Breien

Wat misschien maar weinig mensen weten is dat ik eigenlijk heel goed kan breien. Daar schaam ik me voor. Het heeft zo’n tuttige afdronk. Nou kan het me niks meer schelen als iemand dat weet. Vroeger, echt…Breien

13-01-2017 09:21 – ’t Vlees is zwak

Wat misschien maar weinig mensen weten is dat ik eigenlijk heel goed kan breien. Daar schaam ik me voor. Het heeft zo’n tuttige afdronk. Nou kan het me niks meer schelen als iemand dat weet. Vroeger, echt heel vroeger toen ik pas getrouwd was breide ik truien voor de kinderen. In allerlei kleuren en motiefjes. Dat kon ik goed. Eenmaal heb ik in één dag, de dag voor kerstmis, een trui voor mijn zoon gebreid. Hij was toen vier of vijf. Zo’n veertig jaar geleden. Het was plotseling heel koud geworden met sneeuw en ijs en zo en hij had eigenlijk niks om aan te doen. Niks warms, een schamel sweatertje en een armzalig ribbroekje en hij wilde altijd buiten spelen. Ik had wel pas wol gekocht, hele mooie groene met een vleugje blauw erdoor. Ik had breipennen maat 5. En ik begon. Boordje met kleinere pennen, daarna in een razend tempo verder met 5. Af en toe de jongen van buiten binnen roepen en de hoogte meten. ’s Avonds was hij af. Hij was perfect en ik weet nog hoe blij hij was met die trui. Later breide ik volwassen truien voor hen. Ook voor mijn dochter toen ze al werkte. Een rood/zwart/gele trui met een vrouwenhoofd erin gebreid. Waar die is gebleven weet ik niet. Al zo lang geleden. Een jaar of vier terug waren opeens slappe sjaaltjes in de mode. Van die glinsterende dingen die je om je nek kon draaien een paar keer en die dan wezenloos terneer hingen. Ik breide achter elkaar zeven stuks in steeds verschillende kleuren. Voor mijn dochter en schoondochter, mijn zusje, mijn schoonzusje en voor de dochters en schoondochter van mijn vriend. Ik sloeg niemand over in de eerste graad. Voor mijzelf had een vriendin er een gebreid waarvoor ik later, toen de eerste sjalendrukte wat geluwd was, er een heb teruggebreid. Eenmaal, toen ik tijdens de vakantie in Frankrijk een zomertrui voor mijn zusje gebreid heb, een witte, die ze nog jaren gedragen heeft, waarvoor dank, heb ik een zenuwontsteking gekregen in mijn linker bovenarm. Van het geforceerd en in te snel tempo breien. Het is dus ook gevaarlijk, breien. Steeds wanneer ik weer begon met breien moest ik na een paar naalden het werk weer neerleggen omdat de zeurende pijn weer kwam opzetten. De zusjestrui heb ik met behulp van aspirientjes afgemaakt. Daarna niks meer. Nee wacht, in 1992 heb ik nog een ooit een vest gebreid voor mijn toenmalige vriend. In de gerstekorrelsteek. Dat is bijna mijn ondergang geworden. Het vest was ook nog een halve meter te lang dus toen was de lol er wel af. Daarna heb ik vijftien jaar geen breipen meer aangeraakt. Tot een jaar of vier dan dus die sjaaltjes en nu wil ik opeens een muts breien. Het is ongeveer drie weken geleden komen opzetten, die drang. Van mutsen breien weet ik ook wanten. Je moet bij het breedste stuk onderaan beginnen en dan langzaam, vaart minderend om de vijf naalden en om de zoveel steken zowat naar boven gaan, naar de kruin toe. Dan nog een losse pompoen maken en die erboven op vast zetten voor de leukigheid.  De pompoen weet ik niet meer hoe die moet, maar waarschijnlijk kun je dat op internet opzoeken. Ik zou wel willen beginnen aan die muts maar ik ben bang dat ik er dan wegens verslaving achter elkaar tien ga breien. Wat moet ik met tien mutsen? Weggeven. Of iedere dag een andere opzetten. De breinaalden moet ik weer ergens gaan zoeken. Kortom: ik ben nog niet begonnen met een muts. Het kriebelt wel, die drang.  Misschien wanneer ik onverhoeds langs een winkel kom waar ze wol verkopen, dat ik weer bezwijk. Zeer waarschijnlijk, want dat is echt het gedrag van een doorgewinterde muts.

Powered by Blog Grabber