Het eiland

Als ik ’s nachts niet kan slapen ga ik tv kijken. In bed. Dat is normaal voor mij. Als ik genoeg heb van het coronagedoe en al het gezeik over de mondkapjes en de verschillen tussen Nederland en België, ga ik ‘vreselijke dingen’ kijken. Ik heb nu ontdekt ‘The Island with Bear Grylls’. Dat is een serie die Bear Grylls zelf ontworpen heeft. Bear is z’n voornaam. Het is een overlever. Vroeger at hij vaak wormen in zijn programma, tijdens het geen eten hebben en het overleven. Of een smakelijke schorpioen.  Die zag je hem ook echt opeten. Maar nu heeft hij een ander programma.  Allerlei mensen gaan met z’n dertienen op een onbewoond eiland wonen in de stille oceaan en proberen te overleven met niks dan hun kleren die ze aan hebben. Wel krijgen ze wat gereedschap om bijvoorbeeld een kaaiman te vangen. Ze hebben een noodlijn, voor als er iemand het niet meer volhoudt of erg ziek wordt, dan komt er een boot en haalt die persoon op. Ik heb er in totaal bij de twee groepen vijf of zes zien vertrekken. Ze konden het niet meer volhouden of misten hun kinderen, of allebei. Maar ze hadden zich zelf vrijwillig voor dat programma opgegeven. Er is geen eten, daar moeten ze zelf aan zien te komen. Ook geen water, dat moeten ze vinden en eerst koken want dat is troepwater. Anders gaan ze dood of zo. Er is een eiland waar alleen mannen zitten en een met alleen vrouwen. Bijna vier weken moeten ze er blijven. De eerste dagen is alles nog leuk. Ze gaan op zoek naar water en bouwen een soort hut voor als het regent. Ze hebben veel last van zandvliegjes en zitten onder de bulten. Ze krabben de hele dag. Ze eten wat schelpen en af en toe een kokosnoot. Soms een vis. De hele dag moeten ze hun vuur bewaken want daarop wordt het vieze water steriel gekookt. Het is er 30 graden en ze hebben honger en dorst dat het verrekt. Ze verloederen, de meesten toch en er wordt ook ruzie gemaakt. Na twee weken honger had een groep een enorme kaaiman gevangen en die geslacht en opgegeten. Ze waren helemaal euforisch. Eindelijk kwam er wat in die lege magen van ze. Zo’n programma zie ik midden in de nacht, eenzaam in mijn bed, want mijn vriend is er niet of slaapt. Hij slaapt altijd. Ik nooit, ik heb het veel te druk. Daarna of tussendoor moet ik ook mijn favoriete Air Crash Investigations kijken en als er dat niet op is, moet ik lezen. Ik ben bezig aan een boek van 1213 bladzijden. Netflix schiet er helemaal bij in. Het liefst kijk ik nu naar The Island, mijn favoriete programma. Ik eet daar soms een stukje kaas bij en drink wat. En kijk genietend naar de ellende en de wanhoop van de mensen. Ik begrijp niet dat ze niet al de eerste dag wanhopig worden. Ik word al wanhopig als de afstandsbediening van het nachtkastje op de grond valt en onder het bed glijdt. Ik heb het ook niet makkelijk, zeg ik dan tegen die vermagerde, grauwe groep op het scherm als ik weer in bed klim. Zij liggen ‘s nachts op de grond, in het zand. Af en toe wordt er een gestoken door een schorpioen. Er is ook altijd een dokter bij de groep, die meedoet en de cameramensen horen ook bij het overleven en lijden dezelfde ontberingen. Soms  verschijnt Bear Grylls opeens in beeld en vertelt met glinsterende pretoogjes hoe erg ze er aan toe zijn en wat hun allemaal nog te wachten kan staan. Als ze nu niet iets in hun magen krijgen wacht hun de hongerdood, vertelde hij onderdrukt glimlachend. Zelf zit hij niet op datzelfde eiland. Waar weet ik niet, dat wordt niet verteld. Ik heb ook eens een groep zien terugkeren na die vier weken, ze waren goed uitgedund letterlijk en figuurlijk en mochten in luxueuze hotelkamers bijkomen voor ze weer naar huis gingen. Ze konden niet geloven dat er gewoon schoon water uit de kraan kwam en er een echt bed klaar stond. En ja, eigenlijk is dat het belangrijkste. Ook voor ons, verwende mensen, die als enige ontbering  maar hoeven te zorgen dat we corona onder de duim houden.