Dag van de Verpleging

Achel – In aanloop naar de Dag van de Verpleging (12 mei) bracht Evert Meijs de afgelopen weken  interviews met personen die in de zorg werken. In de gezondheidszorg van het verspreidingsgebied van deze krant. Onze verslaggever sprak met verpleegkundigen van zorgcentra aan weerszijden van de rijksgrens. Maar ook ontmoette hij wijkverpleegkundigen en ambulancebroeders uit Noord-Brabant (NL) en Limburg (B). Deze week verschijnt zijn zesde en laatst artikel: een gesprek met wijkverpleegkundigen Nicole Janssens en Kristine Hermans, die als zelfstandigen werken in de wijk in Hamont-Achel.

In de cafetaria van Michielshof zitten de wijkverpleegkundigen aan de thee. Kristine (*Neerpelt 1976) en Nicole (*Lommel 1969). Zij maken deel uit van een organisatie van vier wijkverpleegkundigen. Samen met Anja Luys en Els Kauffmann biedt het viertal bij patiënten thuis medische hulp. Maar alvorens het interview te starten moet hen nog even uitgelegd worden waarom 12 mei Dag van de Verpleging is..

Het was de beide dames niet bekend dat 12 mei 1820 de geboortedag is van Florence Nightengale, de grondlegster van de moderne verpleegkunde. Sinds 1965 is deze dag de International Nurses Day en wordt vanaf 2013 ook wel de Dag van de Zorg genoemd. “Aaaah, da klopt ja”, zegt Nicole, “want op 12 mei kreeg ik eens van een patiëntje lekkere pralines!” Ze studeerde in 1991 af op het Provinciaal Instituut voor de Verpleegkunde (PHIV) en werkte vier jaar in een verzorgingshuis in Lommel. “Via een collega ben ik in 1995 naar Hamont-Achel gekomen. Twee zelfstandige verpleegkundigen zochten uitbreiding met ’n derde pleeg”. Kristine startte in 1998 met de wijkverpleegkunde, nadat ze klaar was op het Salvator (A2) in Hasselt. “Ik had stage gedaan bij het Wit-Gele Kruis en wilde in de thuisverpleging gaan. De huisarts stimuleerde me om aan te sluiten bij het groepje zelfstandige wijkverpleegsters van Nicole”. 

Vooral bij veel ouderen

De vier wijkverpleegkundigen werken niet onder ’n bepaalde naam. Toch hebben ze veel patiënten. “Veel inwoners van Hamont-Achel kennen ons van naam. Sommige dokters geven onze namen door of via de ziekenfondsen worden mensen attent gemaakt op ons viertal.  Eigenlijk dus via mondreclame. Da’s de voornaamste reclame”, zegt Kristine, die aangeeft dat de vier dames wel naamkaartjes achter laten bij de patiënten, met hun telefoonnummer. De wijkverpleegkundigen komen heel veel bij bejaarden. Nicole: “Vaak zijn het wonden die verzorgd moeten worden. We zetten soms spuiten, geven instructies voor bijvoorbeeld suikerziekte en als het nodig is geven we een wasbeurt. Als een kind de pols heeft gebroken en de ouders het moeilijk vinden om hun kind te verzorgen, bieden wij ouders assistentie. Maar ook kinderen zelf, die medische verzorging nodig hebben, zijn opgenomen in onze routes, evenals palliatieve zorg”.

Schort en koffer

“Onze gsm is 24 uur op 24 beschikbaar”, zegt Kristine. De ene keer belt een patiënt rechtstreeks naar hen, een andere keer belt een collega-verpleegster om extra ondersteuning. Mede daardoor is er altijd sprake van pieken en dalen in het werk. Nicole: “Soms zijn we tien minuten bij de patiënt, soms is het nodig om er ‘n uur te zijn”. Al met al weet Nicole dat ze per jaar meer dan 30.000 km. rijdt, inclusief de privé-kilometers.

De zusters zijn steeds gekleed in een witte schort voor de eigen hygiëne en hebben altijd hun werkkoffer bij zich. Wat daar in zit? Spuitjes, een schaar, verbandmiddelen als kompressen en pleisters. Ook handschoenen maken deel uit van de ‘uitrusting’, net als een bloeddrukmeter. Nicole: “Medicijnen hebben we niet bij ons. Daarvoor krijgt de patiënt een voorschrift van de arts, haalt die zelf bij de apotheek enwij  kunnen die toedienen, indien gewenst”. 

Alles met vieren

Op de vraag of ze verschillen kennen tussen de gezondheidszorg in België en in Nederland, zegt één van hen: “In Nederland zijn soms gemengde kamers in het ziekenhuis. Iets wat in België on-denk-baar is!” Bovendien kan in Nederland een patiënt in de wijk per dag soms vijf of zes verschillende wijkverpleegkundigen krijgen. Eén voor de wasbeurt, iemand anders voor de medicijnen, de volgende voor het middageten en ga zo maar door. Wij vieren doen álles. In principe komt bij één patiënt op één dag één en dezelfde zuster”.  En wie betaalt de vier wijkverpleegkundigen? Kristine: “Alles gaat via de ziekenkas. Net als bij het Wit-Gele kruis. Daar is geen verschil in. Als we bij de patiënt zijn, moeten we hun ID scannen. Dat wil onze minister Maggie De Block”, lacht de Lommelse. “En heeft de patiënt geen internet, ja, dan hebben we een extra probleem”. 

Werkplezier

Op de vraag waaróm Nicole en Kristine een beroep in de gezondheidszorg hebben gekozen, komt in één twee drie nog geen antwoord. “We zijn heel gemotiveerd. We kijken in onze vrije tijd bovendien graag naar medische programma’s als ‘Topdokters”. We werken met hart en ziel, en proberen –als we weer vertrekken-  een contente patiënt achter te laten”, aldus Nicole. “Als je er niet voor geboren bent, kun je dat niet. We willen ons werk voor 100% doen”. Het is duidelijk dat het werkplezier ook wordt vergroot doordat de dames in een groep van 4 werken. De communicatielijntjes zijn kort, ze kennen alle vier alle patiënten, nemen het voor elkaar óp en verstaan elkaar. Nicole: “Mijn grootmoeder heeft altijd bij ons ingewoond, dus ik heb zorg met de paplepel binnen gekregen”.  Kristine: “Ge steekt er veel energie in maar krijgt er ook veel energie voor terug, hè”. Er komen klanten binnen in Michielshof. Ze groeten de twee wijkverpleegkundigen, want die zijn alom bekend in het hele dorp.

Motivatie

Dan worden buiten nog enkele foto’s gemaakt. Plots komt een dame op ons af, trekt onmiddellijk haar blouse omhoog en zegt: “Dit zijn de beste verpleegsters die er zijn! Kijk hier, hoe mooi dit grote litteken is genezen. Da’s dankzij hen, zulle !’’ ’n Dag later meldt Kristine zich bij de redactie van HAC: ‘Ik heb nog eens nagedacht over mijn motivatie. Wat ik niet vermeld heb, maar toch wel daadwerkelijk zo is, is dat we op heel veel plaatsen voor de mensen meer betekenen dan alleen de verpleegster zijn, we zijn daar ook het klankbord, het luisterend oor, de raadgever, … en je krijgt daar zoveel dankbaarheid, zelfs vriendschap van terug. Dit vind ik toch wel even belangrijk om te vermelden, want zonder de dankbaarheid en vriendelijkheid houd je dit niet vol: daar krijg je energie van”. 

Tekst en foto Evert Meijs