Ons mam

Heel vaak, vooral als ik hier alleen ben met de honden, – nog steeds in Frankrijk- dan fantaseer ik dat mijn moeder met mij mee het weggetje afloopt, naar het huis, dat mijn vader en zij in 1968 als ruïne…Ons mam

11-08-2017 10:31 – ’t Vlees is zwak

Heel vaak, vooral als ik hier alleen ben met de honden, – nog steeds in Frankrijk- dan fantaseer ik dat mijn moeder met mij mee het weggetje afloopt, naar het huis, dat mijn vader en zij in 1968 als ruïne kochten. Ze is in 1991 gestorven, 80 jaar oud. En het huis in Ladou was nog lang niet zoals zij het hebben wilde. De laatste 20 jaar is er erg veel aan gebeurd, precies zoals zij zou willen, stel ik me voor en ik loop dus het weggetje af naar het huis, de honden voor me uit en dan neem ik mijn moeder in de arm, want ze liep niet meer zo goed op het laatst en zeg dan, in mezelf hoor, zo erg is het nou ook weer niet: Kijk mam, let op, we gaan nu de bocht om en dan kun je je huis zien zoals het nu is, 25 jaar na je dood. Ze kijkt verwachtingsvol om zich heen en ziet dan het huis, het erf en ‘O, een prieeltje, heb je een prieeltje laten zetten? En wat mooi begroeid en wat is dat daar, naast het zwembad, waar zijn die ouwe, lelijke  struiken gebleven?’ ‘Overkapping, mam, precies zoals jij het wilde en kijk hier het mooiste van alles, een stenen trap naar boven en een echt groot balcon.’ Ze kijkt verrukt om zich heen en ik zie tranen in haar mooie, diepblauwe ogen, ja want diepblauw zijn ze altijd gebleven. Wat prachtig, wat prachtig, ach hadden Joepie (onze pap) en ik dat nog maar mee kunnen maken.’ ‘Je ziet het nu toch mam, kijk, een goeie stevige leuning aan allebei de kanten, je kunt makkelijk omhoog.’ Ze kijkt naar de mooie bogen en wijst even naar het waterleidingsputje, ‘zit dat er nog’. ‘Wat een grote oleander.’ ’Die staat er van 1996 ongeveer, gekregen van mensen die toen hier op vakantie waren met een caravan.’ Ze is boven en dan speel ik verder dat ze mee naar binnen gaat. Maar de deur zit op een andere plaats dan vroeger aan het kleine houten trapje en het vlondertje waar mijn neefje een keer met zijn voet doorzakte toen hij klein was. ‘De deur zit nu aan de andere kant mam, vanwege de wind hebben we die laten verplaatsen. Kijk uit voor stoepje, zeg ik haar en ze kijkt met grote ogen in het rond. ‘Hier is niet veel veranderd, o, een nieuwe keuken zie ik.’ Ja, zeg ik, die ouwe viel zowat uit elkaar, daar moest ik steeds de bestekla van repareren. Mooi wel, zei ze en waar is mijn kast gebleven die bij ons in Hamont stond. Opgestookt, zeg ik genadeloos en ik begin dan te lachen en zij begon ook te lachen en die ouwe dressoir van mijn eerste huwelijk heb ik eerst een paar jaar buiten gezet en toen hebben we die ook opgestookt buiten en meteen een geweldige barbecue gegeven. En dat stomme tafeltje hebben we buiten in de open haard opgestookt, je weet wel, dat je van tante Thea hebt gekregen. Kom mee naar achter kijken, op het plaatsje. O, wat een mooi binnenplaatsje, o, dat had er vroeger moeten zijn, maar ja, jullie lelijke jong, deden nooit wat. Mam, we hadden maar twee weken vakantie vroeger en dan deden we niks. Zwemmen en lezen en hanen grillen, geen vloertjes leggen of zo. Ze verweet ons toch nog wel een beetje dat we vroeger niks deden.

O, maar die kast heb je nog, zegt ze ineens, dat is een mooie, die stond vroeger bij mij in de kamer. Niemand wou hem toen je dood was mam, en daarom heb ik hem maar mee naar hier genomen, je weet toch nog wel, alle ouwe rotsooi waar iedereen van af moest, ging naar Ladou. Verontwaardigd: dat is geen ouwe rotsooi, dat is een mooie kast. En opeens argwanend: Ga je die ook opstoken, soms? Nee mam, en daarom heb ik hem daar in de hoek gezet en dat schilderij van onze pap ernaast gehangen, dat is jullie hoekje, dan denk ik aan jullie. Stook ik nooit op, echt niet. Nou  gaan we naar de badkamer. Weet je nog van dat vieze plastic, nou, daar is nu een cabine gekomen en in de slaapkamer hebben we nu echte meubels, nieuw gekocht en weet je wat we met het ouwe bed gedaan hebben, van jullie? ‘Opgestookt?’ vroeg ze en ze begon te lachen. Yes, zei ik, een geweldige fik was dat, goei hout. En dan lachen we samen nog wat en dan is het spelletje uit en soms, een andere keer wanneer ik met de honden terugkom, speel ik het ‘ons mam spel’ weer, met kleine varianten, maar altijd is ze gelukkig.

Powered by Blog Grabber