Havermout en andere ongelukken

We zijn nu al zo lang in Frankrijk, ik al bijna twee en een halve maand en sinds twee weken ook nog met familie en daarvoor nog met wat anderen, bridgers en zo, waarvan er een per ongeluk zijn been had…Havermout en andere ongelukken

20-08-2015 14:41 – ’t Vlees is zwak

We zijn nu al zo lang in Frankrijk, ik al bijna twee en een halve maand en sinds twee weken ook nog met familie en daarvoor nog met wat anderen, bridgers en zo, waarvan er een per ongeluk zijn been had gebroken, ja niet expres natuurlijk. Eigenlijk wil ik alleen maar even zeggen hoe gevaarlijk het is bij mij. Die held heeft zich trouwens, (het gebeurde dinsdagnacht) toch nog voortgesleept, letterlijk, tot de zaterdag daarop, toen ze naar huis gingen. Een ongeluk zit in een klein hoekje, in dit geval in het afstapje in de douche. Voorwaarts nu met de ongelukken: Een week daarop, alleen mijn vriend en ik waren er, stortte een boom die langs het huis stond naar beneden, rakelings langs mij, die op het balkon zat te lezen, naar beneden, met een enorm lawaai en de toppen van de boom kwamen op het dak terecht. Ze richtten daar grote schade aan. Heel jammer, want in de eerste week dat ik er was, had ik net allebei de daken laten repareren. Grote schade dus. Met mijn optimistische kijk op het leven had ik bedacht dat alles nog redelijk meeviel want andere mensen hebben ook wel pech tijdens hun vakantie: soms wel veel erger zoals een gestolen ticket voor de vakantie naar India of een macadaboemboom die tijdens een safari op hun onverzekerde auto valt. Nu we het daarover hebben: ik was wel verzekerd, maar net niet voor een omgevallen boom op mijn huis waarbij ik maar amper het leven behield. Had ik aanvullend moeten doen. Ik mocht al blij zijn dat ik nog leefde. Enfin, een paar dagen later kregen we een neef op bezoek; Een zeer aangename neef, waar mijn kleinzoons helemaal weg van waren. Het plan was vier dagen later de Mont Ventoux, niet zo ver bij ons vandaan, te bestijgen met gehuurde fietsen. Die fietsen huurden ze ( ja, ik ging natuurlijk niet mee, ik weet amper waar de handrem zit) via internet bij een dorpje onder aan de Mont Ventoux (ventoe voor vrienden, maar niemand zegt dat). Onze neef betoogde dat de beste voorbereiding op de bestijging van de ventoe, school in het voedsel voorafgaand aan de dagen voor de beklimming. Zelf nam hij iedere dag ‘s ochtend een flinke kom havermout en de kleinzoon van elf die mee zou fietsen wist hij over te halen om ook havermout te eten. Ze hadden nog drie dagen voor het zover was. ‘s Ochtends zaten ze op het balkon en maakten hun afschuwelijk uitziende kommen havermout met fruit en melk klaar. De eerste hap werd door de kleinzoon bijna letterlijk uitgekotst. Ik gaf hem geen ongelijk, wij hadden al braakneigingen toen we het gecementeerde drabje zagen. De volgende dag werden dat twee hapjes. Hij vertelde dapper, dat het al wel ‘ging’. De dag van de beklimming zelf vertrokken ze om half zeven ‘s ochtends na de havermout. Ze zouden de beklimming om half tien aanvangen. Mee gingen: papa, mama, neef en oudste kleinzoon. Om kort te gaan: de mannen fietsten flink wat kilometers tot ze gedwongen waren om te draaien want de jongste aanwezige werd ziek, zo ziek dat hij zowel bij de fietsen, als bij het huurtentje, en naderhand in de auto en overàl moest overgeven. Ze waren al na de middag weer thuis na een bezoek aan de apotheek. Arme jongen: dekentje op de bank, emmertje ernaast, mislukte dag. Er zat ook nog een dakhaas op het dak intussen om de schade te repareren. Lawaai en ellende alom. 

Mama en ik wasten in de wasmachine alle vol gekotste handdoeken en t-shirtjes en tassen uit en hingen die aan de draad die vrolijk boven het ravijn uitwappert.  Paracetamol ingenomen en de volgende dag ging alles een stuk beter. Hij zat in de kamer en lustte al wel een yoghurt-je. De zon scheen vrolijk vanuit het oosten op de glazen salontafel die bezaaid met kopjes, bekers, glazen, boeken, afstandsbedieningen, een prominente plaats in de kamer inneemt. Hij was inmiddels wel een beetje over zijn grote teleurstelling heen om de Mont Ventoux te beklimmen en die door zijn ziekte niet was doorgegaan. Hij had een daar gekochte bolletjestrui gekregen met Mont Ventoux erop, maar toch was het nog een beetje een treurig jongetje. Daar zat hij dus ‘s morgens nog bleekjes in z’n bolletjestrui op de bank en wees op de glazen tafel: ’Kijk oma,’ zei hij, ’ kijk eens wat een stof er op die tafel ligt.’ Hij zei het niet als terechtwijzing, het was louter een constatering. ’Nou jongen,’ zei ik, ’dat is zo opgelost.’ En ik liep naar het raam en schoof het gordijn dicht. Wég was het stof op de tafel. Mijn beloning was dat hij vijf minuten lang dubbel lag van het lachen.   

Powered by Blog Grabber