Gen

Nog steeds hebben we geen netwerk. Hier in Frankrijk. Geen wifi en geen telefoon. Inmiddels al meer dan vier weken en nu ook mijn zoon, schoondochter en hun twee jongens en een vriendje die hier nu op vakantie zijn, dus ook niet. Wat had ik ook weer verteld, vorige keer toen ik zo aan het mopperen was; 2 maatschappijen waren gekomen, Free en Orange en die zeiden dat we eerst nieuwe palen moesten hebben, van beton en dan konden ze pas weer leveren. Maar niemand deed iets. Orange zou de palen zetten. Ooit. Heel Frankrijk staat onder de palen, vooral als je er op let, miljoenen en miljoenen palen, en wij hoeven er maar één, maar nee. Ooit is nooit in Frankrijk. 

En dan heb je een abonnement, reuze handig, maar  niks geen netwerk. Ik haatte ze allemaal. ‘s Morgens liepen we naar de wifisteen, halverwege de hondenuitlaat maar die deed het ook al niet meer dus we moesten wel iedere dag naar het dorp om te appen en met het vaderland in verbinding te zijn. Inmiddels zijn we hier dus met 6 man waarvan 3 pubers met app-apparaten. Ik geef het je te doen. Maar, wacht even, laat ik niet weer zo zeuren want het heeft ook veel voordelen. Iedereen doet nu tenminste wat, zit niet oeverloos op dat ding te turen en met slimme vingertjes razendsnel eroverheen te ratelen. De jongens spelen in het zwembad en wij lezen boeken. Bovendien heb ik gemerkt dat er, wanneer ik mijn apper buiten op de tafel laat liggen, boven op het balkon, dat er dan af en toe toch appjes binnenkomen. Hoe, dat weet ik niet. Niet via het netwerk van de buurman, want dat kan niet, zei hij toen ik er naar vroeg. Hoe dan, zo vroeg ik mij op een nacht af toen ik buiten zat en in het duister staarde. Ik kon niet slapen van de hitte en was fijn buiten gaan zitten. Toen hoorde ik de appjes aan komen vliegen. Via het GEN denk ik. Soms kwamen ze ook overdag. Dat had ik al gemerkt in de tijd dat de bridgers er nog waren, die nu al lang weer weg zijn. Leg ik die Iphone in de schaduw op tafel, en als ik er een paar uur later op kijk, is er opeens aan appje binnen gekomen, dat ik dan wel pas in het dorp kan beantwoorden. Dat gaat via de rugzak methode. Ik typ een antwoord en de anderen doen dat ook bij hun apparaatjes, dan gaan alle zes de appmachinetjes in een rugzak en iemand, een kleinzoon of zo, of het vriendje, of alle drie, lopen naar het dorpje, twee kilometer verder. Daar ligt bij het kerkje een grote gulle wifi-leveraar, onzichtbaar. Dan springen daar alle appjes uit en vliegen naar het vaderland of waar ook heen. Daar wachten de jongens even tot ze genoeg gepiep en gesteun en geratel uit de rugzak hebben horen komen, doen hun eigen wifidingen en komen weer terug. 

Thuis graait iedereen gretig naar zijn apparaatje en kan gaan lezen. Laatst had ik maar liefst zes groene bolletjes. Zes! En af en toe ook nog een via het GEN. Dat is Gods Eigen Netwerk, zo heb ik het genoemd. Heeft God nog wat geleverd, vraagt mijn zoon soms als hij het apparaat op tafel ziet liggen. God slaapt nu, zeg ik, straks laat hij ze wel weer vliegen. Nooit te voorspellen wanneer dat is. Soms als het hard waait, soms ook niet. Mijn email doet het natuurlijk niet. Daarvoor is GEN niet toereikend. Om dit stukje weer weg te krijgen neem ik mijn laptopje mee naar de buurman boven op de berg, niet lopend, maar met de auto en ga bij hem dit stukje zitten versturen. Hopelijk komen dan ook de achterstallige emails binnen. Wat doe je daar eigenlijk zult u zich afvragen, daar in de rimboe en nu ook onbereikbaar, want de telefoon doet het nu ook niet. Niks, denk ik dan maar. Gewoon onbereikbaar zijn, vakantie. Een soort geestelijk mondkapje eigenlijk.