Vanwege mijn verjaardag extra in de plooi laten leggen.

PELT – HAC Weekblad mag vanwege Wereld Baarddag 2019 (7 september aanstaande)  op de koffie bij Patrick Stelten (*Hamont 1969) aan het Boseind. Hij is letterlijk een publieke persoon: sinds januari 2018 is hij werkzaam bij de Stad Hamont-Achel. Vaak in fluoriserend hesje, zich verplaatsend met een camionetje. Als je hem één keer ontmoet hebt, vergeet je de Peltenaar niet meer, vanwege zijn karakteristieke baard. 

Om te beginnen vertelt Patrick over één van zijn vrijetijdsbestedingen: lid van de Ouderraad van de basisschool. “Ik doe dit al zes jaar, nog één jaar en dan houd ik het voor gezien.” Ook de verbouwing die in zijn woning plaats heeft, is onderwerp van gesprek. “Vandaag nog de spouwmuur aan weerszijden van deze opening dichtgemetst”, lacht hij trots. De gastheer groeit op in Overpelt-Fabriek en woont nu in Boseind, volgens hem het grootste gehucht van Pelt. Dan gaat het even later tóch over de baard. “Deze heb ik nu drie jaar”, zegt hij. “Ik heb altijd een korte baard gehad, een sikske of een snorretje of een stoppelbaardje, maar toen had ik zoiets van: ik wil hem laten doorgroeien.” 

Schorem

Voor een verkleedfeestje met kameraden wordt in 2014 het thema ‘de jaren tachtig’ opgelegd, gericht op muziek. Patrick: “Het ene koppel moest komen als Punkers, het andere als New Wavers en wij verkleedden ons als de Blues Brothers. Mijn baard moest er dan wel vanaf.” Uit zijn werktas komen twee foto’s, waarop zijn vrouw en hij staan afgebeeld als de Blues Brothers. Na het feestje laat Patrick zijn baard weer groeien. “Het begon toen eigenlijk met een reportage op de Nederlandse tv over Schorem Haarsnijder & Barbier in Rotterdam. Mannen en jongens die ’n tweede kans krijgen na een dubieus verleden. Ik vond dat zo chique om te zien. Enkele van die barbiers hadden ook een baard en ik dacht: ik laat hem ook doorgroeien, kijken wat ie doet. Mijn vrouw vond het ook mooi.” 

Peer

Patrick maakt 1,5 jaar geleden een carrièreswitch naar de stad Hamont-Achel en gaat uit van het standpunt: ze moeten me met mijn baard maar pakken gelijk ik ben. Dus een nieuw leven met een nieuw uiterlijk. Door zijn werk krijgt hij veel opmerkingen van collega’s en van de bevolking. Jeukt dat niet? Is dat niet warm? Is dat veel werk? “En dát is het inderdaad. Het is meer werk dan dat ik me dagelijks doe scheren. Vroeger ging ik er gewoon met een baardtrimmer over, zóveel millimeter, en dan was het goed. Nu eens per maand naar de barbier voor verzorging van haren én baard.” Patrick komt terecht bij een barbier in Peer: BarberBar. Deze herenkapper volgde zijn stage bij Schorem in Rotterdam. De adviezen die de kapper geeft, volgt Patrick stipt op. “Gebruik baardolie bij jeuk, regelmatig wassen, kammen, gebruik scrub voor je huid en baardwax”, lacht hij. Zijn vrouw: “Hij brengt iedere keer iets anders mee als hij van Peer komt.” Drie kwartier tot ’n uur zit Patrick bij zijn kapper. 

Pita met looksaus

Op de vraag of Patrick wel eens ‘n keer extra naar BarberBar gaat, antwoordt hij vanwege zijn vijftigste verjaardag ’n keer extra te zijn geweest om hem goed in de plooi te leggen. De Peltenaar  heeft overigens nog een maat met een baard. Patrick: “We zijn al kameraden vanaf toen we 3 of 4 jaar waren. Mensen met baarden spreken elkaar aan. Die zoeken elkaar op. Ze informeren naar elkaars gewoonten rondom de baard. Sommigen zijn ook wel jaloers, hoor”. 

Op het werk plagen ze hem wel eens rond de feestdagen. Voor Sinterklaas of Kerst: we zoeken nog een vrijwilliger om de slee te trekken, of voor de kerstmarkt. “Ze noemen me wel eens ZZ Top, naar de zanggroep met die baarden. Ik vind dat niet erg, hoor.” 

Last heeft Patrick soms ’n heel klein beetje. “Net heb ik een broodje pita gegeten met looksaus. Dan moet ik goed opletten”, lacht hij. “Met extreme warmte boven de 30 graden begint het onderin te zweten.” Hij noemt het leven met een baard een way of life. “Ik heb altijd van wat stevigere muziek gehouden. Dat hoort er wel ’n beetje bij.” 

De baard van de Peltenaar is een mengeling van kleuren. Er hebben altijd wat grijze plukken tussen gezeten, volgens Patrick. “Mijn opa had spierwit haar, vroeger was ik nog wat meer rossig, maar misschien word ik later ook wel wit, net als hij.” Patrick gaat binnenkort nog eens op het internet zoeken naar clubs met baarden en snorren. “Ik vind het wel interessant. En ik wil nog eens zónder afspraak naar Schorem!”

Tekst en foto’s Evert Meijs