Ambulancier Bart: 99% van de patiënten gaat écht niet meteen dood

Ambulancier Bart: 99% van de patiënten gaat écht niet meteen dood 

Valkenswaard – In aanloop naar de Dag van de Verpleging (12 mei) brengt Evert Meijs  interviews met personen die in de zorg werken. In de gezondheidszorg van het verspreidingsgebied van deze krant. Onze verslaggever spreekt met verpleegkundigen van zorgcentra aan weerszijden van de rijksgrens. Maar ook ontmoet hij wijkverpleegkundigen en ambulancebroeders uit Noord-Brabant (NL) en Limburg (B). 

Deze week verschijnt zijn vijfde artikel: een gesprek met Bart Faasen, ambulancechauffeur van de GGD voor de regio Zuidoost-Brabant, lange tijd gestationeerd in Valkenswaard, op dit moment werkend vanuit Eersel.

GGD staat voor Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst. De 28 GGD’en van Nederland vormen een landelijk dekkend netwerk.  De dienst is op veel gebieden actief,  met onder meer de eigen ambulancedienst. De ziekenwagens voor o.a. Budel en/of Maarheeze kunnen afkomstig zijn van de ‘post Valkenswaard’, waar ambulancechauffeur Bart Faasen HAC Weekblad te woord staat. Hij heeft geen dienst, dus het interview vindt in alle rust plaats.

De ‘post Valkenswaard’ ligt aan het industrieterrein. Aan de wand van de huiskamer hangt een bouwtekening voor een splinternieuwe post, die binnenkort in Leende gaat verschijnen. “Met vijf deuren, voor elke auto één”, zegt Bart Faasen (*Waalre 1980). “Een eigen wasplaats komt er, en natuurlijk een keuken, kantoren, een huiskamer, magazijn, kleedkamers, en noem maar op. Met zelfs een eigen toerit naar de snelweg”. Voordat Bart bij de GGD kwam werken, was hij werkvoorbereider in de metaal en maakte nadien bij een commercieel bedrijf tekeningen van vluchtwegen voor BedrijfsHulpVerlening. “Mijn buurman vroeg me in 2004 of het iets voor me zou zijn om op mijn vrije middag bij de GGD b-zorg (bestelde zorg) te rijden: personen van A naar B brengen waarbij geen spoed vereist is. Zo ben ik hier terecht gekomen,”. Na 6 weken kwam het voorstel om ook voor spoedvervoer ingeroosterd te worden. In 2005 startte de ambulancier, mede dankzij zijn vrachtwagenrijbewijs, EHBO-diploma en een Middelbare Beroeps Opleiding. “Na enkele weken inwerken was ik zelfstandig chauffeur, en volgde na 2 jaar een opleiding. Toen was ik volwaardig ambulancechauffeur”. Faasen benadrukt dat na veertien jaar de toelating tot dit werk wel heel veel veranderd is. “Bovendien heb ik het brandweerbloed van mijn vader meegekregen, wat zeker ook heeft meegespeeld”.

Diverse soorten voertuigen

De regio Brabant-Zuidoost (21 gemeenten) wordt door vijf posten bediend. Valkenswaard wordt opgeheven zodra het gebouw in Leende klaar is. Bart: “Hier staan vijf identieke ambulances. Alle dertig wagens in onze regio zijn precies hetzelfde. Op deze wagens zit een chauffeur zoals ik, en een verpleegkundige. Bovendien hebben we in de regio ook 5 à 6 b-zorgauto’s, voor niet-spoed-eisende ritten. Verder is er een baby-lance, een ambulance voor baby’s in een couveuse, die gestationeerd is in Veldhoven bij het ziekenhuis”. Er zijn ook twee ‘rapid-responders’, ziekenwagens waarop alleen verpleegkundigen zitten. Bij een groot incident kan er ook nog een piket-auto uitrukken. “Daar zit de officier van dienst in, met verder niks dan een AED en wat pleisters”. In Valkenswaard zijn twintig chauffeurs en twintig verpleegkundigen gestationeerd. Normaal zijn er tegelijkertijd drie chauffeurs en drie plegen aanwezig.

Op het netvlies gegrift

Over het inhoudelijke werk heeft Bart een duidelijke mening. “In het begin maak je veel mee. Ik had nog nooit iemand naakt gezien, bijvoorbeeld. Nog nooit gesprekken gevoerd met de familie, over leven en dood. Je moet met elk pluimage om kunnen gaan, van doctorandus tot crimineel. Maar door ervaring is dat steeds beter gegaan”. Hij herinnert zich nog goed dat hij voor de eerste keer een kind moest reanimeren. Dat staat nog steeds op zijn netvlies gegrift. “Al klinkt het wat filosofisch, je kunt iets voor de mensheid betekenen. Je bent altijd met mensen bezig. Er is niet één dag hetzelfde. Elke dag is anders. Mensen zijn altijd blij als je komt en het is mooi om iets in de zorg te kunnen betekenen”.  Bart vervoert soms ook personen naar de hospice. “Als dat mensen zijn van mijn leeftijd, dat grijpt je dat wel erg aan. Als het nodig is, staat er een dienst klaar waar je je verhaal kwijt kunt, ook al was het medisch handelen nul”.

Ambulance en brandweer

Er zijn verschillende werkroosters bij de ambulancedienst, van 7 tot 3, van 3 tot 23 en van 23 tot 7. “Maar er zijn ook diensten van 8 tot 16, 9 tot 17 en van 10 tot 18. Zo maken wij de 24 uur vol, 365 dagen per jaar, puur op basis van behoefte, gebaseerd op cijfers”, aldus de Valkenswaardenaar, die ook regelmatig in Eindhoven bij hotel de Valk geparkeerd staat, om zodoende een dekkend netwerk te hebben in de regio. 

Behalve ambulancechauffeur met patiënten doet Bart af en toe buiten zijn reguliere werktijden ook piketdienst als officier van dienst, is hij lid van de vrijwillige brandweer Valkenswaard en ook nog docent bij de Veiligheidsregio in Eindhoven.  Op de vraag of het niet verwarrend is om én bij de GGD én bij de brandweer te werken, zegt Bart dat daar geen sprake van is. “De verschillen zijn best wel groot; brandweer is hobby en ambulance is mijn werk. Brandweer heeft altijd een groot team, op de ambulance ben je met tweeën. Voor ambulance is een heel andere professionaliteit nodig. Beide beroepen hebben natuurlijk wel raakvlakken, maar het zijn twee aparte werelden, al is er wel een behoorlijke samenwerking”. 

In de regio werken ook enkele Belgische collega’s. “In Vlaanderen hebben ze minder bevoegdheden, wij werken met de ‘verlengde arm’, dus namens de medisch leider, die op afstand aanwezig is”. 

Dienstverlening in het bloed

Dan gaat Bart vóór om het pand verder te laten zien. Inderdaad enkele kantoortjes, maar de garage (met één groot rolluik) is natuurlijk de voornaamste ruimte. Er staan twee ziekenauto’s, de rest is op pad. Eén van de wagens wordt opengemaakt en Bart staat uitvoerig stil bij de apparatuur die in de cockpit zit. Op één van de beeldschermen komt automatisch de route tevoorschijn, maar ook gegevens over de patiënten of over het ongeval worden vanuit de centrale doorgestuurd naar de ambulance. ’n Ander scherm is voor het bedienen van de sirene en de blauwe lampen. “Voor het geval dát, zit er ook nog een traditionele TomTom in”, lacht de chauffeur, die dienstverlening overduidelijk in zijn bloed heeft. In het patiëntgedeelte van het voertuig trekt de gastheer alle laden en schuiven open. “Weet wel, dat bij 99% van de spoedgevallen de patiënt écht niet meteen dood gaat, hoor, ook al lijkt het voor de buitenstaander zo bedreigend, als wij uitrukken”. 

Sinds kort hebben ze ook elektrische brancards; die gaan vanzelf omhoog en omlaag; Bart hoeft dus niet meer te tillen. Dan gaat de garagedeur omhoog en komt de derde ambulance achteruit binnen, weer klaar voor de vólgende uitruk.  

Tekst en foto’s Evert Meijs