Kerstpakje

Haha, ik had weer eens iets bedacht. Mijn vriendin uit Amsterdam heeft een hondje, al jaren, al zolang ik weet altijd hetzelfde, een sjiwawa. Ik schrijf het maar op zoals ik het uitspreek, de officiële spelling zou ik op moeten zoeken. Maar een sjiwawa dus. Eerst moest ik daar heel erg om lachen, want dat vond ik geen hond. Dat is nu ongeveer 40 jaar geleden. Maar steeds wanneer er eentje de pijp uitging, nam ze weer een andere. Ze treurde eerst een wijle, en dan werd het haar te veel en nam ze toch maar weer een nieuwe. De derde heette Binky. De tweede werd kapot gebeten door een Jack Russell. Des te meer valt het in haar te prijzen dat ze haar kleine hondjes altijd naar mij meenam terwijl ik 19 jaar lang een Jack Russell heb gehad. 15 jaar De Buit, 4 jaar Sjefke, mijn lieve Sjefke, die is overreden. Ik heb daar erg onder geleden. Maar goed. Verder met dit kerstverhaal. Mijn Russells hebben nooit iets gedaan, ze speelden alleen met het hondje. Ik heb om een of andere reden altijd goedaardige honden gehad. Haar laatste (die van nu dus) heette Mimi, naar de sopraan uit La Bohème van Puccini. Wij zijn allebei operagek, maar bij haar heeft het serieuzere vormen aangenomen. Toen ik een keer bij haar was, zei ik: zal ik je hondje eens schilderen? Ja, zei ze; ik was wat dronken en ik maakte beschonken foto’s. Die mislukten totaal; dat bleek toen ik thuis kwam. Dat durfde ik niet te zeggen. Dus er kwam geen schilderij van Mimi. Toen ze laatst bij mij was, halverwege dit jaar, zei ik, ik zou je hondje schilderen, weet je dat nog? Ik zal nu eens fatsoenlijke foto’s maken en dan ga ik dat doen. Om een lang kerstverhaal kort te maken: ik maakte foto’s, schilderde het hondje na en stuurde haar de foto van het portret per mail op. Ik zei: kom het schilderij maar halen. We maakten een afspraak, maar steeds kwam er iets tussen; dan weer moest ze op tv komen, dan weer moest ze een lezing geven (ze is heel beroemd, en dan toch een sjiwawa, tsjjj). Dus ik dacht, een week geleden, weet je wat, ze heeft toch geen tijd en ik ga ook niet naar Amsterdam, dus ik stuur het op. Nu. Op het moment dat ik dat bedenk, moet dat gebeuren. Dus ik zocht in mijn huis naar inpak- annex opstuurspullen voor PTT post. Maar wie heeft zoiets in huis? Eerlijk zeggen, wie heeft bubbeltjesplastic, plus bruin inpakpapier plus gedegen plakband plus touw en een envelop voor de buitenkant en een werkende balpen allemaal in huis; ik niet. (ja, wel die balpen) Ik vloekte eerst schril, en zocht in het schuurtje naar bubbeltjesplastic, vond slechts een klein stukje, liep naar de stal en vond daar, bestoft en viezig een oude Tefal doos waarin ooit, in een ander leven een vleesgrille met antiaanbaklaag had gezeten. Het schilderij mat 40×50 cm. Het paste net niet in de doos. Daar had ik ook niet op gerekend.  Ik besloot de doos te slopen, zodanig dat de twee grootste stukken zouden overblijven waarin ik het schilderij zou leggen en zou verpakken. Voordat ik een schaar had gevonden die aan alle voorwaarden voldeed, was het een uur later. Steeds wanneer ik een stukje plakband los wist te scheuren, kronkelde het zich om een vinger waar ik het weer vanaf moest halen en het dan, gedraaid en al weer ergens op moest plakken. Na een uur zat het schilderij, tussen de twee tefalkanten. Vast. Daar draaide ik touw omheen. Nog vaster. Toen moest ik inpakpapier vinden. Toevallig was ik die morgen gaan tanken in Hamont en bij het afrekenen in het winkeltje zag ik een flink stuk pakpapier liggen waarin zich reclamefolders bevonden. Ik vroeg of ik het pakpapier mocht hebben; dat mocht. Het stuk pakpapier in de vereiste bruine kleur was veel te groot maar ik durfde er niks vanaf te knippen omdat ik dan zeker wist dat het opeens te klein zou zijn. Ik  wentelde het schilderij in het pakpapier en sloot het met enveloppevormig gevouwen en te grote kleppen dicht. Gedraaid plakband alom. Werkelijk overal; het schilderij kon niet meer ontsnappen. Had je niet gedacht hè, zei ik zacht tegen het pakje. Ik reed naar Budel. Een pakje voor Amsterdam moet je loslaten in Budel anders duurt het meer dan een week. Twee dagen later werd ik gebeld door mijn vriendin. Ze bedankte me hartelijk voor het schilderij. Geen dank, zei ik, het is je kerstcadeau.  Maar nog hoor ik haar hartelijk-vrolijke lach toen ze zei dat ze nog nooit iets had ontvangen dat zo geweldig was ingepakt. 

En u, lieve lezers, ook allemaal een geweldig 2020 en blijf gezond en drink rosé.