Ontsluiting

We hebben één mannelijk lid in ons clubje van Atelier Rosé, en het is meteen de jongste. De overige leden, wij dus, zijn allemaal al royaal gezegend met baarmoeders die over de datum zijn als u begrijpt…Ontsluiting

22-09-2016 15:11 – ’t Vlees is zwak

  • We hebben één mannelijk lid in ons clubje van Atelier Rosé, en het is meteen de jongste. De overige leden, wij dus, zijn allemaal al royaal gezegend met baarmoeders die over de datum zijn als u begrijpt wat ik bedoel. Ons mannelijk lid lag vorige week enkele dagen in het ziekenhuis met een niersteen. Hij kwam dus niet opdagen. Wij allemaal bezorgd, en appten en mailden, maar de week daarop was hij er weer. Tijdens onze lunchpauze moest hij in geuren en kleuren zijn verhaal vertellen. Het was heel warm, zo warm dat we de tafel in de schaduw onder de plataan moesten zetten. Onze mama Cokky, had zo als iedere week ons brood en hapjes verzorgd en ons mannelijk lid hield de stand van onze glaasjes rosé zorgvuldig bij. Kortom: een volmaakte lunchpauze. 
  • Hij had de niersteen bij zich, daar kwam hij mee afgezet na ons tweede glaasje. Hij zat in een doorschijnend ziekenhuisachtig buisje met een rood dekseltje erop. O kijk, kabouter puntmuts, zei er iemand lacherig. Meteen begonnen we allemaal te giebelen. ‘Waar is nou die niersteen?’ vroeg een ander. ‘Hier,’ zei hij en rammelde met het busje. Een amper waarneembaar klein korreltje, niet groter dan een speldenknop, zat in het doosje. Is dat alles, vroegen wij teleurgesteld. We dachten dat je hier af zou komen, met een paar stenen, man, gewoon niet te tillen. We begonnen allemaal te lachen en hij lachte mee. Hij wist wel dat we hem goedaardig voor de gek hielden. ‘We dachten dat je hier minstens met een aanhanger binnen zou komen,’ zei er weer iemand en we proestten het uit. We kregen ook wel een beetje medelijden want iedereen weet hoe pijnlijk nierstenen zijn. Maar ja, niersteen zeggen en dan met een speldenknopje binnen komen.
  • Dat moest een beetje afgestraft worden. ‘Het deed anders verschrikkelijke pijn,’ zei hij en hij knielde in het gras en legde z’n hoofd op de stoelzitting en zei: ‘op een gegeven moment moest ik in het ziekenhuis, gewoon van de pijn, zo aan de rand van m’n bed knielen en toen kreeg ik van de zuster een morfinespuit tegen de pijn.’ Ja, zeiden wij, in die houding zaten wij vroeger ook soms als we weeën hadden tijdens de bevalling. En dan kregen wij geen morfinespuiten, wij moesten persen en persen.’ En we begonnen toch maar weer te lachen en te giebelen. ‘Weet je ook eens wat het is, een bevalling,’ zei weer iemand. ‘Nou deze steen moest er ook langs onder uit hoor, en dat voel je echt wel.’ Ja, natuurlijk, zeiden wij, want we hadden wel echt ook medelijden met hem, maar het was ook wel lollig. Wij, met onze gepensioneerde baarmoeders, konden nog eenmaal pronken met ons oude zeer. ‘Ja, wij krijgen dan tenminste nog een kind, en jij kreeg alleen maar een steentje, zielig toch. Hoeveel ontsluiting had je?’ We lagen weer dubbel. Een halve meter, hikte een ander. Het was vreselijk, we konden niet meer ophouden. Hij lachte sportief mee, dat moet gezegd. We hebben hem allemaal graag hoor, want hij doet veel mannelijke dingen in het atelier. Als er iets te schroeven, te spijkeren en te hameren is, doet hij het. En de schilderijen aan de achterkant van hang- en sluitwerk voorzien, doet hij ook. Wij kunnen dat zogenaamd niet. Enfin, we bleven nog wat zitten dollen en namen er nog eentje. We aten nog wat, we dronken nog wat en bleven op die verrukkelijke zomerse dag lang buiten in de schaduw zitten in plaats van binnen aan ons werk te gaan. ‘Weet je,’ zei er iemand peinzend en rammelde met het busje: ‘je zou het steentje Roseetje kunnen noemen, een eer voor ons allemaal, ons kind.’ En we bleven maar lachen…. 
  •  
Powered by Blog Grabber