Weekend

Onze Antwerpse vrienden waarvan we van alle kanten berichten kregen dat ze bijna dood waren, ja, die besloten we afgelopen 4 september te bezoeken. Mijn vriend en ik. Twee jaar geleden zijn we al eens…Weekend

08-09-2016 15:40 – ’t Vlees is zwak

Onze Antwerpse vrienden waarvan we van alle kanten berichten kregen dat ze bijna dood waren, ja, die besloten we afgelopen 4 september te bezoeken. Mijn vriend en ik. Twee jaar geleden zijn we al eens bij hen in Antwerpen geweest: zij zit in een karretje en hij lult dat het verrekt: kortom het zijn leuke mensen en we amuseren ons kostelijk bij hen. We gingen met de trein: Hamont-Antwerpen: fluitje, geen centje pijn en zeker geen parkeerproblemen, dachten we. Het was zondag 4 september: regen, regen. We moesten eerst de hond uitlaten voordat we hem bij mijn schoondochter konden droppen. Net, echt nét in de hondenuitlaadtijd, regende het als een gek. Mijn haar dat ik die morgen nog overtollig gefeunt had, zat weer terug in zijn roes van lintjes en strengetjes en belachelijke weerhaakjes. We moesten voordat we de trein van 11.21 uur vanuit Hamont naar Antwerpen zouden nemen ons nog eerst even droog feunen. Mijn vriend had alleen maar de spijkerbroek bij zich die hij droeg. Zeiknat. Dus ik feunde hem als eerste. Net voor kwart over elf waren we bij het station. Ik haalde de taart. Het regende opnieuw verschrikkelijk. Met een natte taartflapdoos arriveerde ik in het treinhokje. Mijn vriend stond daar met een paraplu. Ik ging naar de kaartjesautomaat en tikte twee kaartjes. Geen dak boven hoofd. Vriend riep: nu naar trein, anders gaat ie. Ik in trein met kaartjes. We zaten tegenover elkaar, blij dat we zaten en droog ook nog. Ik zei: Waar taart? Oh nee, nog in bushokje. Vriend uit trein, rennen, taart in slappe regendoos meenemen naar treincoupé. Wij zuchten, hèhe. Wij bejaarden. Wij pas in Mol gekalmeerd. Opeens: omroepen: ‘IN HERENTALS UITSTAPPEN, VERDER PER BUS. WERKZAAMHEDEN.’ Wij uitstappen. Heel veel mensen ook. Wij achter elkaar uit station lopen. Mijn vriend, hij nemen gebaksdoos en paraplu, ik niks, ik domme vrouw. Plots, hij vallen op trap in station. Languit. Achter ons, alle treinpassagiers die tijdelijk buspassagiers gingen worden schrikken. Vriend krabbelt op. Hij flink. Elleboog toch kapot. Ik gebaksdoos overnemen. Doos helemaal slap en danig geruineerd. In bus ik vragen aan vriend: zullen wij één gebakje eten de man als troost? Hij nee knikken. Hij sterker dan ik. Na half uur, wij in Lier. Lier is een mooie plaats. Wij weer op trein, naar Antwerpen. Daar, taxi. Bij vrienden. Zij blij. Eten verzorgd. Zij nog lang niet dood. Scootmobiel. Wij vrolijke middag. Maar toch terug moeten. Wij weer in trein en ook weer in bus. In Lier, naar Herentals. In Lier wachten, in Herentals wachten, het donker worden. Wachten in Geel. Niemand weet waarom. Kwartier. Terugreis uur langer dan heenreis. Toch wij flinke mensen. Kunnen alles aan. Uiteindelijk wij in Hamont. Onderweg nog om dooie stoplichten gelachen. Geen slappe kartonnen gebaksdoos meer. Paraplu in bus laten liggen. Wij vrije vrolijke mensen. Niks omhanden. Thuis drankje drinken en blij zijn om leven. Jullie lieve lezers, ook moeten doen……………

Powered by Blog Grabber