Huisvrouw

Ik ben geen goede huisvrouw. Ik kan bijna niks of ik doe het niet. Poetsen doe ik niet. Eén keer in de week komt mijn hulp en die poetst. Daar ben ik heel blij mee. Soms moet ik, bijvoorbeeld twee dagen…Huisvrouw

23-02-2017 15:07 – ’t Vlees is zwak

Ik ben geen goede huisvrouw. Ik kan bijna niks of ik doe het niet. Poetsen doe ik niet. Eén keer in de week komt mijn hulp en die poetst. Daar ben ik heel blij mee. Soms moet ik, bijvoorbeeld twee dagen voor ze komt, zelf een noodpoets doen. Grommend ga ik dan met de bezem door het huis, al het zand van de hond wegvegend. Er komen dan enge mensen, anders zou ik dat niet doen. Maar normaal gesproken wacht ik tot vrijdag, dan komt mijn reddende engel en poetst het hele huis. ’n Paar dagen terug liep ik met een hondenmaatje door het bos onze honden uit te laten en ze vertelde, dat kwam zo ter sprake tussen onze hondengesprekken door, dat  zij eenmaal in de maand haar wasmachine op 90 graden liet draaien met helemaal niks erin. Ik stond perplex. Wat een idee! ‘Moet dat dan?’ vroeg ik, ik, die al het wit- en zwartgoed bij het bontgoed prop en de was aan de draad laat hangen, regen of geen regen, desnoods 4 dagen aan een stuk, tot hij droog is. ‘Ja natuurlijk’, zei ze, ‘het is het behoud van je machine.’ Oei. Mijn god, wat zijn er toch vreselijke dingen in het huishouden. Nou heb ik een vriend, een heel zorgzame, lieve vriend die ook heel praktisch is en ook best huishoudelijk, en die zei dat mijn afwasmachine niet goed meer afwaste. Hij komt praktisch ieder weekend en ziet dat dan natuurlijk. In de kopjes blijft dan een soort grijze aanslag hangen die er niet meer uitgaat in de vaatwasser. Ik had dat al langer gemerkt, maar het drong niet echt tot me door dat dat niet zo hoorde. Sommige glazen en kopjes en borden, vooral die spagetti-achtige borden, moet ik wel een keer of 4 terugzetten voor ze helemaal schoon zijn. En dan nog  moet ik de binnenkant soms wegkrassen na het wassen. Heel vies allemaal. ‘Gebruik jij wel eens zout voor je vaatwasser?’ vroeg hij afgelopen weekend. ‘Of kalk, of glansspul?’ ‘Ik zei nee en dat ik niet wist dat dat bestond en dat die reclames op tv alleen voor andere mensen waren. Hij keek mij aan, schudde zijn hoofd en zei, op wijze toon: ‘Kom, we gaan dat nu regelen, we gaan zorgen dat jij voortaan blinkend schone vaat uit je afwasmachine krijgt.’ ‘Maar het is zondag,’ protesteerde ik nog. ‘Nee, we doen het nu,’ zei hij. Anders blijft dat weer een week liggen.’ We gingen naar de supermarkt. Hij wist precies wat hij moest hebben. Ik liep mokkend  achter hem aan. Hij kocht een grote bak met pakken zout, bleek later, en een glansflacon en kalk en troep en weet ik veel. Ik graaide gauw een pak chocolade koeken als troost uit het rek. Thuis haalde hij alle vaat die al in de vaatwasser stond eruit, goot iets ergens in de diepe duisternis van de vaatwasser. Er zat een knop en een bakje dat altijd dicht was. Dat ging open. Daar moest iets blauws in. Ik keek wezenloos toe. Zo, en nu spoelen, zei hij. Zonder iets erin? Vroeg ik. Ja. Hij was heel streng. Na een uur of zo ging de vaatwasser weer open en hij tuurde in het binnenste.’ Het is al schoner,’ zei hij. ‘Nu zetten we er vaat in.’ Ik zuchtte heel overdreven. Toen die klaar was inspecteerde hij ieder kopje en glaswerkje nauwkeurig. Het was nog niet naar z’n zin. Vooral het glas waar m’n kleinzoon choco uit had gedronken was helemaal nog niet schoon. ‘We doen het nog een keer,’ zei hij. ‘Dan pakt hij wel door.’ Hup weer een tablet erin. Na nog eens anderhalf uur openden we de klep weer. Alles zag er schitterend uit. ‘Whaauw!’ zei ik, ‘alles glanst. ‘In geen jaren meer gezien. Hoera.’ En ik nam een mooi glanzend glas uit de vaatwasser en vulde het met iets uit de koelkast. Voor hem ook. ‘Wat heerlijk,’ juichte ik, ‘en wat een glanzende afdronk ook!’

Powered by Blog Grabber