De juffrouw

Nou zijn we geloof ik toch stom bezig geweest met z’n allen. Wij, de 7 dames en een heer van Atelier Rosé bedoel ik. Want wat gaat er gebeuren? Iemand van ons, ik weet niet meer wie, zei op een gegeven…De juffrouw

09-03-2017 14:25 – ’t Vlees is zwak

Nou zijn we geloof ik toch stom bezig geweest met z’n allen. Wij, de 7 dames en een heer van Atelier Rosé bedoel ik. Want wat gaat er gebeuren? Iemand van ons, ik weet niet meer wie, zei op een gegeven moment tijdens het schilderen of tijdens de lunchpauze: ‘Eigenlijk moesten we gewoon nog eens les krijgen van iemand die het weet. Als ik ons zo bezig zie, dan zijn we toch wel een soort van in het slop geraakt, met onze kunst.’ Iemand giechelde bij het woord kunst. ‘Wanneer zijn we ook weer allemaal afgestudeerd aan het Niko in Neerpelt (heet tegenwoordig anders trouwens, maar wij zeggen nog gewoon Niko). Dertien jaar, veertien? En sindsdien modderen we hier zo maar wat aan iedere week.’ ‘Ho ho,’ zei iemand anders, ‘we modderen niet aan, we maken en schilderen kunst zo goed mogelijk, tenslotte hebben we allemaal ons bewijs van schilderkunst, we gaan regelmatig naar musea en tentoonstellingen, we kopen kunstboeken, we praten met elkaar erover, ik vind dat we goed bezig zijn.’ Ja maar toch, de blik van een geschoold iemand….
Om kort te gaan, er liep zo’n jong grietje op het Niko rond, een lerares schilderkunst en die kon allemaal veel meer dan wij en die moest ons uit het slop halen. Via via hadden we haar geritseld en we zouden haar uit eigen zak betalen. Op een maandagmiddag nu drie weken geleden, haalde iemand haar van de trein af in Hamont en bracht haar in ons midden. Mijn hemel, we keken onze ogen uit. Ze kwam van Gent en woonde in Neerpelt sinds ze daar les gaf. Wij zijn allemaal over de datum, dichter bij de 70 dan de 60 en we rimpelen dat het verrekt. Een van ons heeft een kapotte beenader waaraan ze pas geopereerd was. Ze liet daarvan ooit een foto zien, hoewel ze het been live bij zich had, maar dat liet ze niet zien, was te erg, foto kon nog wel. Wij rilden van afgrijzen. Iemand had pas wat kaakchirurgie ondergaan en een van ons zat met flappende bovenarmen en al naast het meisje. Het meisje, 27 jaar oud, en bloedmooi met lang zwart glanzend haar, zat daar op een kruk naast onze hangbuiken, eksterogen, onderkinnen, uitgedunde haren, schokputjesbenen, sjaaltjes voor de nekjes en pufpraatjes. Twee van ons hadden een hond bij zich. En dan die van mij nog. Arm meisje. Ze hield zich goed, vond alles normaal en bekeek een voor een onze daar aanwezige werken. Ze gaf raad, deed welwillend en lardeerde alles met haar Gentse accent dat ik wel mooi vond maar amper verstond. Na afloop bracht een van ons haar naar het Niko in Neerpelt. Ze had geen auto en geen rijbewijs. Wij allemaal wel, maar ja, wij waren oud. Ze zou één keer in de maand ons een opdracht geven, en dan komen kijken en twee uur lang alles bespreken. De eerste opdracht was een ‘stilleven’. Bah wat saai, zei een van ons, die tijd hebben we toch gehad zeker. De week daarop hadden een paar van ons geen zin in dat stilleven. Het moest zo groot mogelijk en abstract. We bouwden toch maar braaf een stilleven in ons atelier op een tafeltje in het midden. We kregen mailtjes van onze godin, er moest een diagonale lijn in zitten, kijk naar de oude meesters. Jaja, zeiden wij en legden een boek en wat potjes diagonaal op een tafeltje en ieder begon weer aan z’n oude werk. Op 27 maart komt ze en dan moeten we het af hebben. Oei. We morren een beetje op elkaar, van wie had dat bedacht en zo, en gaan gewoon verder met wat we al deden. We zijn stout. Net kleine kinderen. We doen lekker geen potjes. Straks komt de juf en krijgen we er van langs. Maar we hebben nog 2 weken. Ook wel weer eens leuk eigenlijk, met angstig kloppend hart als 70-jarige op een meisje van 27 wachten. Het zou mooi zijn als we allemaal een pluimpje kregen en een stempeltje van de juffrouw.

Powered by Blog Grabber