Dak

et is hier in de Ardèche niet altijd rozengeur en manedinges. Misschien weet u nog dat vorig jaar er hier een boom op mijn dak. Daarna werd het gebrekkig gerepareerd door een soort beunhaas, meer een dakhaas. Als het erg regende, lekte het dak in het keukengedeelte en moest ik overal, net als in de Donald…Dak

29-07-2016 12:08 – ’t Vlees is zwak

et is hier in de Ardèche niet altijd rozengeur en manedinges. Misschien weet u nog dat vorig jaar er hier een boom op mijn dak. Daarna werd het gebrekkig gerepareerd door een soort beunhaas, meer een dakhaas. Als het erg regende, lekte het dak in het keukengedeelte en moest ik overal, net als in de Donald Duck, pannetjes neerzetten. Toen was ik er 8 maanden niet. En het lekte toch, maar er liggen tegels en dan droogt het ook weer op. En als ik er niet ben heeft er ook niemand last van. Maar nu ben ik er lang en het regent soms heel hard en lekt het weer. Toen kreeg ik van een café-eigenaar in het dorp een naam van een heuse entrepreneur, die ik kon bellen, maar die deed geen daken, alleen wc’s en goten. Die gaf me een andere naam maar hij kon dus wel een nieuwe goot eraan hangen en die andere man zou dan mijn dak maken. Ze kwamen kijken, eerst de gotenman, daarna de dakman. De gotenman bleek de baas. Hij repareerde ook twee wc’s en daarbij liet ik hem een foto zien van hoe erg het was als het regende. Het was dweilen met het dak open. Toen ging hij de dakman achter z’n vodden zitten. Die kwam weer, schudde z’n hoofd en zei dat die platen die op het dak lagen, moeilijk nog te krijgen waren, maar hij zou z’n best doen. Een paar dagen later, voordat het weer ging regenen, dat hadden ze op het Franse journaal gezien natuurlijk, kwam hij terug met een enorm blauw zeil. Een batch, zei hij, dat zou hij zo lang op het dak leggen zodat het binnen droog zou blijven. Daarna zou hij terugkomen. Overmorgen, zei hij en als bewijs liet hij z’n ladder, een driebaansladder, bij het huis hier liggen. Er kwam een enorm onweer, werkelijk verschrikkelijk en vreselijke, bijpassende regen. De volgende dag bleek buiten de waterbak van de honden tot bovenaan toe vol geregend te zijn. Maar het huis was kurkdroog gebleven. Gelukkig. Wel kon je het blauwe, dikke zeil over de rand van het huis zien hangen. Maar de dakman kwam niet, de ladder bleef liggen. Toen opeens, ruim een week later, op een maandagmorgen verscheen hij weer, met een knechtje erbij. Ze hadden platen achter in de werkauto en nog andere vreselijke spullen. Ze klommen op het dak. Ik hoorde een enorm lawaai en boem krak, de oude kapotte platen waardoor het lekte werden op de grond gesmeten. De pannen hadden ze denk ik al aan de kant geschoven. De gedeukte en kapotte goot lag ook op de grond. Vervolgens hoorde ik een half uur lang nog een enorme herrie en opeens werd het stil. Hun auto was weg, ze waren verdwenen. Ze bleven twee uur weg. Toen kwamen ze weer en hadden latten bij zich en een zaag. Plus een soort ventiel en een bloemenspuit. Ze grinnikten. Ze zaagden een plank op maat. De ander zat weer op het dak. Opeens komt hij, de baas dakman naar me toe en zei: ’De platen die ik bij me heb, zijn niet goed, verkeerde maat, ik ga kijken of ik ergens anders tweedehands nog die ouwe platen kan krijgen.’ En weg waren ze weer, dit keer met medeneming van alles wat ze van het dak gegooid hadden. Een lunch en een uur later waren ze er weer. Hij kwam licht hijgend en triomfantelijk en bezweet naar me toe, deed geheimzinnig en zei: ‘Ik heb ze, ik heb ze ergens kunnen krijgen.’ Met die enorme eternieten golfplaten het dak weer op. Het was verschrikkelijk heet en ik gaf ze ijsklontjeswater toen ze een uur later of zo, even op het binnenplaatsje pauzeerden. ’s Avonds was de boel gefikst. Platen erop, pannen er weer op en ze gingen. Er moesten nog wel 5 pannetjes op en vastgezet worden, maar lekken kon het niet meer. Die pannetjes zou hij er morgen op leggen. Hij liet een eenpansladder liggen naast het huis. Hoe betalen, zei ik? Cheque, bank of cash? O, dat komt wel, zei hij afwerend, doe maar cash. Een week later kwam hij weer. Met 5 pannetjes op z’n schouder klom hij naar boven. Een kwartier later was alles klaar. Hij wilde al weer weggaan, maar ik hield hem staande: Ik wil betalen, zei ik. O, hij deed een beetje verlegen en mompelde wat. Het bedrag. Wat, zei ik, want ik verstond het niet goed. Hij zei het weer. Ik haalde het geld dat ik een week eerder van de bank gehaald had tevoorschijn en betaalde hem. Hoeveel? Dat mag u raden. Beschouw het maar als een puzzel. Emailen naar: Hacweekblad. De juiste oplossingen worden beloond…. En hoe!

 

Powered by Blog Grabber