Keukenkastjes

Mijn zoon, schoondochter en de twee kleinzoons waren al een week bij mij in Frankrijk toen een van de twee erover begon: zouden we de keukenkastjes niet eens uitmesten en weggooien wat weg kan en daarna herinrichten? Hoezo, zei ik, zijn ze niet goed dan? Nou… aarzelend, er staat volgens mij nogal veel in wat denk ik wel weg kan. Oké, zei ik, doe maar dan ga ik wel buiten in de zon zitten of zo. Nee, nee, ik moest erbij blijven en zeggen wat weg mocht. Dat was veel. Zo vonden wij zeven aangebroken potten chocopasta, geen van alle leeg, acht doosjes hagelslag met daarin wit uitgeslagen hageltjes. Een overspannen blikje tomatenpuree. Drie flessen azijn, een potje chicken tonight, zwaar over de datum maar het klapstuk was toch wel een doosje aanmaakpuree, flocons, heette dat hier, dat gekocht werd ongeveer gelijkertijd met het uitbreken van de Golfoorlog, omdat ik dacht dat dat zeker van pas zou komen. Ik zag me de Golfoorlog al doorstaan met een extra doosje aardappelpuree. Je voelt je toch ietsje zekerder tijdens een oorlog met een doosje aardappelpuree, dat wordt zwaar onderschat, zo’n welbevinden. Het doosje hielp mij er doorheen maar helaas, het werd in 1996 al niet goed meer bevonden. Het doosje had jarenlang dapper stand gehouden achter een enorme fles olie, eveneens met antiquiteitswaarde en bestemd voor als we nog eens friet zouden bakken. Ik liet het allemaal maar over me heen komen, alleen die flocons, daar heb ik een foto van gemaakt. Ik schaamde me niks. Het waren m’n eigen kinderen maar. Eerst hadden ze alles eruit gehaald, uit alle kastjes en op de tafel gezet, – die moesten ze daarvoor uittrekken-  en op de bar en in de stoelen. Zo veel stond erin. Kastjes dus leeg. Schoongemaakt met sop en spul en zo. Toen de borden, schalen, kopjes , schaaltjes en alle andere spullen zoals kruiden weer terug, maar in een ander kastje gezet, dat volgens hen makkelijker ‘greep’ bij het wegzetten na de afwas. Dat was ook wel zo, alleen greep ik steeds maar mis in het verkeerde kastje wanneer ik iets moest hebben en tot mijn opluchting zag ik dat zij zelf ook meermalen misgrepen bij het zoeken naar een pak koekjes of zo. 

Twee volle vuilniszakken was de buit. De keukenkastjes waren leeg geworden. Je kon alles er gewoon in zien staan of liggen zonder dat je moest raden wat er achter of in een schaal lag. Eng gewoon. Ze hadden echt hard gewerkt, dat wel. Toen mochten we van onszelf als beloning naar het dorp om wat te eten en hoefden we niet te koken in ons schone, nieuwe keukentje. Ik wilde eigenlijk vertellen aan die het maar horen wilde in het dorp dat ik een doosje pureevlokken 40 jaar eerder in een groezelig winkeltje van hun dat nu al lang niet meer bestond, had gekocht, in een Casino, vier jaar geleden opgeheven. De toenmalige eigenaar was allang dood en ik die vlokken maar bewaren. Ik nam ook het strookje met de datum mee. (zie foto). Eigenlijk hoopte ik dat ik geinterviewd werd door de plaatselijke krant met het doosje vlokken teder op mijn schoot. En dat naar aanleiding van het artikel president Macron zelf die toevallig in de buurt was, mij kwam eren. Toen was ik zelfs nog niet geboren, zou hij ontroerd zeggen. Ja hoor, jongen, zou ik dan zeggen, dit doosje vlokken is nog gekocht onder het regime de Gaulle…. En zo mijmerde ik maar verder. Maar geen hond die er belangstelling voor had. Ruw werd ik onderbroken in mijn overpeinzingen, of ik wat wilde boire en of ik iets van de kaart wilde kiezen. En liefst vlug. Barbaren zijn het, die Fransen.