Trappist Tarcisius Passier, gevierd schrijver

ACHEL – Tijdens een bezoekje aan Achelaar Henk Nieuwenhuizen in Residentie Aan de Beverdijk VZW, vertelt hij vanuit zijn bed de mooiste verhalen over wat hij vroeger allemaal meemaakte. Je kunt er een boek van schrijven. Deze week is een kort verhaaltje van Henk over ‘Tarcisius’ aanleiding om deze persoon eens nader te bestuderen voor HAC Weekblad.  Het blijkt om broeder Tarcisius Passier te gaan, cisterciënzer monnik van de Achelse Kluis, bekend kinderboekenschrijver.

Christianus Bernardus Antonius Passier wordt geboren in Tilburg op 10 maart 1900 als zoon van Johannes Passier (1864-1948) en Gerarda Helena Staassen (1866-1926).  In ‘Lectuur Repertorium’ staat te lezen dat hij intreedt als trappist op de Achelse Kluis. Hij krijgt de naam Tarcisius, naar de heilige kindmartelaar Tarcisius, die als kind zijn leven geeft voor het  katholieke geloof.

Waarschijnlijk schrijft de kloosterling in 1937 zijn eerste boek met als titel ‘Fou, de verschoppelinge en andere verhalen’. Daarna komt een indrukwekkende hoeveelheid titels op de markt, zoals o.a. Paeul de vluchtelinge, Willie’s kleuterjaren, Mia het liefdesterretje 1938, Biwanka’s avonturen, Likoba het kind uit de jungle 1954, Kolibrietje het kermiskind, Onder de betovering van een paradijsvogel 1949, De verdwenen knaap 1956, Het spook van de bungalow, Carina woonwagenkind ontvoerd, Carina weer gevonden (3e deel van Carina het woonwagenkind), Anneloes en de meisjes van de zesde klas, Miki-San de trotse, Rode en Zwarte Nel, Rode Nel in de missie 1948, Anneloes, Het gezin van dokter Bellikom, Miranca het circuskind 1946, Grietje ’t meisje met ’t houten been, Myrian het jodinnetje, De schildknaap van de Lieve Vrouw 1946, Nellie het meisje met de rode haren 1945, Het geheim van de verborgen nis, Heilige Maria Goretti de lelie van Nuttuno 1950, Vier maanden in den vuurlinie uit het leven van den Chinapater 1945, Willie’s schooljaren 1953 en De Chinapater vertelt: De wraak van Chikatora.

Martelaar en propaganda

Medebroeder Frater Rafaël (Johann Joseph Blome 1888-1948) illustreert vaak de verhalen van de trappist. Anderen die eveneens de boeken van afbeeldingen voorzien zijn H. Baars, R. Bruin, L. Kaiser, I. Nagy, M. Reesinck, R. Schouten, en medebroeder Mauritius (Maurice Joseph Jean Vorst  1900 – ..) De omslag van het boek De verdwenen knaap bevat een foto, die gemaakt wordt door de Achelse medebroeder Angelus (Gerardus Henricus Scheepers 1906-..). In het blad Abdijleven van 1957 1ste jaargang nummer 4 is te lezen dat Tarcisius niet alleen het kind als martelaar centraal stelt in zijn werken, het tweede doel van zijn vertellingen is van propagandistische aard: het bevorderen van klooster- en missieroepingen, in het bijzonder in China en Japan. Hoewel hij nooit zelf in de Aziatische missie is geweest, voelt hij zich geroepen de aldaar geldende omstandigheden -onderdrukking van het katholicisme – te boek te stellen.

Koperen penning

‘Het lijkt er sterk op dat het werk van Tarcisius Passier een gewaardeerde ‘eenmanszaak’ is geweest.  Waarschijnlijk was hij door zijn orde vrijgesteld om zijn boeken te schrijven. De uitgaven daarvan verschenen onder het imprint Sinite parvulos, refererend aan de bijbelpassage Laat de kinderen tot mij komen’, zo valt te lezen in Abdijleven. Deze uitgeverij is gevestigd in het Achelse klooster.

Om financiën te genereren voor het uitgeven van de boeken, doet Tarcisius aan fondswerving onder de naam ‘China Missiebond’. De donateurs worden beloond met een koperen penning. Dat Tarcisius bovendien een dagboek bijhoudt, blijkt uit ‘Venlo Vlucht’ van Willem Kurstjens. Tijdens de oorlog vluchten de monniken uit Achel naar andere oorden, waaronder naar het trappistenklooster aan de Ulingsheide in Venlo. ‘Daar melden zich volgens pater Tarcisius Passier, die een dagboek bijhoudt, in de loop van zaterdag 4 november 1944, tientallen Venlonaren. Tegen de avond zijn het er al honderdveertig, van wie er zo’n honderd in de refter moeten overnachten. De overige worden ondergebracht in het souterrain en andere kamers en zalen.’ 

Mia het liefdesterretje

Mies Huibers publiceert in 2018 een fraaie reactie op het boek ‘Mia het liefdesterretje’. Enkele stukken hieruit:

‘Een verloren boekje met tranen (14-06-2019):

Ik las het boekje erg vaak. Geen idee hoe vaak precies. Twintig, dertig, veertig keer? Ik heb ook geen idee hoe het bij ons thuis verzeild was geraakt. Het was er gewoon. Tweeëndertig bladzijden dun slechts. Elke keer als ik het las, liepen de tranen over mijn wangen. Ik was een katholiek manneke. Niemand had er van staan te kijken als ik kapelaan of pater geworden was.
Ik bleef het boekje lezen. Keer op keer. Dichter bij de zin van het leven en de dood zou ik nooit meer komen. Het werkje was zwaar aangezet. Behoorlijk stichtelijk en erg katholiek. Maar het bleef me bij de strot grijpen. Zo mooi. Zo triest. Zo hoopvol.

Hoe spijtig dat ik het boekje zelf niet meer heb. Het boekje dat me als kind zo fascineerde en zo intens bij me binnen kwam. Het boekje dat ervoor zorgde dat ik de kracht van het geschreven woord ben gaan koesteren en dat een lezer van me maakte. Als ik Mia van pater Passier ooit weer onder ogen krijg dan weet ik zeker dat de tranen opnieuw zullen vloeien.’

Foto

Tekst Evert Meijs