Over het spoor naar Antwerpen!

PELT – Om tijdens de kerst in Antwerpen te willen zijn, kun je er geraken met de auto, maar zeker ook met de trein. Uw verslaggever sprak met zijn gezinsleden af om elkaar te treffen in het hartje van de Scheldestad. Hijzelf ging –samen met vrouw en zoon-  met de trein. Waarom? Een treinkaartje kost retour hooguit 20 euro, er zijn geen parkeerproblemen en de reis kan ontspannen verlopen. Hij kijkt terug op de heenreis van 24 en de terugreis van 25 december 2019.

Tekst en foto Evert Meijs

Mijn vrouw Trudy belt met de Belgische spoorwegen met de vraag of een weekend-spoorkaartje ook voor kerstmis geldt. De dame geeft een bevestigend antwoord en de tickets worden digitaal besteld. ’n Dag voordat de reis aanvangt, blijkt er toch verkeerde informatie verstrekt te zijn, want uit ’n e-mailtje van de schoonzoon blijkt dat het treinkaartje niet geldt voor 24 en 25 december. Dan nog maar eens gebeld met de NMBS, en inderdaad, de kaartjes zijn verkeerd. Foutief voorgelicht. Nieuwe worden digitaal besteld en het geld van eerdere kaartjes wordt keurig geretourneerd. Om kwart over elf van de vierentwintigste staan we in Neerpelt op het perron. Uit de mededeling op een deur blijkt dat er elektrificatiewerken zijn en treinen daardoor vanuit Antwerpen soms niet verder terug rijden dan tot Mol. ‘Twee van de drie treinen worden vervangen door bussen.’,  zo valt te lezen. We zullen zien.

Signaal voor machinist en signaal voor reizigers

Al snel loopt de grijze trein het station binnen, we stappen in, leggen de bagage in het rek en na een fluitsignaal vertrekken we met de dieseltrein richting de diamantstad. Er zitten nauwelijks reizigers in het bijna twintig jaar oude treinstel, maar het is comfortabel reizen. De rit duurt bijna anderhalf uur en bij elk station wordt enkele momenten halt gehouden. Steeds draait de conducteur op de perrons met een sleutel een schakelaar om en vervolgens vertrekt de trein. Enkele minuten later komen we in de buurt van Mol en komt de conducteur. Hij checkt de digitale biljetten. Op de vraag waarom hij steeds een schakelaar om zet op het perron, zegt hij: “Dat is het signaal voor de machinist dat alles veilig is, en hij kan vertrekken. Het fluitsignaal is niet bestemd voor de bestuurder, maar voor de reizigers”, zo legt hij vriendelijk uit. Onze zoon vraagt of het mogelijk is een kijkje te nemen in de bestuurderscabine. “Ik zal het even navragen”, zegt de conducteur. Even later wenkt hij dat we welkom zijn, vóór in de trein.

Eén liter brandstof per kilometer

De machinist zit relaxed in zijn cockpit, draagt vrijetijdskleding en houdt in zijn rechterhand een hendel vast waarmee de snelheid van de trein bepaald wordt. “Als ik doorduw, klimt de snelheid naar boven. Trek is wat terug, dan wordt de snelheid vanzelf weer lager”, zegt hij. Recht vóór hem zit de snelheidsmeter die 110 km aangeeft. “Deze trein rijdt op gasolie. Soms moeten we zelf tanken. Dan pompen we 2 x 500 liter. Zo dadelijk zie je de tanks liggen”, legt hij geduldig uit en de spoorrails en het landschap vliegen als een razende storm links en rechts langs onze trein. Prachtig om te zien én een voorrecht. De conducteur is wel in uniform, en staat in de deuropening van de cabine mee te luisteren. “De trein verbruikt één liter brandstof per kilometer”, zegt de machinist, die nog even wat op een mobiele computer aantikt die tegen de voorruit staat. “Normaal mag je hier natuurlijk niet komen, zéker niet als we in de buurt van Antwerpen komen”, zegt hij, “maar we lopen Mol binnen, dan stopt mijn dienst en moeten we wat langer wachten.” Met een handdruk worden de beide beambten dank gezegd en even later lopen ze allebei over het perron, richting personeels-fietsenstalling.

Kerstnachtmis in kathedraal Antwerpen
Bij het onbemande station van Olen valt op dat op het gebouw nog de oude spelling Oolen wordt gehanteerd. Enkele kanalen worden gepasseerd en via Herentals en Lier komt de grote stad in het zicht. Eerst nog even stoppen in Antwerpen-Berchem en uiteindelijk staan we stil op eindstation Antwerpen-Centraal. Een vluchtige blik naar boven laat zien dat hier een schitterend gebouw staat. Het jaartal 1906 komt enkele malen langs. Toch moeten we verder en ’n kwartier later zijn onze dochter en haar gezin met herenigd. Zij kwamen met de auto. We zijn compleet. Met zevenen brengen we de dag verder aangenaam door en wat later op de avond kiest iedereen zijn slaapplaats op in een Air B&B aan de dure Schutterhofstraat, terwijl ik al om 23.30 uur in de kathedraal zit voor de pontificale hoogmis van middernacht, met de bisschop als voorganger. Ik zit naast een molenaar uit Sneek, en tijdens de mis blijkt al gauw dat hij niet kerkelijk is opgevoed, zoals hij zichzelf na de mis verontschuldigt. Da’s natuurlijk niet nodig, iedereen is welkom, zéker in de nachtmis van Kerst. 

De volgende dag staan we gedrieën na een brunch in de historische Opera om13.09 u weer op het perron om terug te reizen naar het noord-oosten. De trein staat er nog net, maar de deuren gaan niet open. “Over ’n uurtje kunt u met de volgende mee”, zegt de garde heel rustig, terwijl wij niet begrijpen waarom de deur niet open gaat. Hij staat er zeker nog ’n minuut, maar de conducteur heeft gelijk: we moeten wachten. Dat biedt wel kansen om het schitterende station uitvoerig te gaan bekijken. Wat een pracht en praal! Schitterende trappen in een majestueuze hal. Veel vergulde wapens-met-leeuw tegen de muur,  vaak  bedekt met een kroon. Diverse gevelversieringen met een wiel, als symbool van de spoorwegen.  Het schitterende restaurant Le Royal is een lust voor het oog en een el dorado voor de fotograaf. Als het uur voorbij is, arriveert er weer een ‘MW41’-diesel om ons terug te brengen naar Limburg.

Afval, schoorstenen en frituur
We verlaten de Sinjorenstad en ik kijk met andere ogen naar buiten. De stationsgebouwen herken ik nu, de kanalen zijn niet langer vreemd en het geluid van de dieselmotoren is beter te begrijpen als je de machinist gesproken hebt. 

Vooral gedurende het eerste deel van het traject valt op hoeveel troep en rommel zich langs het spoor bevindt. Puin, asbest dakplaten, verwaarloosde gebouwen, afvalhout en ongeordende plantsoenen trekken aan je voorbij. Af en toe een perceel met volkstuintjes, maar dan weer ingevallen stallen, vuilnis en achtergelaten troep. Je ziet de ongeordende achterkanten van de verschillende dorpen die aan de spoorweg liggen. Gelukkig wordt het halverwege wat beter. Hoogspanningskabels golven omhoog en omlaag van de ene naar de andere mast. We passeren enkele antieke bakstenen schoorstenen, windturbines draaien lustig hun rondjes en ‘Frituur Atomium’ schiet links voorbij. Opnieuw komt een conducteur langs. Zijn scanapparaat reageert niet op onze tickets. “Het zal welk goed zijn”, zegt hij, en hij glimlacht. Via de luidsprekers in de trein wenst de bestuurder alle reizigers namens het boordpersoneel nog fijne feesten. Het was een boeiende reis, die voor herhaling vatbaar is. Gelukkig hoefden we in Mol niet over te stappen op bussen.

Eenmaal weer aangekomen bij het perron van het mooie Neerpelt-station, stappen we uitgerust het perron op. ’t Is met de auto nog maar een klein eindje naar Valkenswaard…