De bar in de keuken

Op de bar in mijn keuken waar ik honderd keer per dag langs loop, ligt en staat van alles. Onderhande werk zeg maar. Post, rekeningen, kranten, kurken, een lege wijnfles, de automatische poortsluiter,…De bar in de keuken

16-02-2017 15:33 – ’t Vlees is zwak

Op de bar in mijn keuken waar ik honderd keer per dag langs loop, ligt en staat van alles. Onderhande werk zeg maar. Post, rekeningen, kranten, kurken, een lege wijnfles, de automatische poortsluiter, vaak een brandende noveenkaars voor het een of ander want er is altijd wel iemand in nood waar ik een kaarsje voor brand. Ik ben niet gelovig en in kaarsjes geloof ik ook niet, maar het staat zo geruststellend, net alsof in de chaos van iedere dag en van dit leven, er toch iemand op de achtergrond is, die meedenkt en rust geeft. Het kaarsje betekent: Je staat er niet alleen voor, ik brand voor u. Er staat ook een doosje gedroogde abrikozen, waar ik er af en toe een uitneem omdat ik dan fruit eet, zonder dat ik daar allerlei korsten en schillen voor hoef te verwijderen en pitten uit te spuwen. Ik ben nogal gemakkelijk uitgevallen. Ja, vanwege dat laatste ben ik ook helemaal voor de schroefdoppen die tegenwoordig op de wijnflessen zitten. Een hemelse uitvinding. Je kunt gezellig aan een flesje beginnen zonder dat je daar eerst weer een vettige kurk voor hoeft te verwijderen met van die incompetente kurketrekkers. Je hebt kurketrekkers die met de beentjes omhoog gaan als je daarvan de spiraal in de kurk zet. Je draait door tot die beentjes tegen je hand aan komen en dan blijkt het scheef in de kurk te zijn gegaan, enfin, ik ga hier nu verder niet over uitweiden over die ellende. Kurketrekkers, zelfs die zogenaamde automatische, zijn allemaal een ramp. Vroeger had ik een kurketrekker, zo’n ouwerwetse, rustieke, een wrede, ijzeren spiraal met houten handvat rechtstreeks uit een catalogus waar ook de chalets uit de bergen vandaan komen, die je de kurk indraaide en dan zette ik de fles tussen m’n benen en met een bovenmenselijke trekknal, haalde ik die er dan uit; dat kostte mij steeds een los contact in mijn schoudergewricht. De borstplaat binnenin mij liet dan los aan twee schroeven of zoiets en ik liep dan drie dagen met bungelende, ontspierde bovenarm. Dit alles om toch maar een wijntje te drinken. Dus u begrijpt: de schroefdop die tegenwoordig op bijna alle wijnflessen zit, wijnflessen van hoog tot laag, van duur tot supermarkt geprijsd, ja, die koop ik. Nooit meer een kurk, nooit meer een ontzet borstbeen in mijn rammelende bovenkasje. Hiervoor, was er al de 5-literwijntank met tapdopje, die in Frankrijk zijn oorsprong heeft en waar ik daar ook gretig gebruik van maakte en die ik aanvankelijk ook hier naar het vaderland toe vervoerde. De honden lagen daar bovenop in de auto. Eerst de kartons, daarover een dekentje (ach) en daarover hun mandjes en daarin zij. Maar die kartons zijn nu ook in hier in België te koop, meestal in het 3-liter model en relatief gezien duurder dan in Frankrijk maar ik mopper daarover niet want je hoeft er ook minder ver voor te rijden. Over die abrikozen trouwens wil ik het ook nog even hebben. Iemand liep langs mijn bar, zag de abrikozen en zei: ‘O, eet jij die ook, weet je wel dat je daar ontzettende stinkscheten van moet laten?’ Ik antwoordde fijntjes: ‘Die laat ik altijd, volgens mij niet per se van de abrikozen. Gewoon een blijk van goede gezondheid.’ Een goede gezondheid gaat nooit gepaard zonder regelmatig een directe knaller. Mijn jongste kleinzoon heeft daar een goed woord voor gevonden: een skeet. Hij heeft het van kleins af aan zo genoemd. Ik vind dat woord, op deze manier uitgesproken, heel ontwapenend. Het klinkt veel minder erg. Maar o wee, als hij ze lààt, zelfs op deze jonge leeftijd en we zijn in dezelfde kamer, dan vluchten we allemaal een andere kant uit. Allemaal de verkeerde kant. Zo goed gezond is hij!

Powered by Blog Grabber