Deelbaar door twee

We waren met z’n tweeën, mijn vriend en ik en zaten thuis, weer terug in Hamont, op de bank naar een spannende film te kijken. Ik zette de film stop en zei: ‘Zal ik nu even die saucijzenbroodjes in de…Deelbaar door twee

24-08-2017 22:44 – ’t Vlees is zwak

We waren met z’n tweeën, mijn vriend en ik en zaten thuis, weer terug in Hamont, op de bank naar een spannende film te kijken. Ik zette de film stop en zei: ‘Zal ik nu even die saucijzenbroodjes in de oven doen, kunnen we ze dadelijk tijdens de film opeten, lekker spannend.’ Ja, hij had ook wel zin in iets hartigs. Ik liep naar de keuken, nam het pak uit de koelkast. Er zaten er negen in. Een ongemakkelijk aantal, deelbaar door drie, niet door twee; Hoe verdeel je die dan als je er allebei evenveel zin in hebt? Moeilijke vraag. De laatste doormidden snijden? Of zeggen, neem jij die laatste maar? Daar had ik geen zin in. Ik wilde de meeste zelf. Het waren er gelukkig geen zeven, want dan had ik er vier gewild en hij er maar drie gekregen. Nu ging hij er maar vier krijgen en ik vijf, dus eigenlijk had hij er al een meer gekregen dan wanneer er zeven in het pak hadden gezeten. Dat moest ik goed voor ogen houden. Ik ging geen medelijden met hem krijgen wanneer ik mijn vreselijke list om er zonder dat hij er erg in zou hebben, een meer te eten, ging uitvoeren. Ik wilde er dus vijf zodat hij er maar vier zou hebben. Dat was vals van mij en hebberig, maar soms ben ik dat. De truc was dat hij zou denken dat hij er al vijf op had terwijl hij er maar vier op had. Na tien minuten zette ik de film weer stil en haalde de broodjes uit de oven. Ik had de broodjes extra niet symmetrisch op het bord gelegd, een beetje rommelig eigenlijk, een soort ontelbaar. In goede harmonie aten we ieder de eerste twee miniworstenbroodjes op. Terwijl ik het derde aanbeet, zei ik, schijnbaar achteloos, hé, heb jij er al drie op? Terwijl ik wist dat hij er pas twee op had. Hij zei niets, keek gespannen naar de film. Gunstig. Ik deed net alsof ik de film heel spannend vond en zei: ‘Brr, wat eng, gedver, wat een bloed’, kroop tegen hem aan en pakte tegelijkertijd snel de vierde, zogenaamd gedachteloos. Terwijl ik haastig beet en kauwde zei ik met volle mond: ‘kijk pfrr, er liggen er nog twee, nog een voor jou en een voor mij, pfrr, krr, dan heb jij er vijf op en ik vier, maar dat vind ik niet erg, jij bent groter en een man, die moeten meer eten en ik word er maar dik van. (Walg, ik) (Gnoe), (hèhè, doorgeslikt) Ik stikte er zowat in. ‘Ik pak mijn laatste nu nog niet, jij wel de jouwe? Ik wacht tot het weer wat spannender is. Daar had jij net geen erg in hè, toen met die spannende scène, dat je er al vier op hebt. Je eet gedachteloos.’ Nou moest ik het er natuurlijk ook weer niet tè dik opleggen, anders had hij het alsnog in de gaten. De list was nu gelukt, de twee broodjes, voor ieder een, lagen nu veilig op het bord. Ik kon het mijne pakken wanneer ik wilde en eindelijk er een rustig naar binnen schrokken. In een stiller tempo en eindelijk er eens van genieten. ‘Hé,’ zei hij ineens, ‘er zaten toch negen van die dingen in één pak?’ Ik schrok me rot! Had hij het nu toch door? ‘Ja,’ zei ik op onschuldige toon, de laatste twee zijn een voor jou en een voor mij.’ Ik zweeg stil en keek naar de film. ‘Ach’, zei hij toen, ‘ik heb er al zo veel op, neem jij ze maar allebei.’ ‘Ha, goed,’ zei ik, lief van je, ik heb best honger eigenlijk’, en pakte meteen zo’n ding van het bord. Ze werden al een beetje koud. Ze waren opeens ook niet meer zo lekker. Ik keek naar zijn gezicht. Zou hij iets in de gaten hebben, sarcastisch willen zijn? Ik kon het niet vragen want dan moest ik mijn bedrog toegeven. Hij keek alleen naar het scherm dat hij ingespannen bleef volgen. Ik at het laatste ook op, eigenlijk tegen heug en meug. ‘Ik ben misselijk,’ zei ik, ‘van die worstjes’. Ik wist het niet heel zeker maar ik dacht dat ik toen een klein, flauw glimlachje om zijn lippen zag.   

Powered by Blog Grabber