‘De grootste overlastgevers hebben we nu in beeld’

CRANENDONCK – De gemeente Cranendonck krijgt landelijke hulp bij het aanpakken van overlast gevende asielzoekers. De gemeente heeft hiervoor een zogeheten ketenmarinier toegewezen gekregen. Een ketenmarinier is geen militair in uniform, maar een ambtenaar in pak. Hij is de spin in het web als het gaat om een meer gezamenlijke en directere aanpak van overlastgevende asielzoekers.

Oud-stadsmarinier en voormalig politieman Jur Verbeek is onlangs aangesteld als landelijke ketenmarinier. In Noord-Nederland werkt hij samen met twee lokale collega’s. Ze zijn met name actief in en rond Ter Apel, het grootste asielzoekerscentrum van Nederland.

Het idee voor de ketenmarinier is afgekeken van de stadsmarinier, een functie die Verbeek jarenlang in de gemeente Rotterdam bekleedde. Daar werden in 2002 de eerste stadsmariniers de wijken ingestuurd om het veiligheidsgevoel van mensen te vergroten. Door korte lijntjes met onder andere de burgemeester en politie te onderhouden kan een stadsmarinier hardnekkige veiligheidsproblemen en vormen van overlast versneld aanpakken.

Ook de landelijke ketenmarinier staat voor een daadkrachtige en snelle aanpak. De functie valt rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van staatssecretaris Ankie Broekers-Knol van Justitie en Veiligheid.

Net als in Rotterdam fungeert de landelijke ketenmarinier als een spin in het web. Hij is de schakel tussen de gemeente, (vreemdelingen)politie, het openbaar ministerie, COA en andere ketenpartners. 

Vanuit zijn functie voert Verbeek nauw overleg met burgemeester Roland van Kessel van de gemeente Cranendonck. Aan de machtspositie van de burgemeester wordt niet getornd, stelt Verbeek: “Hij is de dirigent en behoudt zijn bevoegdheden. Ik ben een soort hulpdirigent, maar uiteindelijk gaat het om het succes van het hele orkest.”

Verbeek moet er onder meer voor zorgen dat alle betrokken partijen in de keten beter gaan samenwerken. Doordat dossiers tot voor kort niet altijd werden gedeeld, konden plegers van geweld of inbraken, hun gedrag elders in het land ongestoord voortzetten.

Een nieuwe persoonsgerichte aanpak en een toplijst, met de meest overlast gevende asielzoekers, moeten leiden tot een meer integrale aanpak. Verbeek: “De grootste overlastgevers hebben we nu in beeld. Deze lijst gaan we nu afpellen.”

De lijst maakt het mogelijk om overlastgevers op individueel niveau te beoordelen, zodat er kan worden gekozen voor de meest effectieve aanpak. “Zo kampt een gedeelte van de overlastgevers met een drugsverslaving. In andere gevallen is er sprake van psychische problemen”, legt Verbeek uit.

Van Kessel: “Het voordeel van de nieuwe aanpak is dat we mensen al van tevoren in het vizier hebben. Dat maakt een integrale aanpak mogelijk.”

In het najaar van 2018 was er in Cranendonck veel overlast gevend gedrag van asielzoekers. Van Kessel: “Er was sprake van een piek. De afgelopen, relatief rustige periode hebben we gebruikt om tot nieuwe oplossingen te komen.”

Zo zit de gemeente vaker om de tafel met het COA en andere ketenpartners. En in samenwerking met het openbaar ministerie is het winkeliers gemakkelijker gemaakt om aangifte te doen na een winkeldiefstal. 

Verbeek: “Ik heb het idee dat het hier nu allemaal prima verloopt, maar tijden kunnen snel veranderen.” In dat geval kan het wenselijk zijn om snel te kunnen doorpakken en onorthodoxe maatregelen te nemen. Verbeek: “Daarbij gaat het om een stevige aanpak, zoals het instellen van winkel- en gebiedsverboden of een gevangenisstraf.”

“Ondanks de genomen maatregelen is Cranendonck nog steeds een gemeenschap die openstaat voor de opvang van mensen die dat nodig hebben”, benadrukt Van Kessel. Hij en Verbeek spreken van een kleine groep die het voor de rest verpest. Verbeek: “Met het grootste gedeelte van de 23.000 asielzoekers in ons land gaat het prima, de uitzonderingen moeten we flink op de huid zitten.”

Of de maatregelen effect hebben moet nog blijken. Verbeek verwacht over een half jaar meer duidelijkheid over de resultaten.

Door Roy de Leijer