Tegen het zere been

Van een vriend die in Frankrijk tegenover mij woont kreeg ik vorige week een appberichtje met foto waarin hij zei hoe mooi het er nu was, dat hij weer voor een maand naar huis ging (Nederland) en daarna…Tegen het zere been

15-06-2017 15:31 – ’t Vlees is zwak

Van een vriend die in Frankrijk tegenover mij woont kreeg ik vorige week een appberichtje met foto waarin hij zei hoe mooi het er nu was, dat hij weer voor een maand naar huis ging (Nederland) en daarna weer terugkeerde en dat mijn huis er mooi bij lag (gras gemaaid en zo) maar dat wel mijn weg weer compleet was weggespoeld. Tussen half en twintig mei waren er drie dagen regen geweest, de rivier had weer gestroomd en mijn in het voorjaar opgelapte weg was weer weg. Weggespoeld. Omdat ik van plan was om naar Frankrijk te gaan (er nu dus ook ben), raakte ik min of meer in paniek en appte terug of hij niet bij de burgemeester langs kon gaan en te vragen of hij er iets aan kon laten doen. Maar nee, zei hij, hij had ruzie gehad met de burgemeester over een sceptic tank op zijn terrein en dat ging hij niet doen. Dus, een week voor vertrek stuurde ik zelf een email naar de burgemeester en verzocht hem dringend de weg te laten repareren, al die keien weer netjes op te stapelen en plat te drukken met een enorme opladerachtige tractor of zo, une pelle. Omdat ik er zeker van wilde zijn dat dat ook zou gebeuren in die laatste week, schreef ik erbij (niet echt taktisch besef ik nu ook wel, een beetje te veel druk erachter) dat de vorige burgemeesters er altijd meteen voor hadden gezorgd dat de weg weer aangeschoven werd. ‘Whaaa!’ riep mijn vriend uit, toen ik het hem vertelde, ‘heb je dat écht geschreven!’ ‘Ja,’ zei ik ‘en hun namen heb ik ook genoemd.’ ’Whoeee’, deed hij toen en lachte en zei, ‘oei, oei, dat zal hij je niet in dank afnemen.’ Inderdaad, ik kreeg een mail terug, ik zal u de inhoud besparen, maar het kwam erop neer, dat ze, hij en zijn schepenen, nee, schepen, zo’n klein dorp heeft er maar één, verrekes verbaasd waren over mijn brutale mail en dat hij toevallig net van plan was geweest om voor de zoveelste keer mijn laatste 40 meter weg, die eigenlijk de bodem van een droge rivier is, aan te laten schuiven zodat ik er overheen kon om mijn habitation secundaire, die hij altijd al, voor al die rothollandertjes eerder aanschoof dan die voor de arme Franse boeren die naar hun wijngaarden moesten om daar hun brood te verdienen (over de Franse jagers waarvan hij er zelf een is werd even niet gesproken). Zo zei hij het niet precies maar het sprak er duidelijk uit. Oei dus, hij boos en ik bang. Ik dacht, ik zal voortaan gebukt in de auto door het dorp moeten om 6 kilometer verderop in het grote dorp boodschappen te doen en op een welverdiend terrasje te gaan zitten. Een andere weg is er niet. Ik reed afgelopen zondag angstig de bijna 1000 km naar hier, en hoopte dat ik erdoor kon op het laatste stuk. Ik sloop met de auto door het dorp en zette een zonnebril op voor het geval de burgemeester al twee dagen achter een oleander op de loer zou liggen om mij af te peren of zo. ’Kijk strak voor je uit’,  zei ik tegen mijn vriend, hij woont hier ergens.’ Er was geen kip te zien. De hitte en de zondagmiddag hielden alle Fransen thuis achter hun glaasjes. We reden de 150 meter door het dorp en toen de anderhalve kilometer via een haarspeldbocht naar mijn huis, het laatste stuk langs een wijngaard waarvan de kant aan de rivier was afgezet met een roodwit lint dat we net op tijd zagen. Er was weer een enorme hap uit het pad genomen door de rivier. We staken de gebetonneerde doorsteek over en kwamen op de laatste 40 meter naar het huis. Hij was gerepareerd! Ik moest wel voorzichtig manoevreren over de keien, maar we konden erlangs. Hoera. Geen gesjouw met bagage en andere tassen strompelend over de stenen. Brave burgemeesterboy. Het was een nog jonge man begreep ik met zwarte krullen. Alle zwarte krullen moest ik voorlopig maar even mijden en ook zijn secretaresse die meestal door het dorp liep te roken wanneer ze even uit de mairie vluchtte want die had in een mailaanhangsel haar steun betuigd aan de burgemeester toen hij zijn boze email naar mij stuurde. Enfin, ik was al door het stof gekropen toen ik hem meteen erna een mail terugstuurde met excuses en zo en dat ik het ook niet erg had gevonden dat hij mij meneer noemde. Toen we de eerste maandag met de auto door het dorp glipten om boodschappen te doen, zei ik tegen mijn vriend: ’Buk jij maar, hij denkt toch dat ik een man ben, jij bent gelukkig de sigaar.’   

Powered by Blog Grabber