‘Arme mensen’

Toen ik nog klein was, zo’n 8, 9, 10 jaar ongeveer, zeg maar uit het midden van de vorige eeuw ergens,  woonden wij in Budel op de Markt. Ik had drie broers toen, later is er daar nog een bijgekomen, en…‘Arme mensen’

11-09-2015 10:11 – ’t Vlees is zwak

Toen ik nog klein was, zo’n 8, 9, 10 jaar ongeveer, zeg maar uit het midden van de vorige eeuw ergens,  woonden wij in Budel op de Markt. Ik had drie broers toen, later is er daar nog een bijgekomen, en een zusje, dat een jaar jonger was dan ik. Ja dat is ze nog natuurlijk. De jongens sliepen toen met hun drieën op één kamer en wij, de meisjes, sliepen in een andere kamer samen in een bed. Dat was zo’n ouderwets houten bed met een opstaand voeteneinde, ook van hout. Als we ruzie hadden trokken we een onzichtbare streep midden door het bed. We moesten dan beiden op onze eigen helft blijven. Wie die overschreed, kreeg een mep. Dat waren de regels. We hadden geen verwarming boven op de slaapkamers, beneden hadden we een kolenkachel. In de winters was het ijskoud boven op de slaapkamers. Wanneer we dan in bed lagen, mijn zusje en ik, lekker onder de dekens, zei ik opeens: ‘Kom, we gaan “arme mensen” spelen.’ Mijn zusje wilde dat nooit; het was ook een gruwelijk spel. Maar ja, ze had weinig in te brengen want ik was een jaar ouder. Het spel dat ik zelf verzonnen had, bestond hieruit dat ik alle dekens en het laken over de rand van het voeteneind sloeg en dan weer ging liggen. ‘Zo’, zei ik dan innig voldaan. ‘Nu zijn we arme mensen. De arme mensen hadden het heel, héél koud, en ze lagen te bibberen in hun  bed want ze hadden geen dekens, bibber bibber,’ en zo leuterde ik maar door. Het was dan ook écht ijskoud en wij lagen in onze pyjamaatjes te rillen in dat blote bed. Mijn zusje vond het geen leuk spel. Ik wel, waarom weet ik nog steeds niet. Opeens zei ik, ongeveer na tien minuten bibberen: ‘toen kwam er een goede fee, en schonk de arme mensen een matje.’ En dan pakte ik het matje dat naast het bed lag en drapeerde dat zo goed mogelijk over ons heen. Moeilijk want het was een stijf matje. Weer vijf minuten later, stond ik op, pakte het laken en een deken en schikte dat over ons heen met de woorden: ‘Toen kwam er een weldoener en schonk de arme mensen een laken en een dekentje. Het werd dan al ietsje warmer in bed maar de volle mep van drie wollen dekens was nog niet bereikt. Dat duurde nog even. Soms had ik er zelf ook genoeg van en pakte de laatste twee dekens tegelijk en stopte ons in. Wonderbaarlijk altijd hoe warm het dan ineens werd in bed. Mijn zusje sliep dan vrijwel meteen. Ik lag altijd nog te denken of het niet te snel gegaan was. Soms varieerde ik met een enkele sprei als eerste geschenk. Dit speelden we echt alleen maar als het heel koud was en de bloemen op de ramen stonden.  Tegenwoordig heeft iedereen verwarming op de kamer en kun je niet fatsoenlijk meer ‘arme mensen’ spelen. Ik dacht eraan toen het eind augustus zo heet was en ik ’s nachts het dek afgooide. Toen schoot dit verschrikkelijke spel mij weer te binnen. In een milde vorm speel ik het tegenwoordig nog steeds. Af en toe gooi ik het dekbed af, tot ik het ijskoud krijg. Dan moet ik nog even wachten en dan het dekbed er weer overheen. Hoe verrukkelijk warm het dan is en hoe vrijwel meteen je dan in slaap valt door de heerlijke warmte. Probeert u het ook maar eens. De koude tijden komen er weer aan. Verwarming uit en hup: arme mensen spelen. Maar eerst wel een kwartier bibberen…en niet vals spelen onder de dekens.

Reageren kan hieronder of via mail: guus.van.winkel@pandora.be

Powered by Blog Grabber