Cranendonck in Beeld

REGIO – Dit zijn de eitjes van de nachtvlinder met de naam ‘wapendrager’ op de onderkant van een krulhazelaarsblad. De eitjes worden in groepen afgezet op de onderkant van bladeren, na het uitkomen van deze eilegsels blijven de rupsen aanvankelijk bijeen en foerageren ze in groepen, zowel overdag als ’s nachts. De rupsen kunnen zeer massaal optreden en leven vooral de eerste tijd gezellig bij elkaar.  De rups wordt tot 75 mm lang en heeft een zwart en geel lijf en lijkt enigszins op die van het groot koolwitje, maar is langer 

behaard en heeft een zwarte kop met een omgekeerde gele Y en leeft niet op kruisbloemen.

Vreten doen ze zij aan zij met meer dan 20 op één blad, bomen als wilgen, linden, berken en eiken kunnen dan geheel  kaalgevreten worden. De wapendrager is een wel heel opmerkelijke vlinder, in rust worden de vleugels opgerold en met de  zeer harige kop heeft het diertje dan veel weg van een afgebroken berkentakje. Hierdoor valt nauwelijks op dat het een best wel grote soort is met een spanwijdte tot 6 cm. Waar de naam ‘berkentakje’ logischer was geweest, heeft deze nachtvlinder de trotse naam ‘wapendrager’ gekregen. 

De rups heeft een soort schild als kop en op deze kop staat een keper. Zo noemt men de lijnen die een punt naar boven vormen op een schild, vandaar de naamsgeving.