Heet

Ik weet het, in België en Nederland is het ook heet, maar hier is het erger. Niet dat ik daar blij om ben, of trots op. Nee, dat laatste vooral niet. We kwamen Zondagavond aan, hier in het huis in Frankrijk na een rit van 11 uur, nooit zo lang over gedaan de laatste jaren. Je verwacht in coronatijd dat je overal zo door kunt rijden, maar kennelijk was het de Fransen in de bol geslagen want iedereen was op pad. Fransen, Belgen, Nederlanders, Duitsers, Zwitsers, iedereen reed ons voor de voeten in plaats van dat ze thuis met een kapje op voor de tv zaten. En nog een vreselijk ongeluk ook op de koop toe, 30 km boven Lyon, waarvoor we een uur in de file moesten staan. Stilstaande file. 29 graden. Ik had de radio maar aangezet zodat ik de kleine Mariehond achterin niet kon horen puffen. Maar goed, we hebben het weer gered al duurde het lang en als je dan het erf oprijdt en het gras is kort en geel, mijn favoriete kleur voor gras, en we hebben ingeruimd en we zitten na een uur in de schaduw op het balkon met een glaasje rosé, dat snel op was en dan maar weer een glaasje, ja, dan was alles weer in orde. Appen naar het thuisfront, ja we zijn er. Zoals altijd eigenlijk. De tweede dag al moesten we de 40 jaar oude reuzenventilator van Philips uit de kelder halen want binnen werd het ondanks dat alles open stond en de gordijnen dicht, al veel te heet. Hij wapperde in het rond en blies goed, maar, zei mijn vriend, vind je ook niet dat daardoor ook onze glaasjes veel sneller leeg zijn. Dat vond ik ook. Daar deden we dus wat aan. De eerste dag waren we te moe om nog wat te koken ’s avonds na al die heerlijke thuisboterhammen in de auto die mijn vriend ons  voederde. Maar de tweede dag, gister hebben we een staaltje haute cuisine uitgehaald met een pak Mie van de supermarkt. Heerlijk. Dus wij komen niks te kort. Vandaag is het weer boven de 30. Honden op het balkon in de schaduw, wij binnen, ik dit tikken, vriend bijschenken. Druk druk druk. In het café vanmorgen waren wij de enige patiënten. We zaten op het terras buiten. Velen liepen met mondkapjes op, ook veel niet. In de supermarkt ook wisselend. Morgen is het markt in ons Villeneuve plaatsje. Kijken hoe dat gaat. Hopelijk kunnen we dan met echte mensen praten. Het is vreemd, deze coronatijd. Buiten hoor ik ondanks dat ik de hoorbatterijtjes niet in heb, de wielewalen fluiten. Luid en duidelijk. Geen mooier geluid dan dat van een wielewaal. De zwaluwen vliegen rond en ach jee, gisteravond viel er een klein vogeltje uit het nest vanuit de klimop die helemaal dicht, ons balkon van schaduw voorziet. Twee meter naar beneden. Het vogeltje was nog niet af. Het had wel al veertjes en fladderspulletjes. Maar twee meter…. We hadden geprobeerd het moedertje dat we al twee dagen gezien hadden niet te storen bij het af en aan vliegen tijdens het voederen. Maar toch, péts. We raapten het op en deden het in een klein aardewerken bakje waarin we eerst zacht keukenpapier hadden gelegd. Ik gaf het water vanaf mijn vinger. Het snaveltje wilde niet. Het geglazuurde bakje was trouwens vervaardigd door mijn enige zusje in het atelier van Piet en Heleen van de Kerkhof uit Hamont, dus daaraan kon het niet liggen. We zetten het bakje met vogeltje erin op tafel zodat moedertje nog kon voeren eventueel en gingen naar bed. De volgende morgen, vanmorgen dus, was het dood. Ik hou mijzelf maar voor dat het waarschijnlijk toch ook corona gehad heeft, dus een lijdensweg is het bespaard gebleven. Ach ja. Er is overal leed.