Tien jaar tas

Dit is al het vierde stukje dat ik over een tas schrijf. Ernstig is dat. Ooit schreef ik over een tas die ik wilde kopen om in de trein naast me neer te zetten en waaruit de onderbroeken niet omhoog kropen. Dat was een weekendtas en die tas heb ik nog en gebruik ik nog. Dat was tien jaar geleden en een van mijn eerste columns. Jaja, de HAC bestaat al tien jaar, ik zal u daar even dunnetjes aan herinneren. Toen, een jaar of zo later schreef ik over een tas die ik kocht op de markt van Alba en die zo goedkoop was dat het niet anders kon, of arme Chinese kindertjes hadden er met hun gele priegelvingertjes aan moeten werken. Die tas ligt nu in de bovenste la van de omakast en ik gebruik hem nooit meer want er zit schimmel in. En hij is vies bah. Daarna schreef ik over een tas die ik samen met mijn zusje kocht toen we met ons allen, broers en zussen, naar Dubai gingen, de zogenaamde emiratentas. Die tas heb ik aan een vriendin gegeven omdat die hem zo mooi vond en ik gebruikte hem niet meer want in datzelfde emiratenland heb ik daar ter plekke weer een andere tas gekocht waarvoor ik toen een smoes had bedacht maar die intussen niet meer weet. Daarna heb ik nog diverse tassen gekocht maar durfde daar niet meer over te schrijven. Maar nu….. nee, dat zal toch niet hoor ik u al denken, niet wéér een tas! Ja hoor, weer een tas. Dat komt zo. Ik had een mooie nieuwe tas gekocht, zeg maar zo ongeveer na de zomer. O jee, ik vergeet de gynaecologentas, daar heb ik ook nog over geschreven. Een jaar geleden of zo. Die rechtop kon staan en met vachtjes boven langs de zijkanten, waar ik mijn hand in zag verdwijnen en die ik toen wegwierp toen ik daardoor aan een gynaecoloog moest denken. Dus dit is niet het vierde, maar het vijfde stukje over een tas. Mijn god. Maar toch zet ik nu door: Wie a heeft gezegd, moet b zeggen. Kent u die mop trouwens over de man aan wie ze vroegen: ‘U mag kiezen, A of B.’ De man knikte verwachtingsvol.  ‘A: u brengt uw hele leven door met de vrouw die u nu heeft of…..’ Toen werd de ondervrager onderbroken door de man, die keihard achter elkaar B! B! B! B! riep. Maar dit terzijde. Verder over de tas. Ik heb een zwager die antiquair is. Hij is de broer van mijn latvriend en we hebben goede contacten met ons vieren. Zijn vriend is ook antiquair. Samen vonden ze op een antiekmarkt ergens diep in België een Pradatas. Tweedehands. Prada is een dure tas. Het schijnt dat zo’n tas nieuw honderden euro’s kost. Niet echt een tas voor mij, maar ja, ik kreeg hem want met hun tweeën hadden ze besloten dat ze die voor mij zouden kopen. Hij zag er nieuw uit. Ze gaven hem mij tijdens een etentje met ons vieren in Maaseik, pal na de zomer. Als verrassing, blij dat we weer terug waren uit Frankrijk en omdat ze wisten dat ik lichtelijk tassofiel ben. . Whaw dus, een echte  Pradatas. Ik beloofde ter plekke (na enkele roseetjes natuurlijk) dat ik hem nooit zou vervangen. Nooit! En ja, ik gebruik hem nu nog. Niks bijzonders, zult u denken, het is amper vier maanden later. Dat is het, maar ik lijd, ik lijd.. Ik mag geen nieuwe tas meer kopen. Ik kijk er wel naar. Zaterdag was ik in de winkel van Han Feijen om naar tassen te kijken en dan van armoei maar nieuwe laarsjes te kopen voor de hondenuitlaat. Ik zag de prachtigste tassen maar mocht ze niet kopen. Ik bevoelde ze, rook eraan, streelde erover, maar deed niks. Mijn vriend was bij me. Ik zal dan maar laarsjes kopen hè, zei ik met een gebroken stemmetje. Gespeeld natuurlijk. Daar is de Budelse Comedie niks bij, hoe ik dat kan. Ik kocht laarsjes. Waterdichte. Zoals gezegd voor de hondenuitlaat. Toen kocht ik een tweede paar, omdat ik geen tassen meer mag kopen. Dat vond ik een goede reden. En ook omdat je met hondenlaarsjes verder nergens kunt komen. Dit was dus mijn laatste tassencolumn en tevens het eerste schoenenstukje. Help.