Een baard uit sympathie met Che Guevara

Hamont – De Internationale Dag van de Baard staat op de issue-kalender genoteerd bij 7 september 2019. Op deze dag is er extra aandacht voor personen die hun haren op kaken, kin en wangen laten groeien. Mannen met baarden zijn in ons lezersgebied duidelijk in de minderheid. Waarom draagt iemand een baard? Hoe is het, om baarddragend te zijn? Jürgen Davids vertelde er in dit drieluik over, evenals Patrick Stelten. Deze week het slot van de miniserie: een zondagochtendgesprek met broeder Bèr van de Schans, in het klooster van de Salvatorianen aan de Collegestraat.

‘Ik heb zondag twee vluchten van de duiven die terug komen. Ik weet echter niet hoe laat de duiven komen. Kan je mij zondag rond 09.00 uur even bellen, dan weet ik dat normaal wel.’ Een e-mailbericht van Salvatoriaan Bèr van de Schans. Een telefoontje levert nadien een zondagmorgen-afspraak op, om 10.15 u bij de hoofdingang van het klooster. De regen druilt tomeloos neer als iemand van het klooster via de intercom vraagt om even geduld te hebben. Snel daarna zwaait Bèr ‘in vol ornaat’ de deur open: rood petje, lange grijze haren, grijze baard, twinkelende ogen en bescheiden lachend. Iedereen in Hamont-Achel zal hem ongetwijfeld herkennen. Misschien niet zozeer als kloosterling, maar als proost van de KAJ of als schepen van de gemeente Hamont-Achel.

Revolutie in Zaïre

In de spreekkamer, die uitzicht geeft op een fraaie kloostertuin, vertelt Bèr (*Overpelt 1952) dat hij hier in 1963 naar het college ging en zeven jaar op het internaat verbleef. “Daarna was ik één jaar in Passau voor het noviciaat.” Na deze voorbereidingsperiode studeerde Bèr vier jaar in Heverlee om van daaruit in Wallonië studies te gaan doen richting landbouwingenieur. “Mijn doel was, om na mijn specialisatie Tropische Landbouw in de missie te gaan werken. Maar vanwege de revolutie in Zaïre werden alle paters uit veiligheid teruggetrokken en kon mijn plan niet doorgaan”, legt hij uit. Aangezien er op de kloosterboerderij van Hamont  extra hulp nodig was, werd Bèr aangesteld om daar te komen ondersteunen. “Tot 1992 werkte ik op de boerderij. Vanaf de sluiting in dat jaar heb ik de zorg voor de tuin en het park. Ook de bijbehorende voetbalvelden horen bij het onderhoud”, glimlacht Van de Schans, en veegt eens door zijn baard.

Novicemeester in Passau

Op de vraag of het juist is dat de broeder vanwege zijn hoofddeksel en zijn haardracht niet voldoet aan het traditionele beeld van een kloosterling, zegt Bèr: “Klopt. Maar je moet niet naar de buitenkant kijken. De binnenkant is veel voornamer”, en hij stelt dat hij de eerste college-student was die het in1970 waagde om zijn haren te laten groeien en zijn baard te laten staan.  “Ik denk uit sympathie voor Che Guevara. Net als deze Cubaanse guerillaleider ben ik ook wel steeds revolutionair geweest, denk ik.” Medestudenten waarschuwden hem regelmatig dat hij misschien zou kunnen zakken voor zijn examens. Bèr: “Ik liet mijn baard gewoon staan, en ik heb nooit geen buis gehad.” Tijdens zijn strenge noviciaat in Passau – waarbij iedereen nog een habijt droeg- zei de novicemeester: “Iemand die een baard draagt, heeft iets te verbergen.” Dat was voor de kloosterling de eerste en de enige keer dat hij zijn baard afschoor, om zó te laten zien dat hij niks te verbergen had.

Vriendin

De verzorging van de baard staat niet in verhouding met de baarden van de eerder geïnterviewden. “Natuurlijk was ik mijn baard en mijn haren, en kam ik elke morgen uitvoerig. Want het mag niet in de war geraken. Ik knip hem zelf bij. De laatste keer dat ik bij een kapper kwam, was deze zó onaardig dat ik nooit meer terug ben gegaan. Nu knipt een vriendin van me regelmatig mijn baard bij”, aldus Van de Schans. Natuurlijk moet het ook over het rode hoofddeksel gaan. “Dat komt nog van de tijd dat ik op de boerderij werkte. Ik droeg toen altijd een petje omwille van de koeien en het stof. En dat is altijd zo gebleven”, verklaart de kloosterling, die in december door kleine kinderen wel eens wordt aangesproken als Sinterklaas of als Kerstman. De baard heeft niks te maken met het feit dat hij kloosterling is. “Vroeger had bijna iedere trappist op de Achelse Kluis een baard. Ook Kapucijnen hebben vaak een baard, net als veel Bijbelse figuren”, lacht de Hamontenaar.

Schepen, proost en kookstaf

De bebaarde schepen van Hamont-Achel heeft in zijn portefeuille Openbare werken. Maar ook Milieu en Jeugd zijn aan zijn zorg toevertrouwd. Logisch, want dáár ligt zijn hart. Zijn studies en zijn werkzame leven bij de Salvatorianen hebben altijd in het teken van natuur en milieu gestaan. Daarnaast heeft Bèr van de Schans zijn sporen verdiend als proost bij de KAJ. Als geen ander verstaat hij de moraal en de taal van de jongelui. “De jeugd van tegenwoordig is zeer positief, en ik zal ze te allen tijde blijven verdedigen”, zegt hij vastberaden. Hij is pas terug van het KAJ-kamp in de provincie Luxemburg, waar hij deel uitmaakte van de kookstaf.

Tekst en foto’s Evert Meijs