Ongemak in het crematorium

Thuis steek ik dan gewoon een potlood onder m’n trui en krab als een gek

Nou ben ik zelf toch een soort ten prooi gevallen aan de milieubeweging van geen plastic, denk aan de oceanen, gooi niks op de grond en breng foute afvalstoffen weg en zo voorts. Nou had ik al besloten om geen plastic wattenstaafjes meer te kopen en het allerlaatste in mijn huishouden heb ik dan ook maanden geleden geconsumeerd; gebruikt bedoel ik. Hoe dat ding uiteindelijk in een oceaan terecht zal komen is mij eigenlijk niet duidelijk want we wonen amper aan de kust hier, maar ja, ’t is en blijft een vals plastic stokje met een stom watteneindje en het mag niet meer gebruikt worden van de milieumensen  want voor je het weet zit een vis erop te sabbelen en steekt het dwars door z’n gratenwand naar buiten. Maar ik zat in het Weerter crematorium afgelopen zaterdag een dienst bij te wonen toen ik door zo’n verschrikkelijke jeuk in m’n rechteroor werd overvallen dat ik bijna omver wiebelde van het niet kunnen krabben. Het enige wat ik wilde was keihard met zo’n wattenstaafje in mijn oor peuren maar dat was daar in die gelegenheid geen optie, vooral ook omdat ik staafje had.  Ik duwde zo’n beetje met m’n rechterwijsvinger tegen m’n oor aan pompsgewijze, zoals je moet remmen maar dat hielp niet. Ik knarste met m’n tanden. Bracht geen verlichting. Ik gromde ervan, een lange lugubere grom en mijn vriend naast mij bewoog verschrikt. Nou stond er net iemand in de ton, zal ik maar zeggen, een lofzang uit te brengen op de overledene dus ik mocht echt geen geluid maken. Ik probeerde me te concentreren op de drie kaarsen die aan mijn kant naast de kist van de dode stonden opgesteld. Brandden ze wel even goed? Was de ene niet harder aan het flakkeren dan de andere? Ik probeerde me zelf af te leiden met te kijken naar iedereen z’n schoenen. Waren ze bruin, zwart? Hoorde ik gesnik?  Waarom liep er niemand op en neer zodat ik tijdens die geluiden en de afleiding daarvan razendsnel een pink in m’n oor kon steken en daarmee op en neer schudden. Toen kreeg ik ook nog jeuk in het midden van de linkerkant van mijn rug. Daar kon ik niet bij maar ik kon wel zachtjes tegen de rugleuning aan op en neer schuren. Thuis steek ik dan gewoon een potlood onder m’n trui en krab als een gek. Dat kon nu niet. Maar de jeuk in m’n oor verdween. Tegen de leuning schuren bracht enigszins verlichting in de rug toestand maar geloof het of niet, toen kreeg ik heftige pijn aan de eksteroog van m’n linkervoet. Dat jeukte niet en dat kon ik verdragen maar dat deed echt zeer, met vlammende steken. Intussen kregen we op het scherm een fotoshow over het leven van de overledene te zien en kon ik tijdens de afleiding die dat bracht met mijn voet zachtjes op de grond stampen en die op en neer bewegen. Opeens nieste ik zomaar, ineens, uit het niets, en nog vrij hard ook. En nog een keer. Ongecontroleerde echte hatsjie-sen. Ik moest bukken om een zakdoek te zoeken in mijn tas. Die viel om door de haast waarmee ik dat deed en er glibberden heel veel dingetjes uit de tas op de grond, waaronder drie balpennen, een geplet chocolaadje, een haarclip, een agenda en een leesbril. Gejaagd raapte ik alles op en stopte het terug. Onderin de tas die ik op mijn schoot zette, vond ik uiteindelijk een verfrommeld papieren zakdoekje waarin ik mijn neus snoot en waarbij tijdens die daad de tas weer op de grond plofte. Er was inmiddels toch wel enige beroering rond mijn plaats. Als ik een waterplasje was geweest zouden er kringetjes rondom mij ontstaan zijn, zeg maar. Opeens kreeg ik een zacht duwtje in mijn rug en toen ik links over mijn schouder keek zag ik een hand zich naar mij uitsteken. Daarin zat discreet verborgen een inlegkruisje nog in de verpakking. O ja, dat was er ook nog uitgevallen.