Catastrophe

Sinds vorige week zaterdag ben ik weer in Frankrijk. De hele winter ben ik niet meer daar geweest voornamelijk omdat ik wist dat de weg bij mij weggespoeld was en ik niet meer met de auto bij het huis…Catastrophe

24-03-2016 14:53 – ’t Vlees is zwak

Sinds vorige week zaterdag ben ik weer in Frankrijk. De hele winter ben ik niet meer daar geweest voornamelijk omdat ik wist dat de weg bij mij weggespoeld was en ik niet meer met de auto bij het huis kon komen. Mijn vriend kon niet mee, hij had wel een geweldig eerste twee dagen overlevingspakket meegegeven. Ik vertrok zaterdagmorgen half 8  vanuit zijn huis in Nederlands Limburg, scheelde weer een half uur van de reis. Onderweg telde ik uit verveling alle roofvogels die op een paaltje langs de weg zaten. Op de autoroute van Toul tot aan bijna Lyon waren er dat 56. Aan weerskanten. Buizerds voornamelijk. In de Ardennen was het 2 graden. In Villeneuve, bijna thuis, 19! Onze Nederlandse bovenbuurman was al een week in zijn huis en hij had al geappt dat hij me zou helpen met bagage sjouwen zodra ik er was. Ik hoefde niet te bellen, hij had me al gehoord en liep naar beneden en strompelde door de keienbeek naar het laatste stuk waar mijn auto nog kon staan. Terwijl we hijgend met zware tassen van de auto naar het huis strompelden, zo’n honderd meter door de weggeschoven keienbeek vertelde hij dat ze in ’het dorp’ heel kwaad waren op de burgemeester omdat hij er nog niks aan had laten doen. Het was een half jaar geleden in september dat die grote overstroming had toegeslagen. Het was in het verleden wel vaker gebeurd maar hooguit enkele weken later was de ramp weer hersteld. Zo erg als nu was het echter nog nooit geweest. Er waren ook kranten foto’s komen maken met de burgemeester er heldhaftig bij. Het was nu officieel een ramp, une catastrophe. En ze zouden geld van het departement krijgen om het te laten maken. Op zondag kon ik niet veel doen dus liep ik een lange bergwandeling, de cadiola genaamd. Ik deed er 10 minuten langer over dan vorig jaar, zo was mijn conditie achteruit gegaan. Mijn hond Simo had nergens last van. Die liep hem zoals gewoonlijk dubbel. Op maandagmorgen reed ik naar het dorp. De mairie was gesloten. Maar buiten op het kerkpleintje liep de gemeentesecretaresse te roken. Ik gaf haar een hand en onmiddellijk keek ze me medelijdend aan. Terrible en zo die toestand met de rivier bij mij. Ze liet me binnen in het gemeentehuis en belde de burgemeester voor me. Die kon niet komen maar had wel toegezegd dat er nu snel gerepareerd ging worden. Kijk aan, zei ik in het Frans. Ze vroeg m’n telefoonnummer om me te bellen wanneer ze gingen beginnen. Ook liet ze me op de computer alle foto’s zien van toen het pas gebeurd was. Inderdaad, indrukwekkend, maar dat was nu een half jaar geleden. ’s Middags zat ik met het bovenbuurechtpaar op het balkon een eenvoudig wijntje te drinken in de zon (het is wel prachtig weer, dat dan weer wel) toen Martine met haar hond langskwam. Martine is een vaste bewoonster, ook een bovenbuurvrouw, een Française. Ik riep haar. Ze is een fel wijffie met uitgesproken meningen. Schandalig was het, dat ik zo hier weer moest komen, en dat de burgemeester nog steeds niks aan de weg had laten doen. We moesten vanavond maar eens samen gaan naar die, ja wat zei ze nou, ik durfde het niet helemaal te vertalen, con! Zij zou ons wel helpen met de taal en dan gingen we met z’n drieën. Ze kwam ons om 7 uur ophalen. Ze woont naast de Nederlandse bovenbuurman die ook meeging en die ook belangen had hoewel zijn huis bereikbaar is. Hij moest een sceptic tank laten plaatsen en dat kon alleen maar over het onderweggetje, door de beek langs mijn huis. Erg ingewikkeld allemaal. Vinden jullie dit nog leuk? Lees maar dapper door. Hoe dan ook: Martine pikte eerste Bert op, het mannetje van het echtpaar en daarna reden ze naar mij. Ik stond al de hele tijd op de uitkijk en hoopte dat ze zouden toeteren zodat ik naar ze toe zou lopen. Mijn hond blaft niet meer op veraffe auto’s dus daar had ik ook niks meer aan. Kwart over zeven stonden we op de mairie. De burgemeester schrok wel een beetje van zo’n grote delegatie en had voor de zekerheid ook een schepen meegebracht. We deden allemaal ons woord. Ik zei: eind van de week komen mijn kinderen en kleinkinderen (dat was waar) bij mij op vakantie, plus nog twee oude tantes (niet waar). Die had ik er voor de zekerheid maar bij gedaan. Opeens kon alles. Eerst zouden ze nog deze week mijn weg maken provisoirement zodat ik weer bij mijn huis kon komen en op een later tijdstip tegoei zodat Bert ook via de onderweg kon. Het had twintig minuten geduurd. Toen we buiten stonden in het donker maakte Martine zegevierende gebaren en we reden vrolijk terug naar huis. Met haar koplampen lichtte ze me bij toen ik door de beek hobbelde zodat ik niet een enkel of zo zou breken. Ik kwam veilig thuis. Ik had eigenlijk gedacht de burgemeester om te moeten kopen, net als in de film. Tja, misschien was 100 euro ook wel te weinig geweest, dus die stopte ik weer terug in de knip. Haha.  

 

Powered by Blog Grabber