Min Twintig

Mijn vriend en ik, eigenlijk alle Nederlanders en Belgen, ja eigenlijk iederéén, we hebben toch weer een ontzettend bericht via de media gekregen. Om de zoveel tijd namelijk is er weer een doktersclubje,…Min Twintig

20-04-2018 09:25 – ’t Vlees is zwak

Mijn vriend en ik, eigenlijk alle Nederlanders en Belgen, ja eigenlijk iederéén, we hebben toch weer een ontzettend bericht via de media gekregen. Om de zoveel tijd namelijk is er weer een doktersclubje, of wetenschapperscollectief, of geleerdenploegje dat weer het een of ander product onder de loep neemt en via de media de wereld in slingert hoe slecht of hoe goed dat is. Meestal slecht. Wat goed is, is zelden lekker, en wat lekker is, nooit goed. U weet vast al waarover ik het heb. Eén glaasje alcohol zal ons leven met 20 minuten bekorten. Toe maar. Of het niks is. Degene die deze stichtelijke boodschap voor de camera en aan de media verkondigde was een olijk kijkende mevrouw met in haar ogen de blik van: zo, heb ik jullie allemaal even lekker tuk. Vroeger was een of twee glazen wijn per dag nog goed voor ons hart en bloedvaten, maar nee, vingertje op en neer, die tijd was voorbij. Helemaal vergenoegd was ze. Toen wij eenmaal van de schrik bekomen waren, afgelopen weekend, besloten we toch met de regelmaat van de klok ons leven met steeds weer 20 minuten te verkorten. Twintig minuten klinkt niet lang en je krijgt er veel voor terug. Vooral op zo’n mooie zonnige zaterdagmiddag. Het was onze eigen keuze. De volgende dag zaten we genoeglijk samen op de bank en keken PSV-Ajax. Nou ben ik eigenlijk een Ajaxfan, van huis uit en mijn vriend, een rasechte Limburger, een PSV fan. Dus ik begon al een beetje vals te kijken toen hij na de eerste goal, toevallig een frommelgoal van PSV, vroeg of ik nog niet iets wilde bekorten. Hij zou het wel gaan halen. ‘Helemaal naar de keuken?’ zei ik vals. En ik voegde er bitter aan toe: ‘Kun je je ploegje wel zo lang alleen laten? Ik doe het wel’. En ik stond op en schonk twee maal 25 minuten in onze glazen waaruit ik van de gloeiende frustratie meteen een slok van 5 minuten nam. Niet lang daarna viel de tweede goal voor PSV. Ik sloeg hem net toen hij dronk. ’Zo, goed voor je. Ik heb net je leven met 15 minuten verlengd. En het is zo rust en ik ga nu weg want ik kan het niet meer aanzien. Ik ga de honden uitlaten.’ ‘Zal ik meegaan?’ vroeg hij, aardig als altijd. Niet om te hebben gewoon. Terwijl ik laaiend en vals ben, doet hij juist extra aardig. Als hij voldaan naar het scherm had zitten staren en opstond bij iedere goal van PSV, was ik ook razend geworden. Hij moest het eens wàgen. Maar die beheerste ingetogen blijdschap en dat uitgestreken gezicht en dat net niet vertonen van medelijden met mij, was al helemààl niet om te hebben. ‘Ik kom misschien wel heel laat thuis,’ zei ik. Want ik vreesde dat PSV deze middag kampioen zou worden en dat ik de beelden op tv geestelijk niet aan zou kunnen. Ik reed met de honden in de achterbak naar de uitlaatplek in het bos. Er was geen hond. Alle PSV fans zaten of dansten voor de televisie. Ik liep een half uur. Het was fijn in het bos. Het deed me goed. Vooral geestelijk. Wat een zielig, kinderachtig iemand was ik toch ook eigenlijk, zo overdacht ik al lopend. De honden waren blij en ik van lieverlee ook. Toen ik terugkwam was alles bekeken. Geweldig hoe PSV had gewonnen, eerlijk is eerlijk, heel verdiend. Ik was helemaal over mijn frustratie heen. ‘Zullen we er dan toch nog maar eentje nemen op jouw clubje,’ zei ik, ‘want wie wil er nou eigenlijk helemaal 108 jaar worden?’

Powered by Blog Grabber