Boerenbedrijf op Beverbeek in vroeger tijden (deel 2)

HAMONT – Aan de Augustinessenstraat heeft het echtpaar Jean Broekx en Cecile Claes een fraai appartement. Zij woonden voorheen op boerderij Beverbeek 15, nabij het kasteeltje en het scoutsheem. Op die plek werkten de ouders van Jean al, en momenteel komen de dochter en schoonzoon van Cecile en Jean naar de boerderij als derde generatie. Samen met Harrie Meeuwissen (geboren in deze contreien) kijken zij terug op het boerenleven in het algemeen en op Beverbeek in het bijzonder. Deze week het tweede en laatste deel.

Tekst en foto’s Evert Meijs

Handelaar Zwart Jefke
De varkens werden vooral gehouden om af te mesten. Als ze op gewicht waren, werden ze verkocht aan opkopers voor de slachterij. Bijvoorbeeld Ceelen (zijn zoon was telefonist op het gemeentehuis) was opkoper. Harrie: “Er waren slachters die elke week zoveel varkens wilden om de slachten. Zwart Jefke kocht ook varkens op, maar hoofdzakelijk kalveren. Sommige van die kooplui hadden trouwens niet zo’n goede naam. Soms wilden ze de betaling uitstellen tot later. Maar wilden de handelaren niet meteen betalen, dan konden ze terug naar huis gaan. Leveren was geld. Maar de vertrouwde kooplui betaalden altijd meteen.” Bij koe-verkopen werd er nog met handen geklapt. 

Landbouwschool
Van ferme handenarbeid veranderde het boerenleven in de 60-er en 70-er jaren meer en meer in gemechaniseerde landbouw. “Het werd allemaal groter en de boeren konden veel uit eigen middelen aankopen. De boer kreeg het gemiddeld steeds beter. Dat kun je ook zien in de jaarverslagen van de melkerij”, verklaart Harrie. Bij Jean thuis waren zeven kinderen die gevoed moesten worden: drie meisjes en vier jongens. Het werd duidelijk dat Jean, de oudste in het gezin, het bedrijf zou gaan overnemen. Daarom bouwde zijn vader in 1974 een varkensbedrijf, om zo plaats te maken voor Jean en Cecile. Zijn jongste broer kwam later op het varkensbedrijf van zijn vader in de Ruiterstraat.  

Jean heeft altijd echt boer willen worden. “Ik heb daarom de Landbouwschool gevolgd in Bocholt, nu Biotechnicum geheten.” Ook de vader van Harrie Meeuwissen leerde enkele jaren op deze school over mest en sproeistoffen en zoal meer. Andere boeren leerden over het vak tijdens avondlessen. Jean: “De voedingsstoffen worden tegenwoordig in het fabriek gemengd, Jef en Catho moesten het krachtvoer voor het vee zelf mengen, met eigen granen (soja, lijnzaad en zoal meer).”

Eerste tractor
Volgens Jean waren er vroeger minder ziektes onder het vee dan nu. “Je had mond-en-klauwzeer. Dan had je een hoop miserie en moesten veel koeien worden geruimd en had je een jaar niks. Tegenwoordig worden ze daarvoor ingeënt en bestaat de ziekte niet meer. Maar ja, nu zijn er weer andere ziektes. En voor de gewassen werd vroeger veel meer gesproeid dan nu, zoals voor schimmelziektes en onkruid. Tegenwoordig wordt er ieder jaar een aantal sproeistoffen tussenuit gehaald dat niet meer gebruikt mag worden.” Toen Jef in 1970 een Massey Ferguson-tractor van 45 pk kocht, kwam er meteen een cirkelmaaier bij, een gierton van 2.200 liter een kunstmestverspreider en een hooimachine. “Vandaag heeft een gierton een inhoud van meer dan 22.000 liter! En de ploeg had één schaar, tegenwoordig vijf of zes”, vergelijkt Jean het bedrijf van vroeger met nu.

In Holland gehaald
De eerste dochter van Cecile en Jean, Lieve, werd geboren in 1975 en toen liepen er bijna dertig koeien. Later volgden nog twee zonen. Lieve kende op haar derde levensjaar alle namen van alle koeien die binnenkwamen. Ze wist volgens Jean precies waar elke koe op stal kwam staan. “Het was een mooie tijd, want ik heb altijd heel graag geboerd”, zegt hij en praat over de kalfjes die geboren werden. “Stierkalveren moesten weg en vaarskalveren bleven. Dan moesten ze geschetst worden Er werden regelmatig tweelingkalfjes geboren bij ’n koe, op papier toch, in werkelijkheid werd er één geboren en werd er één in Holland gehaald. Een mooie tweeling werd dan gezegd. In Holland waren de kalfjes veel goedkoper dan in België. Ook bij Cecile thuis in Lozen werd deze truc wel uitgehaald.” 

Spierkes rapen
Boter werd bij Broekx niet gemaakt. “De mensen gingen naar de winkel”, aldus Harrie Meeuwissen, “want de boerenboter was wat sterker en smeerde niet zo goed als margarine.”

De ouders van Jean dorsten het graan nog met een grote dorskast. Jean: “ In de winter waren ze daar dagenlang mee bezig. Wij zelf hebben heel weinig graan gehad want in onze tijd kwam er meer en meer maïs”. Cecile vertelt dat ze vroeger bij haar thuis gedurende de hele zomervakantie bezig was met onder andere ‘spierkes rapen’. Bovendien moest ze karren tasten om het graan in de schuur te brengen. “Ik was thuis de oudste en Jean was thuis de oudste, en we hebben allebei hetzelfde meegemaakt op de boerderij”, legt Cecile uit. “We wisten hoe het werkte, en trouwden in 1974. Geen huwelijksreis naar Mallorca maar ik mocht enkele dagen later met schoonmoeder Catho naar de markt in Budel.”

Grote percelen
Op Beverbeek hadden Cecile en Jean het altijd naar hun zin. Aanvankelijk was er minder contact met andere boeren in de buurt, want het was steeds werken en werken. Jean hielp tot zijn huwelijk op de boerderij, daarnaast deed hij loonwerken bij collega’s. Nadien assisteerde hij sommige seizoenen bij een loonwerker. “Als Jean weg was om maïs te kneuzen, zat ik daar met een kindje van zes weken. En ik moest het stalwerk allemaal doen, hè!” verzucht Cecile. Harrie vult aan door te melden dat de kraamvrouw vroeger tien dagen na de bevalling uit het moederhuis vertrok en weer aan het werk ging op de boerderij. “En vandaag hebben ze al op voorhand veertien dagen verlof en nadien ook nog twee maanden. Kolossaal.” Harrie gaat verder en vertelt dat Jean toch al op redelijk grote percelen werkte, in vergelijking met de andere boeren (voor die tijd waren het grote lappen van twee hectaren; dat vond je niet vaak). “Ons vader ging vaak kijken naar die lappen, daar werd met bewondering naar gekeken. Ook De Kluis had grote stukken, net als Hertogs en de paters van Het Lo.” zo zegt Harrie. 

Foto’s van sloop en nieuwbouw
Op het einde van de middag brengt Cecile nog enkele foto’s. Daarop is de oorspronkelijke U-vormige boerderij nog duidelijk te zien. “Ik sliep altijd op de opkelder en boven waren drie slaapkamers. Granen werden op de zolder opgeslagen.” Aan de boerderij was een flinke boomgaard met appels, vooral sterappeltjes. Toen Princehoef in 1978 werd afgebroken, was ze in een bouwvallige staat. Er waren muren bij die helemaal naar buiten droegen. “Tijdens de sloop kwamen ambtenaren vanuit Brussel achterom en zeiden dat het afbreken een grote boete zou opleveren. Gelukkig was een vergunning afgegeven voor het afbreken van de boerderij. De Oude Hoeve van Hertogs was nog veel beter om te restaureren”, weten de beide heren te vertellen. 

Ook de bouw van de nieuwe stal is door een fotograaf vastgelegd. Daarop is dochtertje Lieve als kleuter juist nog zichtbaar. Inmiddels zijn zij en haar man de velden aan het bewerken en bekijkt het echtpaar opties voor nieuwe landbouwtechnieken zoals biologische landbouw. Ook de bloemenkanten hebben ze aangelegd als landschapsbeheer. Europa stimuleert de beheerders om bloemen- en graskanten aan te leggen voor het bevorderen van moderne landbouw. Zo wordt de boer een stuk landschapsbeheerder. 

Het loont dus om vanaf Beverbeek nr 12 de oude weg langs het scoutsheem en de vroegere woning Schildermans te nemen en de bloemen te bewonderen. Wie het fietsroutenetwerk volgt, komt via de knooppunten 513 naar 514 vanzelf langs de bloemenvelden.

In deel 1 werd vermeld dat het inzaaien van de bloemenvelden gebeurt met subsidie van de Europese overheid. Dit is onjuist. Excuses daarvoor. De boer betaalt zelf het zaaigoed en zaait het land zelf in, met eigen middelen.