In de zaal

Bridge is een kaartspel, het wordt met vier mensen gespeeld aan een tafel. Er zijn twee paren die tegenover elkaar zitten, een bridgepaar dus die als tegenstander de andere twee hebben. Je zit met zo’n 40 tot 60 man in een zaal, navenant de grootte van de club en speelt de hele avond. Er zijn in Nederland duizenden bridgeclubs. Over de hele wereld trouwens. Ik ben al heel lang lid van een bridgeclub in Weert. Vroeger ook in Budel, maar nu daar al lang niet meer. In België heb ik ook nog in Lommel gespeeld voor een bridgeclub aldaar, met veel plezier en toewijding maar al die avonden werd me op den duur te veel, want ik speelde ook nog twintig jaar zowat in Eindhoven, maar nu speel ik dus alleen nog maar in Weert. Het is een oude club. Dat wil zeggen, hij bestaat al lang, dat ook, maar de leden zijn over het algemeen oud. Er zijn daar mensen die ik al langer dan veertig jaar ken. Op onze clubavond ben ik zoveel als ik kan aanwezig, behalve natuurlijk als in Frankrijk ben en o ja, daar heb ik ook al jaren in bridgeclub Aubenas-Vals gespeeld. Niet vals gespeeld, maar Vals is een afkorting van Vals-Les-Bains, een stad, en dat klinkt al heel anders. En die club heet nu eenmaal zo. In een Franse club gaat het er heel anders aan toe dan in Nederland, of in België. Daar wordt echt lelijk gedaan tegen elkaar, daar in Aubenas als het niet goed gaat. Soms zelfs gevochten, zie je de oudjes elkaars grijze haren eruit trekken. Hier niet, in Weert wordt beschaafd gemopperd. Maar we hebben een behoorlijk krakkemigge club inmiddels. Op onze clubavond, waar meestal vier spellen per tafel gespeeld worden die samen een half uur mogen duren, stond er na afloop van zo’n  ronde (ronde 5 of 6) een van de tegenstanders tegen wie we gespeeld hadden met een luid ouderdomsgekreun op en tegelijkertijd werd een hand steunend in de rug gelegd. Brwaaaak, klinkt het links en rechts bij het opstaan en wisselen van tafels door de oudjes. En terwijl ik die geluiden registreerde zag ik een oude dame met voorzichtige schuifelpasjes van het toilet terugkeren, de rug ernstig gebogen. Hier en daar vielen er wat stokken om die door enkelen gebruikt worden om van de ene tafel naar de andere te komen. Jaja, je moet nog lenig zijn en conditie hebben om te bridgen. We hebben één iemand met een rolstoel in ons midden. Die krijgt altijd vrij baan. Maar het is prijzenswaardig dat iedereen altijd blijft komen, oud of niet, gebrek of niet, en ziek of niet. Op de club in Aubenas vroeger was er eens een oude man die lag aan de hart-longmachine, maar die was zo fanatiek dat hij iedere week op de clubavond present was, machine of niet. Zijn partner verplaatste dat ding altijd, maar meestal kreeg hij een vaste tafel toebedeeld. Soms kwamen er nieuwe spelers en een van die spelers heeft toen een muntje in een gleufje van die machine geduwd omdat hij dacht dat het een koffieapparaat was. Een frankstuk of zo. Zo heeft hij die ouwe heer kortgesloten. De man vloog uit z’n karretje de lucht in, ja dood natuurlijk, maar goed ook want hij kwam zo hoog dat hij in al onze kaarten kon kijken en dat wordt niet getolereerd. Op geen enkele club. Ik geloof trouwens dat er de week erop een gedenkingsdrive  gespeeld werd maar toen was ik alweer terug naar Nederland. Er werd ook goed gehoest in Weert, de laatste clubavond dat ik er was. Bij ieder kuchje wordt er angstig rondgekeken, wie dat deed en of het een coronakuchje kon zijn. Maar eigenlijk wilde ik met dit stukje een lans breken voor het bridge. Overal worden cursussen gegeven, in Budel, in Weert, je kunt overal meedoen, je bent nooit alleen, je bent lid van een club, je hoort erbij en het is ook nog goed voor de grijze celletjes. En je kunt het ook spelen met een rollator. 

Reageren? Graag! Dat kan via Guus.van.Winkel@pandora.be