Slapakker

Vol goede voornemens kwam Atelier Roségangster M. afgelopen maandag naar ons atelier. Ze was laat. Ze had een grote zak vol kleren bij zich. ‘Kijk eens,’ zei ze, ‘dit breng ik naar het asielzoekerscentrum….Slapakker

25-09-2015 11:41 – ’t Vlees is zwak

Vol goede voornemens kwam Atelier Roségangster M. afgelopen maandag naar ons atelier. Ze was laat. Ze had een grote zak vol kleren bij zich. ‘Kijk eens,’ zei ze, ‘dit breng ik naar het asielzoekerscentrum. Zakken vol kleren heb ik en in de auto ligt nog een zak met spullen voor de kringloop.’ We zaten net buiten te lunchen. ‘O, laat eens zien, wat doe je allemaal weg?’ Begerig tastte Annette naar de zak met kleren. ‘Waarom doe je die weg,’ zei ze terwijl ze met glinsterende ogen het ene t-shirt na het andere jasje tevoorschijn haalde. ‘Moet je zien, dat is nog hartstikke goed. Dat doe je toch niet weg. Geef het dan maar aan mij.’ ‘Jij hebt toch kleren zat,’ zei M. ‘Je weet toch dat ze bij ons een nieuwe vloer aan het leggen zijn en daarom begon ik van alles op te ruimen en hoe meer ik in zakken deed, hoe meer ik tegenkwam. Moet je kijken, dit bijvoorbeeld….’ en ze liep weer weg naar haar auto. Intussen trokken wij allemaal, opgehitst door rosé en begeerte de kleren uit de zakken. Moet je zien, zei er een, dit colbertje, zo goed als nieuw. Ze trok het aan over haar schildersschort heen. ‘Hoe staat het me?’ ‘Keigoed,’ was de conclusie. ‘Fijn dan neem ik dit.’ Een ander nam een jurk weer een ander een t-shirt. Mooi dacht ik bij mezelf: ik kan hier ook nog wat kwijt, liep naar binnen en haalde m’n slaapkamerkast overhoop. Met armen vol kleren liep ik weer naar buiten. Intussen had M. een andere doos uit haar auto gehaald vol met spullen die ze niet meer gebruikte. Een barbequepakker, een slapakker, een sla-pakker dus. Die laatste wilde ik graag. ‘Geef mij die slapakker’, zei ik,’voor in Frankrijk. Daar pak ik altijd veel sla en die arme mensen hier van de kringloop die eh….’. Ik wilde niet echt iets discriminerends zeggen maar ik wilde wel graag die slapakker. Ik wist trouwens niet eens dat er zo’n ding bestond. ‘Hier, dan krijg je deze jurk terug, als ik dan dat ding maar krijg.’ Ik vond het een geweldig ding. Ik zat in Frankrijk altijd te hannesen met een slabestek, een grote lepel en kromachtige vork, los, waarvan er een altijd omsloeg als ik ze gebruikte. En dan kwakte ik alles maar op goed geluk op de borden. Intussen werden mijn kleren verhandeld. Iemand had een mooi jasje van mij aan en toen ik zag hoe goed het haar stond kreeg ik ogenblikkelijk spijt. ‘Weet je zeker dat je dit wegdoet, Guus,’ vroeg ze ook nog en ja, toen durfde ik niet te zeggen: nee, geef toch maar terug. Dus nu heeft ze het. Eigenlijk was het voor een asielzoekster bestemd. Iemand nam een tweepersoons kandelaar uit de doos en er stonden nog twee andere kaarsenhouders voor op een fles met een lampenkapje op. Er kwam ook nog een prachtige kristallen vaas uit de doos, mooi ingepakt in stevig pakpapier. Die wilde T. Oh, mag ik die vaas, wil niemand die? O, mag ik die vaas, zei ze steeds net als een klein kind en ze had hem al zowat in haar tas gestopt zo erg wilde ze hem; ja, het laagste in de mens kwam nu boven. Hebzucht en begeerte plus enkele glaasjes rosé bij de lunch, maakten van ons schaamteloos hebberige wezens. Toen ik zo de tafel rondkeek en iedereen blij zag kwekken met naast zich een hoopje kleren of spullen, dacht ik ineens: Jezus, wat zijn we toch akelig allemaal. Komt hier iemand met de beste bedoelingen om spullen weg te doen naar asielzoekers of kringloop, pikken wij het allemaal in. ‘Als we alles eens gewoon teruggeven en weer in de zak en in de doos stoppen, zodat M. ze gewoon weg kan brengen naar waar ze wil, inclusief mijn kleren, die kan ze ook meenemen. We gaan toch niet stelen van arme mensen’,  zei ik schijnheilig. Iedereen gaf meteen alles terug, ook mijn jasje. Alles werd min of meer met beschaamde kaken weer terug gestopt in dozen en tassen. 

Alles? Nee, niet alles, die slapakker had ik stiekem achterover gedrukt….  

Powered by Blog Grabber