Afdrogen

Tja, ik moet toch even nog wat over onze open Atelier Rosédagen vertellen. Het is inmiddels al weer twee weken geleden maar ze zitten natuurlijk wel in mijn geheugen gegrift, die dagen. Niks over onze schilderijen dit keer maar wel over hoeveel volk er was en natuurlijk ook over onze hulpjes. Ik had mijn twee jongste kleinzoons gecharterd om vooral de eerste middag, Hemelvaartsdag, mee te komen helpen. Mensen vragen wat ze wilden drinken, met chips rondlopen hoefde niet want die stonden al overal op de tafeltjes, maar vooral ook de glazen afwassen want het werd drukker en drukker en de glazen moesten gespoeld worden. Hoewel dat van hun ouders niet hoefde, had ik ze toch een geldelijke beloning in het vooruitzicht gesteld. Vooral ook in de hoop hen te stimuleren alles goed te doen. Zo, zei ik tegen ze voordat het begon, nu moeten jullie steeds als er nieuwe mensen op het erf komen aan ze vragen wat ze willen drinken. Ja, dat zouden ze doen. Dat was hun eerste taak. Hebt u ooit een jongen van vijftien en een van dertien aan een volslagen vreemde horen vragen wat ze willen drinken? Nou is dat natuurlijk ook niet heel voor de hand liggend, zo’n karweitje op die leeftijd. Ik maakte echt mee dat de oudste, nors van verlegenheid, op iemand toeliep en die persoon al van een paar meter afstand toebeet: ‘Wat wil je drinken!’ Ik moest me omdraaien om mijn lachen te verbijten en riep hem even later even bij me. Luister, je loopt naar de mensen toe, het zijn allemaal volwassenen, dus je spreekt ze aan met U. Oké, zei hij en bij de volgende toverde hij zowaar een stresslachje op z’n gezicht toen hij vroeg wat ze, want het waren er twee, wilden drinken. Ik kon niet steeds op hen letten natuurlijk, maar ik geloof dat het vanaf toen goed ging. Ik zag tenminste steeds nieuwe mensen rondlopen met een drankje. Maar op den duur moesten ze de glazen afwassen. Dus ze gingen naar het keukentje in het atelier met steeds één (!) glas in hun hand en spoelden dat om. Ze pakten een glas en zetten de kraan open boven dat glas dat in het aanrecht stond. Daar bleven ze dan een poosje tevreden naar kijken naar hoe het water over het glas heen spoelde. Uiteindelijk namen ze het glas uit het aanrecht en draaiden de kraan dicht. Ik zag toen dat de jongste ergens vandaan terwijl er zeker twee theedoeken in de buurt hingen een stofachtig iets pakte wat wij meestal voor ons schilderwerk gebruiken en daarmee woest het glas te lijf ging. Kom jongens, zei ik toen ze even samen in het keukentje stonden, ik zal jullie eens iets leren. Je verzamelt een hoop glazen, doet de kurk in de spoelbak en laat die vol water lopen. Kijk, hier staat afwasmiddel, dat doe je erbij en schuift dan voorzichtig de glazen erin tot ze onder water staan. Heb je er meteen een heleboel. Op het aanrecht leg je een schoteldoek neer en zet de glazen er omgekeerd op. Daarna droog je ze af. Daar hangen echte handdoeken. Dat gaat veel sneller, zei de oudste verheugd die het proces had gadegeslagen. Dat wisten wij niet, wij hebben een vaatwasser thuis. Jaja, zei ik, dat weet ik, jullie doen thuis niks. Geen verwijt hoor, jullie moeten al zoveel doen op school en zo en voetballen, zei ik vaag. Even later kwam Yvonne naar mij toe, een van de schildervrouwen. Guusje, heb je gezien hoe die ene kleinzoon van jou de glazen afdroogt, hij propt de hele theedoek IN het glas. Werkelijk helemaal. Ze lachte, ze vond het echt grappig. Ik heb hem even geleerd hoe dat in het echt gaat. Mooi, zei ik, straks zijn het nog volwaardige afwassers. Tegen de avond waren ze moe. Veel zwaarder dan een partijtje voetballen vonden ze dit. Hun telefoons hadden ze vier uur niet aangeraakt, geen tijd voor.