Restanten uit de koelkast

We zijn in Frankrijk en staan op het punt om weer naar huis gaan. We zijn bijna twee weken hier geweest. Dat niet weten wanneer je precies terug gaat, is erg lastig. We kopen dan niet al te veel eten meer…Restanten uit de koelkast

03-06-2016 11:11 – ’t Vlees is zwak

We zijn in Frankrijk en staan op het punt om weer naar huis gaan. We zijn bijna twee weken hier geweest. Dat niet weten wanneer je precies terug gaat, is erg lastig. We kopen dan niet al te veel eten meer in de laatste dagen, omdat dat anders hier heel lang weer in de koelkast moet liggen en dan wordt het er niet beter op. De volgende keer dat we hier weer komen zou pas over 4 weken of zo kunnen zijn. Dat is allemaal erg ongewis. Zo hadden we gister niks meer te eten. Omdat we al heel lang mondjesmaat eten inkochten. Dat komt omdat ons dak lekt en de man van het dak die beloofd had te zullen komen, die man dus, verwachtten we iedere dag. Maar die kwam steeds niet. Op z’n Frans dus. Dus alles was ongewis en we moesten per dag de naarhuisgaandatum aanpassen. Ja, we hadden nog brood en wat kaas in huis en jam en boter en zo. En wijn in overvloed, maar wat betreft warm eten: nee, niks. Wel hadden we nog vier ruige aardappelen en twee eieren plus nog een restantje tomatensalade en een half pakje spaghetti met een elastiekje erom. Ik had mijn crackers. We zouden eigenlijk gisteren al terug zijn gegaan, dus we hadden geen verse voorraad meer. Het regende ook nog. Ben je in Zuid-Frankrijk, eind mei, is het koud en heb je niks te eten. ‘Wat doen we vanavond,’ zei mijn vriend, ‘gaan we ergens eten? We hebben niks meer.’ Ik zei: ‘Ik heb niet zo’n zin om ergens heen te rijden. Bijna niks is open en het is zo’n slecht weer. Laten we die zooi die over is hier, maar opeten vanavond.’ Mijn vriend haalde het bord met tomatensalade van eergisteren uit de koelkast, waar een ontbijtbordje overheen lag om het zogenaamd fris en zo te houden. Het zag er bedompt uit. Ik keek even. ‘Kieper maar over de afgrond,’ zei ik. We hebben naast het huis een heel leuke afgrond van wel tien meter diep, of nog meer. Daar gooi ik al mijn overe spullen in. Zoals vergaan fruit en groente. Keihard stokbrood waar de vogeltjes blij mee zijn. Een jaar of wat terug heb ik pal naast de afgrond, die achter de keuken is, een frietpan schoongemaakt, die na een jaar niet gebruikt te zijn, heel goor was geworden. Ik zette hem naast de afgrond op een steen en begon hem met van allerlei fantastische schoonmaakmiddelen en schuursponsjes en zo, schoon te maken. Ik ging er flink mee aan de gang tegen die steen aangeleund en was er al een half uur mee bezig toen ik opeens uitschoot met de knijptang en dat ding, de frietpan, verliest z’n evenwicht en viel over de rand in de afgrond. Hij verdween tussen de struiken en ander onkruid. Nooit meer teruggezien behalve een heel enkele keer in het vroege voorjaar wanneer al het groen verdwenen is. Dan zag ik hem nog even liggen: wit en moedeloos.

Maar goed: op een tweede bordje in de koelkast lag iets, dat nadat het bovenliggende ontbijtbordje ervan was gehaald, ik helemaal wit werd. ‘Wanneer hebben we dàt gegeten,’ vroeg ik angstig. ‘En wat was dat?’ Mijn vriend wist het nog. ‘Dat was die broccoli met geitenkaas die we vorige week vrijdag gegeten hebben.’ Ah ja, met die zogenaamde lasagne uit een magnopak. Het zag er vreselijk droevig uit. Lichtgroen, als ik het een kleur moest geven. Een beetje snotterig ook. We zwegen. ‘Kijk eens bovenin,’ zei ik tenslotte, ‘in het diepvriesvak. Ligt daar ook niks meer?’ Helemaal onder het ijs bedolven lag daar achterin, nog een oude pizza uit 2009. Hij had zich jaar in jaar uit staande weten te houden tegen een pak ijsblokjes. Eén ijsblokje daarvan in welk drankje dan ook, zou je einde betekenen. Toch zetten wij die koelkast nooit uit. We lieten die jaar in jaar uit doorgaan. Tegen beter weten in. En tegen alle wetten van alle kookinstructies en kookprogramma’s in. Ik had honger: ‘Die twee eieren, vroeg ik bevend, zijn die nog een beetje te doen?’ ’   

Powered by Blog Grabber