Mosselen

Vlees Om te vieren dat we allebei weer veilig terug uit Frankenland waren, gingen mijn vriend en ik afgelopen zondag naar Bree. Ik doe daar altijd een sightseeing met de auto voor hem want ik heb vijf jaar in Bree gewoond op ’t Hasselt waar het heel mooi wonen is. Van daaruit ben ik twintig jaar geleden in Hamont terecht gekomen. Maar Bree is nog steeds mooi, zowel het stadje als de omgeving. En ik ken daar de weggetjes en de omgeving waar ik gewoond heb goed en ik vind het leuk om dat aan hem te laten zien. En ik wist toen ook nog niet dat deze dag slecht zou eindigen. Dus wij reden vrolijk langs alle mooie boerderijen en landweggetjes en uiteindelijk toch naar het centrum van Bree. Tja en dan beland je gewoon op een terras, dat kan niet missen en omdat het middaguur was, bleven we daar ook maar gelijk lunchen. Mooie gelegenheid, mooie menukaart ook op het buitenbord met krijt daarop de gerechten geschreven, en het sprak ons bijzonder aan. We namen allebei hetzelfde: mosselen met pasta in vurige saus. Whaw! We bestelden uiteraard eerst een roseetje erbij, dat smaakt er goed bij. (smaakt trouwens overal bij, maar dit terzijde) Toen onze bordjes kwamen, werden ze door de ober én de kok voor ons neergezet. Wat een eer. Het smaakte heerlijk en ik at alles op. Bijna nooit vertoond. Na de lunch reden we nog wat rond en uiteindelijk vielen we thuis op de bank voor de tv terneder. Zondagmiddagslaapje voor mijn vriend en de krant voor mij. Een heel goede zondagbesteding. Tegen de avond vroeg mijn vriend: heb jij nog zin in iets? Klein hapje, boterhammetje? Nee, zei ik. Een glaasje rosé dan? Nee, zei ik tot m’n eigen verbazing. Ik heb eigenlijk nergens zin in. Voel me niet zo lekker geloof ik. Wat heb je dan? Weet ik niet eigenlijk, gewoon een beetje bwaak. Drink maar een cola, komt je maag tot rust, zei hij. Ik dronk wat slokken cola. En liet harde boeren. Tussen de cola door. Goed zo, moedigde hij aan. Hard hè, zei ik. We gaan maar sport op tv kijken. Ik hoef niks meer. Samen met het boeren kwam de smaak van de mosselsaus weer terug, ik proefde vet en vieze dingen in mijn mond en ik liep voorover met mijn hand op mijn maag. Dat ik geen zin had in rosé is bij mij het allerveegste teken. Staat ongeveer gelijk met een kater, categorie negen op een schaal van een tot en met tien.  Waarschijnlijk heb je een verkeerde mossel gegeten, zei mijn vriend die me stond te bekijken en troostend toesprak. Ik heb geen verkeerde mossel gezien, ze zagen er allemaal hartstikke jofel uit, behalve dat ze dood waren natuurlijk, zei ik. Alleen al van de gedachte werd ik misselijk. Laten we maar vroeg naar bed gaan, zei mijn vriend en daar tv kijken, liggen we lekker op ons gemak. Ja, knikte ik. Hup, kleren uit, pyjama aan, maar tanden poetsen, ho maar. Ik kon niet verdragen dat er nog iets in mijn mond kwam. Ik zag ook geen tv meer. Geen rosé, geen tv, zei ik in mezelf. Er is iets niet goed. Opeens vloog ik het bed uit en rende naar de wc alwaar ik een enorme straal diarree de pot in spoot. Sorry dat ik het zo zeg. Het was gruwelijk. Nou mensen, hou maar op met lezen want het was zo erg. Vreselijk gewoon. Je reinste voedselvergiftiging. Tot achttien maal toe moest ik die nacht rennen voor mijn leven. Achterna gezeten door een spuitinstallatie waar een echte brandweerman jaloers op zou zijn geworden. Om vijf uur ’s morgens hield het op en kon ik eindelijk slapen. Uitgeput was ik. Voordat ik in slaap viel zag ik voor mijn geestesoog opeens die kok weer voor me die met een grijns het bord voor me neerzette. Die grijns, daar was iets speciaals mee, een soort halfgeopende mosselgrijns, maar nu ben ik aan het ijlen.