erop dat ik door mijn verrekijkertje in de tuin zat te turen op zoek naar een roodborstje. Ik had me in mijn hoofd gezet dat ik voor het einde van het 2016 een roodborstje in m’n tuin moest hebben gezien, anders zou 2017 geen goed jaar worden. Tja, hoe ik er bij kwam weet ik niet, maar zoiets denk ik nou eenmaal. (Net als met die witte kalkvlekjes op je vingernagels, weet u nog? Of heb ik dat niet opgeschreven? Gelukkig maar.) Dat denken is natuurlijk een wat mindere eigenschap.

Hoe dan ook, ik zat voor het raam achter de computer en nam mijn kleine toneelverrekijkertje, waarmee ik een keer in de Eindhovense schouwburg de sopraan die Tosca zong tot achterin haar keel tegen haar amandelen aan heb gekeken. En waarmee ik op warme zomerdagen in Frankrijk op een stoel in de schaduw boven op het balkon naast de keukendeur naar wielewalen heb gezocht. Het zong als een gek, boven en naast mijn hoofd, maar ik zag ze niet, de gele rakkers. En nu zie ik ook geen een roodborstje. En bij mijn schoonzusje in de tuin, op tweede kerstdag, toen we met z’n allen ons familiediner hielden, zat er een gewoon voor het raam. Gewoon op een paar meter afstand. Kijk daar, een roodborstje, zei ik tegen haar. Ze liep net rond met een schaal ellendig lekkere hapjes. Ja, dat weet ik, zegt ze, ze komen heel dicht bij hier en ze vechten met de koolmeesjes om de pinda’s en het voer. Alsof het niks was, zo zei ze dat. Alsof in iedere tuin hier de roodborstjes met de meesjes om voer vechten. En dat zal ook wel, alleen… Ik heb wel veel mussen in de tuin. Heggemussen denk ik. Soms zie ik er wel acht tegelijk. En maar vechten. Er hangen overal genoeg vetbollen en pindaslierten en ik strooi voer en alle ouwe boterhammen gaan buiten op de tafel voor de merels en nog moeten ze met z’n allen hetzelfde zaadje hebben.

Maar intussen heb ik nog geen roodborstje gezien. En dat telt voor ons allemaal voor volgend jaar. Als ik voor eind 2016 een roodborstje in de tuin zie, krijgen we allemaal een gelukkig jaar en wordt IS opgerold. Of opgerold is niet meer het juiste woord. Vernietigd eigenlijk, hoewel, terrorisme is niet te vernietigen, het is een manier van leven, een denkwijze en die is niet uit te roeien.
Laat ik het maar klein houden, dicht bij huis. Roodborstje zien in je tuin en je krijgt een goed en gelukkig jaar. En gezond. Heb je geen tuin, kijk dan bij andere mensen in hun tuin. Er een zien is al genoeg. U hebt nog een paar dagen. Ze zijn klein, rond, hebben een rood borstje en felle zwarte oogjes. En blauw naast het rood en in hun nek. Hoezo bijgelovig? Ik wens u allemaal een goed, eerlijk, ruimhartig, vrolijk en gezond 2017. Het komt vast wel goed.   

Powered by Blog Grabber