Slappe witte koolsla

We zaten met z’n allen, Nederlanders, bij elkaar tijdens de wekelijkse woensdagmarkt in ons plaatsje V-deB. Tussen de Fransen en de heerlijke geuren van gebraden kippen, pastis, koffietjes, allerhande…Slappe witte koolsla

29-06-2017 15:27 – ’t Vlees is zwak

We zaten met z’n allen, Nederlanders, bij elkaar tijdens de wekelijkse woensdagmarkt in ons plaatsje V-deB. Tussen de Fransen en de heerlijke geuren van gebraden kippen, pastis, koffietjes, allerhande kruiden, bloemen, kleren, kaas enz. We waren met een stuk of zes, soms zijn er dat meer, soms minder. Half twaalf was het. We waren ons al ernstig aan ‘t bezinnen op de eerste drankjes en misschien ook de tweede. Zoals altijd was er, behalve mijn favoriete bevriende echtpaar, een al heel lange weduwe bij ons groepje, die best wel ver moest rijden iedere week om hier te komen en een niet bijpassende weduwnaar, ook een paar plaatsjes hiervandaan. Wij hoefden maar 7 km te rijden naar het stadje. De weduwe en de weduwnaar kenden elkaar al jaren maar toch was nooit de vonk overgesprongen tussen hen beiden. Hoefde ook niet echt. Na de koffie hield Iedereen elkaar in het oog: wie zou er het eerst een rondje geven? Het echtpaar dat nooit een rondje gaf was er deze week niet bij. Ze namen van zichzelf altijd een thee en als iemand iets aanbood, een dure cola. Zelf gaven ze nooit iets weg. Ja, ieder heeft zo zijn vaste gewoontes. Na het tweede drankje als iedereen van gezellig lollig wordt, wordt er beraadslaagd over of we met z’n allen moules, mosselen zouden gaan eten. Er is een restaurantje, speciaal gericht op de woensdagnederlanders die moules met frites willen. En mayonaise natuurlijk, dat hebben de Fransen van ons overgenomen. Vroeger nam ik altijd een grote pot mayo mee naar het restaurant maar tegenwoordig hebben ze die zelf in kleine scheurzakjes. Ik ben de halve tijd bezig met scheuren, knijpen, mosselen openmaken, in de friet dopen, aan eten kom je nauwelijks toe. ‘De laatste keer (dat was in april, toen we twee weken hier waren) is me dat niet goed bevallen,’ zei mijn vriend die toen inderdaad de hele verdere dag op de plee had gezeten. Nee, wij gaan niet mee, zei ik, jammer, zei ik er achteraan want ik zag voor mijn geestesoog de bedroevende inhoud van onze koelkast opdoemen. Nou konden we nog wel wat lekkere spullen kopen op de markt maar daar had ik geen zin in. Bovendien moest ik dan langs de jurken en daar kwam ik bijna nooit schadevrij langs. ‘Ik heb gisteravond thuis nog een witte koolsla gemaakt,’ zei de weduwnaar lusteloos, ‘misschien dat ik die maar eens aanspreek.’ Bah, opgewarmde witte koolsla, jakkes, zei iemand. He ja, bah, grinnikten we. We waren zo melig dat we hem begonnen te plagen met z’n witte koolsla. Vieze slappe sla, jag! Zo ging dat. Wel wat flauw voor volwassen mensen waarvan er niet een beneden de zestig was en dan heb ik dat nog christelijk gezegd. Toch maar moules dan? Iemand weer. Niemand had nog zin. We namen er dus nog een die we anders bij de moules zouden hebben gedronken. De alcohol vervluchtigt zo snel op een terrasje in de Ardèche, dat is frappant. Verdacht eigenlijk. ‘Wij hebben nog 8 worstjes,’ zei ik, ‘voor op de barbecue.’ ‘Kom dan met die worstjes naar mij toe, eten we worstjes met slappe koolsla.’ ‘Nee,’ zei ik, kom jij maar met je slappe sla naar ons. Maar misschien gaan we wel spaghetti maken. We hebben thuis nog van alles.’ En dat hebben we. In de koelkast bevond zich, bewaard in een bakje van de chinees, gebraden gehakt. Dat was over van april en hadden we, gebraden en wel in de diepvries gezet eind april. De koelkast laat ik altijd aanstaan als ik maar twee maanden wegga. Goed voor het milieu. Dat bakje hadden we vorige week ontdooid en voor de helft opgegeten. De andere helft had ik in het bakje laten staan voor noodgevallen. Het was langzamerhand naar achter gedrukt in de koelkast. Wij herontdekten het weer, die middag toen we thuis kwamen. ’Ik kan dus een lekkere spaghetti maken, zei mijn vriend die heel lekker kan koken. Wel goed het vlees doorbraden, zei ik, naar een vlieg meppend. Hij maakte er een verrukkelijke tomatensaus bij, bij die twee maanden en een week oude vleesjes, wat sla, (geen koolsla), uitjes, slappe spaghetti, veel sambal om de oudheid mee te markeren. Verrukkelijk was het. Wij zeventigers eten alles. En zijn bovendien te kippig om de houdbaarheidsdatum te ontcijferen. Zo komt alles goed. En wij gooien nooit iets weg, hoewel… slappe witte koolsla komt daarvoor in aanmerking.

Powered by Blog Grabber