Uien, pepers en uien

In het weekend koken mijn vriend en ik wel eens samen, of eigenlijk bijna altijd maar niet iedere dag. Door de week is hij bij hem thuis en in het weekend zijn we samen. Soms gaan we uit eten, soms halen we en soms koken we. Soms vind ik dat hij beter kan koken dan ik. Soms niet. Ja ja, maar zeg nu maar eens wat je bedoelt, hoor ik u al zeggen. Ik bedoel dit: we kregen van de week, vrijdagavond om precies te zijn een best wel flinke ruzie. Ik had namelijk van een vriendin champignons gekregen en toevallig van een andere, een hondenvriendin een hoop paprika’s. Weken, ja maanden kan ik niks krijgen en dat is niet erg, maar nu kreeg ik op korte tijd zowel dus champignons als paprika’s. Ja, pepers eigenlijk. Hete pepers waren het, daar ben ik gek op. Ik zei zo rond zes uur, na ons tweede glaasje, ik rosé, hij wit: “We moeten eigenlijk die pepers en die champignons maar eens even in stukjes snijden. Samen met wat uien en spekjes gebraden en nog wat selderij en daarna in wat witte rijst, is dat heerlijk eten. ‘Ja,’ zei hij en keek even bedenkelijk: ‘waarom witte rijst? We hebben toch ook nog die enorme bak kant en klare bami van de supermarkt? Daar kan het spul toch ook bij?’ ‘Ja,’ zei ik, ‘maar dat is al maaltijd genoeg, daar hoeft niks bij behalve een gebakken ei of zo, dat is al gemaakt gekocht zoals ze in Budel zeggen en die hoeft niet opgepimpt met van te voren allerlei spullen te bakken die een half uur duren.’ ‘Waarom niet?’ Hij weer. ‘Nou, ik vind die spullen alleen al maaltijd genoeg met wat rijst. Die bami is zonder iets erbij ook al lekker en maaltijd genoeg.’ Mijn zuinige aard kwam in opstand tegen twee maaltijdingrediënten in één keer eten. Al die spullen en groentes kon ook met alleen zielige kale witte rijst erbij en was dan ook lekker. Maar nee, hij wilde geen kale witte rijst bij die spullen en we kregen stilaan ruzie. Hij wilde al dat spul bij de bami die al van z’n eigen goed was. Ik werd kwaad. Ik sneed wel door, aan de pepers, maar ik werd kwaad. Belachelijk, zei ik verbitterd, ‘twee etens, hadden we twee keer, misschien wel drie keer van kunnen eten. Jij hebt toch de oorlog meegemaakt?’ Sloeg nergens op, maar ja. Het was er de tijd voor na 75 jaar bevrijd te zijn.  Hij sneed ook door aan de champignons, een beetje gewelddadig naar mijn idee. die konden er ook niks aan doen. “Het is toch veel lekkerder met bami erbij?” zei hij. Ik haalde de bami uit de koelkast: kijk hoe heerlijk, zei ik, rukte het plastic op z’n ruzies eraf en raakte een groen stukje aan: ‘Groente, kijk’, zei ik, ‘dat zit er al in.’ ‘Prei,’ zei hij, ’zeer minimaal, een eenzaam stukje  en al helemaal dor.’ ‘Hier meer prei’, zei ik en stak mijn vinger in de koude substantie, ‘en dat is ham en dat bruine, dat is, dat is vleesje. Alles is aanwezig.’ Ik sputterde, niet in de bak bami hoor.  Verbeten keken we elkaar aan. Ik schonk me nog een glaasje in. Hij ook. We moesten toch wachten want hij wil ook altijd dat de champignons goed gaar zijn. Champignons hoeven niet in bami. Ik had geen energie meer, dus we aten er bami bij. Ik delf altijd het onderspit.  Hij moest de bami zelf opwarmen, dat was de straf. Ik bakte de eieren, dat wel, zonder eieren geen lekkere bami. Ik moest eerlijk toegeven, het was wel gloeiend lekker en vooral ook veel, te veel. Een uur later zat ik nog bij te komen op de bank van het vele eten. “Zo, dat heb je toch weer geleerd,” zei hij (zelf)voldaan. “Bami, met heel veel spullen is heerlijk.” “Jaja,” zei ik. Ik had last van ondergronds buikgerommel en krampen en verdween naar het toilet. Na een kwartier kwam ik weer de kamer in. ‘Wat is er schat,’ zei hij bezorgd, “je kijkt zo, zo…Gaat het je niet goed?’ “O jawel,” zei ik, “nou gaat het weer prima, maar ik heb ook nog iets anders geleerd, wat ik eigenlijk al wist.” “Wat dan?”, vroeg hij. Ik keek hem dramatisch aan: ‘Vertrouw nooit een scheet.’  

Reageren? Ja graag! Via guus.van.winkel@pandora.be