Isolement

Het is een science fiction wereld waarin we nu leven. In de supermarkt spelen zich taferelen af die me deden denken aan de films die ik ’s nachts graag zie. Inmiddels ben ik al bijna twee weken terug uit Frankrijk. Op de terugreis zette ik mijn vriend af in Nederlands Limburg waar hij woont en reed vandaar terug naar huis in Hamont. Sindsdien heb ik hem niet meer gezien. Onze latrelatie is wat dat betreft ten einde. Corona heeft daar een einde aan gemaakt. We zijn allebei alleen. En nou heeft hij ook nog een ouwerwetse bacteriële infectie opgelopen. Een goeie ouwe bacterie die je bijna welkom zou heten in de tijd van dit geniepige virus. Hij krijgt daar uiteraard een lange antibioticumkuur voor en hij kan daar niet goed tegen. Ik zou naar hem toe willen gaan en een beetje troosten en verzorgen maar dat mag niet. Hij is vooral moe. We spreken en zien elkaar per app: ‘Hoe gaat het je?’ ‘Gaat wel. Ik heb eergister de was gedaan.’ “Mooi,” ik. ‘En gister heb ik die in de droger gestopt en vandaag moet ik die eruit halen.’ Prima toch, zei ik, ik heb niet eens een droger.’ ‘Ja, maar daar heb ik geen zin in, als ik dat ding zie kijk ik gewoon de andere kant op.’ Terwijl hij altijd zo actief is. Dat valt niet mee. Maar voor niemand van ons valt het mee. Eerst dacht ik nog: hiephiep, ik hoef niks te doen thuis, er kan toch niemand komen en ik hield de hele week dezelfde slappe broek aan (trainingsbroek). Toen dacht ik na een week niks doen en tegen de honden praten: wacht, ik ga de boeken in mijn boekenkasten op alfabetische volgorde zetten. Een vreselijk idee. Altijd ontbrak mij daarvoor de moed en de tijd. Ik heb honderden boeken, tot nu toe veelal op kleur gesorteerd en incidenteel op schrijver. Enfin, ik keek naar de honden en zei: ik ga het doen, berg je maar. Ik haalde de bovenste schap leeg want daar moest de a en de b en verder komen net als in de bieb. Ik had geen echt plan. Wel moesten ze er eerst uit. Ik legde overal stapels, door de hele kamer, op de tafeltjes, de stoelen, de grond, in de keuken. Overal lagen ze en ik had pas 3 schappen leeggeruimd. Volgden er nog 15 met de schappen in de eetkamer meegeteld. Ik miste mijn lange vriend voor de bovenste schappen. Ik moest steeds op een krukje gaan staan. Ik begon met de A van de boeken uit de stapels. De a en de b en een beginnetje van de c samen waren al bijna anderhalve meter en ik had de rest van de boeken nog niet doorzocht. Het leek me gaandeweg ondoenlijk. Boodschappen doen moest ik ook nog. Laat ik dat eerst maar doen. Vroeger een crime, tegenwoordig een uitje; Ja, de wereld zal verschrikkelijk veranderen. Als alles ooit goed komt zal het nooit meer zijn zoals het was. Daar hou ik rekening mee. Of het ten goede of ten kwade zal zijn, moet nog blijken. Wanneer? Niemand die het weet. Gegroet vanuit mijn eenzame kot….vol stapeltjes….