Cranendonck in Beeld (week 27 2020)

REGIO – Alle spinnen spinnen, maar niet allemaal maken een web. Zakspinnen, springspinnen en wolfspinnen overmeesteren hun prooi sluipend, met een sprong of in snelle ren. Krabspinnen wachten geduldig op een blad of op een bloem . Als er een insect in de buurt komt, slaan ze bliksemsnel toe met de lange poten en boren meteen hun kaken met de scherpe gifklauwen in hun prooi. De naam danken deze spinnen aan het eerste of soms tweede paar poten, deze zijn groter en langer en worden zijdelings uitgestoken net als veel krabben doen. Krabspinnen hebben echter geen scharen en kunnen zowel zijdelings als voorwaarts lopen. Op de foto zie je een witte vrouwtjes Kameleonkrabspin, deze kunnen ook geel zijn afhankelijk van de kleur van de bloem waarin ze zich ophouden. Dankzij deze camouflage kunnen ze hun prooien verrassen en op de foto zie je dat de spin een honingbij te pakken heeft.