De Sterfput

Ja hoor, we zijn weer in Frankrijk. We hebben al een week lang schitterend weer gehad. Iedere dag zowat gaan we tegen half twaalf naar Café de Sterfput om daar behoeftig een roseetje te drinken of twee….De Sterfput

21-04-2017 10:50 – ’t Vlees is zwak

Ja hoor, we zijn weer in Frankrijk. We hebben al een week lang schitterend weer gehad. Iedere dag zowat gaan we tegen half twaalf naar Café de Sterfput om daar behoeftig een roseetje te drinken of twee. Niet omdat we dat zo lekker vinden, maar uit noodzaak omdat je in Café de Sterfput alle werklui die je nodig hebt ziet langskomen. Eerst in hun werkauto’s: Plomberie Doménique Labeille, Electr. Jean Arsac enz. Dan parkeren ze haastig hun auto ergens en komen binnen voor een snelle dronk en wat genetwerk. Daar vinden mijn vriend en ik onze mannetjes, Antonio Pires hebben we er gevonden voor het dak dat kapot was en onlangs kregen we er het mannetje van de goot. Van de baas van de Sterfput, (dat eigenlijk Café-Bar Du Commerce heet, maar jarenlang een houten vlondertje als terras had waaronder zich de gruwelijkste taferelen afspeelden en waar het in de zomer enorm stonk zodat de kinderen het de sterfput hebben gedoopt) krijgen we ook hun telefoonnummers. Hij wijst ze ons aan, zegt wat ze kunnen en geeft hun nummers. Ik verdenk hem ervan dat hij procenten vraagt als ze bij een onnozele Hollander, zoals wij, kunnen werken. We kregen ook het nummer van de houtman. De houtman is een mensenschuw, eenpersoons wezen dat eigenlijk steenhouwer is en kachelstammetjes verkoopt als hobby.  Hij komt niet in het café. Maar we moeten wel buches, houtstammetjes voor onze houtkachel hebben. Dus belden we hem. Aan de telefoon bromde hij dat hij zaterdag wat kuubjes kon brengen en ja hoor, op paaszaterdag stortte hij vier van die kubieke meters als een berg op het terras die mijn vriend en ik, na een zware eierdag, samen een voor een onder de ’bogen’ moesten opbergen. Diezelfde morgen kwam de man van de goot de lengte van de te plaatsen goot opmeten. Ook een sterfputmannetje. Gevonden op de manier zoals in Frankrijk de economie draait: via het terras en het glas. Ik vroeg hem om een devis, een offerte. Hij lachte een beetje en zei, ja hoor. Ik wilde hem mijn emailadres geven maar daar lachte hij nog smakelijker om. Jullie komen toch iedere dag in het café? Dan geef ik het je daar wel. Oké, geregeld. Je moet je dus gewoon aanpassen aan de regels van de streek. Cafébezoek is er onontbeerlijk als je iets in je huis gedaan wilt hebben. Handen schudden, kussen, drankjes aannemen en geven, bellen en wachten, het is allemaal in feite onderhoud voor je huis. De Sterfput had trouwens zijn houten vlondertje vervangen door een echt stenen terras, het stonk er niet meer en voorin in de overdekte serre, waar de ondernemers in hun busjes langs raceten, mocht weer volop gerookt worden. Het stonk er nu dus anders. Tegelijkertijd had de baas over een afgedankte bar, een plastic zeil gelegd met safari-achtige motieven, wat Afrikaanse trommels en hoofden erop opgesteld en voor dit droevige geheel zijn prijzen met 50 procent verhoogd. Een roseetje kostte nu 1,50. Eerst dus een euro. Een keer werd ik  van achter op mijn schouder getikt en een onooglijk mannetje vroeg me of ik die Hollandaise was die nog een muurtje gemetseld moest hebben. Ik zei nee, maar ik wil wel een trapje gemetseld. Hij keek me verheugd aan, greep mijn hand, en schudde die. Hij zei, dat doe ik, samen met een kameraad. Die is er nu niet, zijn been is gebroken maar als hij beter is zal ik het laten weten. Dat klonk naar volgend jaar. Maar het trapje was niet dringend. Daarna ging ik naar de rokersruimte op het terras. Het begon twaalf uur te worden en de busjes kwamen langs en ik had nog een electricien nodig voor mijn gecrashte buitenstopcontact. De cafébaas zet zich af en toe naast me en soms wanneer ik vraag naar de kwaliteit van deze of gene, schudt hij z’n vinger op en neer, ‘Pas bon‘, zegt hij dan, die mocht ik niet nemen. (Waarschijnlijk betaalt diegene geen provisie.)  Maar goed, we hebben maar twee weken vakantie hier maar het hout is gebracht, de goot wordt gemaakt, gelukkig als we weg zijn en betalen hoeven we pas als we weer terug zijn. Eindelijk eens iets dat redelijk vanzelf gaat. En dat in Frankrijk. Leve de sterfput.  

Powered by Blog Grabber