Sinds kort

Sinds kort heb ik er weer acht rimpels bij. Nee, negen. Ik had er al heel wat natuurlijk want ik ben nou eenmaal niet meer de jongste om het maar eens zachtjes te zeggen. En van tijd tot tijd neem ik de schade op. Niet heel dikwijls, maar soms toch.  Gister deed ik nog eens zo’n inventarischeque. Vooral onder aan de kaak was het menens: Hangkwabjes, afgewisseld met inslijtrimpels en huidruitjes plus boosaardige plooien, met pukkelachtige pitjes. Ik had er een vergrootspiegel voor neergezet. Vooruit maar, zei ik tegen mezelf, flink zijn. Kijken! En ik zag…. brrrr. Het was verschrikkelijk ontzettend. Dit kwam nooit meer goed. Ook een plastisch chirurg zou hier niets meer voor mij kunnen doen. Ik zag me al hoopvol in een spreekkamer bij een plastisch chirurg zitten, terwijl hij na een eerste inspectie schreiend zijn hoofd in z’n handen liet zinken. Meer hoefde hij niet te doen. Ik had het begrepen. Waardig zou ik opstaan. Ik draag mijn lot wel alleen, zou ik zeggen, jankpot! Ik weet nog dat ik vroeger, toen ik nog jong was en ergens een rimpeltje ontdekte ik helemaal in paniek was. ‘s Avonds van de dag dat ik het ontdekte, zouden we naar een feest gaan. Ik heb toen de hele dag doorgebracht met een stukje doorschijnend plakband strakgetrokken over de rimpel in de hoop dat hij ’s avonds weg was. Nee natuurlijk. Wel had ik er een idiote, rare rode vlek in m’n gezicht bij. Die ik moest maskeren met poederdons. Op de ongelukkigste tijden had ik ergens een puist, vroeger dan. Nu nooit meer, ik zou er nu blij mee zijn, ze verwelkomen: ha jeugdpuistje, zou ik zeggen, maak het je gemakkelijk, ga zitten, word rood, zwel op, doe wat je moet doen. Want waar een jeugdpuistje zit, kan geen ouderdomsrimpel zitten. Dit in de trant van een oude partner van mij waar ik dertig jaar geleden mee een soort pensionnetje leidde in Frankrijk en die zei altijd tegen mij. (Ik moest ’s morgens voor de ontbijten zorgen) : “Geef ze eieren, want waar een gekookt ei zit, kan niks duurders zitten.” Hij was een krent, dat begrijpen jullie wel. Kijk, op zich zijn rimpels nog niet het ergste van de ouderdom. Het ergste is het afnemen van de lichamelijke vaardigheden. Het langzame, stiekeme, bijna onmerkbare slopingsproces zoals het zwakker worden van spieren, het stram worden van een gewricht, het doorzakken van voeten, het hebben van eksterogen, om over kraaienpoten nog maar niet te spreken. Het kermen bij het opstaan, het steunen bij het gaan zitten, het tegen de kast of wastafel aanklappen terwijl je staande nog je sokken aan probeert te doen. Het moeizaam achteruit rijden in de auto omdat je nek niet meer zo ver kan draaien. Slechter zien, minder horen. Zo kan ik wel een uur doorgaan. Doe ik niet, ik wil vrolijk eindigen. Ik wil jullie niet somber stemmen, daar is deze column niet voor bedoeld. De ouderdom heeft ook vrolijke kanten. Nou, zeggen jullie, noem er eens een. Ik weet er eventjes geen. Seniorenkorting is het enige wat me te binnen schiet. En het blij zijn over dingen die je nog wél kunt. Zoals naar de koelkast sloffen, een fles drank openmaken. Een glas pakken, een bril opzetten. De afstandsbediening bedienen. Drank bijna morsloos inschenken. Stompzinnig naar de tv kijken. Lang en gedachteloos aan iets krabben. Weer een drankje inschenken. Nadenken. Andere zender opzetten. Telefoon niet horen. Opstaan ergens voor. Weer nadenken. Hoofd heen en weer schudden. In een stoel vallen. Drankje opdrinken. Naar bed schuifelen. Kronen poetsen. In bed kruipen. Hadden jullie nog iets? Wees gewoon blij, dan komt alles goed. En die rimpels? Laat die dokter maar wenen. Wérken moet hij.