Terug

Ik liep vanmorgen weer eens door het bos mijn zegeningen te tellen tijdens het honden uitlaten. Dat doe ik dikwijls. Ook in Frankrijk waar ik twee maanden geweest ben, telde ik tijdens het uitlaten van de honden de zegeningen. Die zijn daar anders dan hier. Daar telde ik tijdens de uitlaat een dik stuk schaduw in de kromming van de weg als een echte zegening. Soms bleef ik even staan in die schaduw, beetje afkoelen en uitpuffen, want wat wàs het heet die twee maanden. Wekenlang was het tegen de veertig graden en soms erover. Dan kun je niet veel hoor. Dan is het voor 8 uur ’s morgens honden uitlaten, daarna snel naar het dorp wat boodschappen doen en dan gauw naar huis met de airco in de auto aan en binnen met onze smoelen voor de ventilator. Balkon natspuiten op de schaduwplek voor de honden. Natte handdoeken over de ruggen van de honden, mijn god, wat een gedoe iedere dag voor we het allemaal een beetje koud hadden. Flesjes water in de koelkast want we dronken aan de lopende band water. Ja ook wel eens wat anders natuurlijk voor de afwisseling. Maar nu ben ik al weer een poos terug in Hamont dus er wordt niet meer gezeurd over Frankrijk en die hitte daar. Een zegening was ook vanmorgen tijdens de uitlaat dat ik geen steentjes meer in mijn sandalen kreeg. Wel zand, maar daar hoef ik ze niet voor uit te doen en het steentje er uit te schudden. Zand mag blijven zitten. Zand is milieu- en teenvriendelijk. Het is toch fijn om weer terug te zijn. Televisie op de slaapkamer, een zegening want dan val ik makkelijker in slaap bij al dat geleuter van de praatprogramma’s. In Frankrijk viel ik ook wel in slaap bij die programma’s maar dan lag ik nog op de bank en moest ik me nog naar bed slepen. Soms was ik in slaap gevallen en kreeg mijn kleine hond opeens een aanval van liefde en sprong boven op me. Dan werd ik ook wel wakker. Vorige week maandag kwamen de vrouwen van atelier Rosé weer voor het eerst hier. We hadden al geappt dat we zouden beginnen in september, maar niemand had z’n schilderspullen bij zich. Wel hadden we brood en smeersels voor erop en rosé staat altijd op voorraad. We moesten veel vertellen aan tafel in de zon. Over ieder z’n vakantie en waar iedereen geweest was. We informeerden naar elkaars knieën, een enkel hart dat tijdens de vakantie vreemd gedaan had maar weer in orde was, een zwakke maag hier en een artrosepolsje daar, er was van alles te bespreken. Kunst en tentoonstellingen hadden we gezien en bezocht. Alleen ik niet, ik zweeg schuldig, ik had niks bezocht, alleen veelvuldig een caféterras, maar dat telde niet. En jij Guus, wat heb jij bezocht vroegen ze me. O, ik heb heel lang op een terrasje gezeten dat naast een kasteel lag en daarbinnen hing het vol kunst, echt helemaal vol schilderijen. Ik ben daar wel niet binnen geweest, maar ik proefde de sfeer. Ja ja, zeiden ze, je zult wel wat anders geproefd hebben. Ja, dat ook, moest ik bekennen. Maar voor de rest was iedereen en alles in orde, zo na de vakantie. Alleen van de Franse buurvrouwen kreeg ik een appbericht dat een raam van het huis in Ladou was opengewaaid. En of zij dat dicht zouden maken. Ja natuurlijk zei ik en ik appte terug waar de sleutel hing. Om een lang verhaal kort te maken. Ik dacht dat het een raam beneden was maar het was boven dus ik liet ze de verkeerde sleutel pakken. Voordat dat allemaal in kannen en kruiken geappt was ging er een dag of vier over heen. Raam bleek wegens verrotting opengewaaid, dus er moet een nieuw raam komen want het ligt op het westen en dat kan lelijk doen, het westen. Dus in oktober moet ik gelukkig helaas terug, huis winter- en westerstormklaar maken. Pfff. Ik zal het als een zegening tellen dan maar.