Pleidooi voor een asielhond

Mijn vriendin, dat moet gezegd, stak veel tijd in de hond en prees haar, want het is een zij, uitbundig bij alles wat ze goed deed.

Mijn vriendin, die altijd op mijn honden past als ik weg moet of ga, zoals laatst bij het Donautochtje, heeft nu zelf ook een hond uit het asiel genomen. Een hond van een Duitse stichting die asielhonden uit Zuid-Europa opvangt. Die van haar komt uit Griekenland. Een week of vijf geleden kreeg ze de hond. Ze moest hem ophalen in een plaats ergens in Duitsland. Ze had al een naam: Bonnie. O, en mijn honden dan, had ik egoïstisch en bezorgd, gevraagd. Kun je daar dan ook nog op passen? Ja, natuurlijk riep zij opgewekt uit, we gunnen ze eerst de tijd om aan elkaar te wennen en dan komt dat vanzelf goed. Bonnie bleek een mooie hond, kortharig en even groot als mijn grote hond. Hij kon nog niks, en was angstig en schuw. Na een week was hij zover dat hij aan de lijn mee naar buiten mocht. We hadden ergens afgesproken om samen met de honden te wandelen zodat ze konden wennen. Ondertussen vertelde ze mij hoe goed de vorderingen van de hond  verliepen. Hij luistert binnen al heel goed, gaat netjes in de mand liggen en als ik niet kijk op de bank. Haha, dat doen alle honden, dus dat is normaal. De tweede week snuffelden de honden aan elkaar tijdens de uitlaat en gromde Bonnie niet meer en mijn kleine hond was niet meer zo angstig. De derde week begroette Bonnie ons steeds vrolijker en blijer en op plaatsen waar dat kon mocht ze de lijn af. Mijn vriendin, dat moet gezegd, stak veel tijd in de hond en prees haar, want het is een zij, uitbundig bij alles wat ze goed deed. We gingen ongeveer drie keer in de week samen lopen. Steeds kreeg ik dan de vorderingen van de hond te horen. Ze werkte ook met beloninkjes wanneer het goed ging. De hond hechtte zich heel erg aan haar, had waarschijnlijk nooit een thuis of een baas gehad. Tijdens een van onze wandelingen terwijl ze over de vooruitgang van de hond vertelde vroeg ik haar wanneer ze dacht dat hij ging praten. Zomaar voor de flauwe kul. Maar hij praat al met me, zei ze in volle ernst. Ik begrijp alles wat ze wil zeggen. Aan haar blik, haar oren, haar staart, kun je alles aflezen. Dat is ook zo, alleen begrijp ik de hondentaal niet zo goed als zij. Toen opeens, ongeveer een week geleden werd ze ziek. Bonnie bleef noodgedwongen in haar mand, kon alleen af en toe naar buiten op het gras. Ik bood aan Bonnie een paar keer uit te laten. Maar dat hoefde niet, haar man liep er wel eens mee. Van de week ging ik haar weer opzoeken en bracht wat bloemen mee voor morele steun. Ik verwachtte niet anders dan dat Bonnie bij de deur stond en met een schort om het huishouden zou doen. Met de staart de vloer zou boenen en de kopjes een voor een in haar bek naar de keuken zou brengen. Gute Bonnie, ja want ze spreekt Duits met hem, krijgt dat toch nog niet voor elkaar. Inmiddels ben ik ook gek op die hond, ze is werkelijk een ‘feines Mädchen’. Wat een hoop geduld en liefde al niet doet aan zo’n zwerfbeest dat helemaal niks kon toen ze hem kreeg. Ze is er echt heel blij mee en de hond met haar en hun gezin waar hij nu woont.  Mijn grote Turk Simo heb ik nu al langer dan negen jaar, hij is ongeveer tien jaar en hij luistert goed, tenminste binnen een afstand van twintig meter. Daar buiten doet hij wat hij zelf wil. Wij horen dit niet, hè, wat ’t baasje roept, zegt hij dan tegen kleine Marie uit Roeménie, die nu al twee jaar zijn kleine vriendin is. Marie is meestal binnen, Simo buiten. Marie heeft een groot verantwoordelijkheidsbesef. Ze begrijpt dat ik half doof ben en niet hoor wanneer Simo aan de buitendeur krabt om binnen gelaten te worden. Ze posteert zich dan voor me en wacht tot ik haar aankijk. Ze begint dan te lopen in de richting van de achterdeur en kijkt of ik achter haar aankom. Ik denk dan dat ze naar buiten wil, maar nee, Simo wil naar binnen. Ik laat de hond binnen en Marie en hij gaan allebei tevreden in hun mand liggen. Toch ook mooi hè? Slimme hond. Fijne honden, allebei.